Skip to content

Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting aangenomen

M.A. (Marien) Rozendaal RA Directeur | Partner
3min
07 jul 2026

"De nieuwe wet is een stap in de goede richting, maar er zijn nog wel enkele aandachtspunten."

M.A. (Marien) Rozendaal RA
Directeur | Partner

Op 7 juli 2026 heeft de Eerste Kamer de ‘Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting’ aangenomen. Met deze wet komt een einde aan jaren van onzekerheid over de verdeling van de verantwoordelijkheid tussen schoolbesturen en gemeenten over renovatie van schoolgebouwen in het funderend onderwijs.

Wat regelt de wet?

De belangrijkste zaken die in de wet geregeld worden zijn:

  1. Levensduur verlengende renovatie wordt als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw gezien.
  2. Gemeenten worden verplicht een integraal huisvestingsplan (IHP) op te stellen voor een periode van vier jaar.
  3. Schoolbesturen worden verplicht een meerjarenonderhoudsplan op te stellen op basis van een bouwkundige inspectie per schoolgebouw. Dit meerjarenonderhoudsplan bestrijkt een periode van vier jaar en vermeldt de voornemens op het gebied van groot onderhoud voor een periode van 12 jaren volgend op de vierjaarstermijn. Het meerjarenonderhoudsplan wordt ter kennis gebracht bij de deelnemers van het op overeenstemming gericht overleg over de huisvesting met de gemeente.
  4. Het investeringsverbod in het primair onderwijs wordt opgeheven.

Positieve stap, maar financieringsvraag blijft

De sectororganisaties (PO-Raad en VO-Raad) beschouwen deze wet als een stap in de goede richting. Zij duiden het feit dat er meer duidelijkheid komt over renovaties en dat het IHP geen vrijblijvende zaak meer is positief. Zij benadrukken echter een groot knelpunt: er is structureel te weinig geld beschikbaar voor onderwijshuisvesting. Dat blijft ook met deze wet onopgelost.

Aandachtspunten

Van Ree Accountants onderschrijft het standpunt van de sectorraden dat de nieuwe wet een stap in de goede richting is, maar er zijn nog wel enkele aandachtspunten:

  • De definitie van het begrip renovatie; ‘bestaande uit vernieuwing of grootschalige verandering van een gebouw of een gedeelte daarvan door een samenhangend geheel van maatregelen, dat gericht is op het verlengen van de levensduur van het gebouw of het gedeelte daarvan’, is nog weinig concreet. Dit zal in de praktijk naar verwachting nieuwe stof voor discussie tussen gemeenten en schoolbesturen opleveren.
  • Dat scholen in het primair onderwijs nu de vrijheid krijgen om zelf te investeren in schoolgebouwen is enerzijds positief. Anderzijds is hier het risico aanwezig dat gemeenten hier gebruik van maken en scholen bij nieuwbouw of renovatie om een eigen bijdragen zullen vragen en zich daarmee gedeeltelijk aan hun verantwoordelijkheid onttrekken.
  • Een periode van vier jaar voor een meerjarenonderhoudsplan met een doorkijkje naar nog eens twaalf jaar is relatief kort. Voor scholen die het groot onderhoud in de jaarrekening verwerken via een voorziening groot onderhoud zal een meerjarenonderhoudsplan met een langere horizon noodzakelijk blijven, omdat alle componenten, ook die met een langere onderhoudscyclus dan 16 jaar, minimaal eenmaal in het plan moeten zijn opgenomen.

De ingangsdatum van de nieuwe wet is nog niet bekend, maar zal vermoedelijk 1 januari 2027 zijn.