Extra heffing auto van de zaak: 10 vragen en antwoorden
Veel werkgevers denken bij een auto van de zaak vooral aan de gevolgen voor de werknemer. Deze nieuwe regeling laat zien dat ook de werkgever straks een stevige rekening kan krijgen.
Een benzineauto van de zaak wordt vanaf 2027 fors duurder voor werkgevers. Het kabinet introduceert namelijk een nieuwe pseudo-eindheffing van 12% voor auto’s met een verbrandingsmotor die ook privé of voor woon-werkverkeer worden gebruikt. Welke auto’s vallen onder de regeling? Zijn er uitzonderingen? En kunt u zich nu al voorbereiden? Wij zetten de belangrijkste vragen en antwoorden voor u op een rij.
Wat is de pseudo-eindheffing? (1)
Werkgevers die vanaf 1 januari 2027 een personenauto met een verbrandingsmotor aan een werknemer ter beschikking stellen voor privégebruik en/of woon-werkverkeer, zijn een extra belasting verschuldigd. Deze maatregel is bedoeld om het gebruik van emissievrije auto’s te stimuleren en geldt naast de reguliere bijtelling voor de werknemer. De pseudo-eindheffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde van de auto (inclusief btw en bpm) en komt volledig voor rekening van de werkgever.
Wat betekent “een auto ter beschikking stellen” precies? (2)
Van het ter beschikking stellen van een auto is sprake wanneer een werkgever een auto aan een werknemer beschikbaar stelt, waardoor de werknemer over de auto kan beschikken en deze ook privé kan gebruiken. Daarbij is niet van belang of de werknemer de auto daadwerkelijk privé gebruikt. De mogelijkheid daartoe is voldoende.
Voor welke auto’s geldt de pseudo-eindheffing? (3)
De pseudo-eindheffing geldt vanaf 1 januari 2027 voor personenauto’s die door de werkgever aan een werknemer ter beschikking worden gesteld en die verbrandingsmotor hebben (dus ook hybride). Volledig elektrische auto’s en waterstofauto’s zijn van deze regeling uitgezonderd. De pseudo-eindheffing geldt uitsluitend voor personenauto’s (categorie M1), bestelauto’s (categorie N1) vallen buiten deze regeling.
Voor wie geldt de pseudo-eindheffing? (4)
De pseudo-eindheffing geldt voor alle personen die in loondienst zijn. Omdat een directeur-grootaandeelhouder (dga) voor de Wet op de loonbelasting als werknemer wordt aangemerkt, valt ook een dga onder deze regeling. Zzp’ers en ondernemers met een eenmanszaak of vof zelf vallen buiten regeling.
Hoe berekent u de pseudo-eindheffing? (5)
De pseudo-eindheffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde van de auto. Bij een auto met een cataloguswaarde van € 40.000 bedraagt de heffing € 4.800 per jaar. Heeft een werkgever tien dergelijke auto’s in het wagenpark, dan loopt de extra last op tot € 48.000 per jaar. Deze eindheffing moet uiterlijk worden afgedragen in de tweede aangifteperiode van het volgende kalenderjaar.
Geldt de pseudo-eindheffing ook bij uitsluitend woon-werkverkeer? (6)
Voor deze regeling wordt woon-werkverkeer als privégebruik aangemerkt. Een verklaring waardoor er geen sprake is van bijtelling heeft dus geen enkele invloed op de pseudo eindheffing. Bijtelling en pseudo-eindheffing moet los van elkaar worden beoordeeld. De pseudo-eindheffing geldt niet wanneer een personenauto uitsluitend in het kader van de bedrijfsvoering ter beschikking wordt gesteld.
Is er een overgangsregeling? (7)
Ja, er geldt een overgangsregeling. Voor personenauto’s met een verbrandingsmotor die vóór 1 januari 2027 al aan een werknemer van dezelfde werkgever (lees: inhoudingsplichtige met hetzelfde loonheffingennummer) ter beschikking zijn gesteld, is tot en met 31 december 2030 geen pseudo-eindheffing verschuldigd. Bij een wijziging van auto of werkgever vervalt het overgangsrecht, omdat sprake is van een nieuwe terbeschikkingstelling.
Geldt de pseudo-eindheffing ook bij vervangend vervoer of als de auto slechts een deel van de maand ter beschikking staat? (8)
Bij tijdelijk vervangend vervoer met een auto met een verbrandingsmotor wegens schade, reparatie, onderhoud of een bandenwissel is geen pseudo-eindheffing verschuldigd. Deze uitzondering geldt voor vervangend vervoer per situatie voor maximaal 14 aaneengesloten kalenderdagen. De pseudo-eindheffing wordt per kalendermaand berekend. Iedere maand waarin een personenauto ter beschikking staat, geldt als een volledige maand, ongeacht het aantal dagen dat de auto beschikbaar is.
Zijn er alternatieven voor de pseudo-eindheffing? (9)
Het meest voor de hand liggende alternatief naast elektrisch rijden, is om een mobiliteitsbudget te bieden naast of in plaats van het ter beschikking stellen van een personenauto zonder verbrandingsmotor. Dit vergt wel maatwerk. Een andere mogelijkheid is om een bestelauto ter beschikking te stellen. Ook kan worden gekozen voor “een deelauto” die uitsluitend voor zakelijke ritten wordt gebruikt, waardoor geen sprake is van privégebruik of woon-werkverkeer.
Wat kunt u nu al doen tot en met 31 december 2026? (10)
Speel op tijd in op de financiële gevolgen van de pseudo-eindheffing:
- Breng uw huidige wagenpark in kaart.
- Bekijk welke leasecontracten aflopen na 1 januari 2027.
- Onderzoek of vervanging door een emissievrije auto mogelijk is.
- Inventariseer interesse in een mobiliteitsbudget.
- Controleer of een reorganisatie of rechtsvormwijziging gevolgen heeft voor het overgangsrecht.
NB Deze Q&A is opgesteld op basis van de stand van de wetgeving en toezeggingen van de staatssecretaris per 12 oktober 2026. Voor enkele onderdelen geldt nog het voorbehoud dat deze definitief in wetgeving moeten worden vastgelegd.
Neem contact op met Mathijs, onze HR-specialist in de automotive