Actueel.
Reesultaat 2013-01

Het eerste nummer van onze nieuwsbrief Reesultaat van 2013 is uit. Ook dit maal veel nieuws en wetenswaardigheden over ons kantoor en de diensten die wij verlenen.
Inmiddels heeft u uw nieuwe WOZ waarde ontvangen. Klopt deze nog? Kunt u uw rente nog aftrekken? Er is de laatste tijd nogal wat te doen rondom de eigen woning. In dit nummer leest u meer hierover. Het Interview is ditmaal gehouden met Christiaan Raatgever. Al jaren werkzaam als Zelfstandig Assistent Accountant in de onderwijssector maar ook voor het notariaat.
Aandacht is er deze keer voor HR Management: personeelsbeleid voor de moderne werkgever.Wij hebben de specialisten in huis die u hiermee kunnen helpen. Onze collega's van Van Ree HR Consultants staan er klaar voor. De Impressie komt dit keer van Transportbedrijf De Jong Schoonrewoerd BV, drie jaar geleden van accountant veranderd. Zij geven een impressie van hun bevindingen met ons kantoor.
Opnieuw alle reden om ook in 2013 Reesultaat te lezen.
Belastingplannen 2013

Op Prinsjesdag zijn de belastingplannen voor 2013 bekend gemaakt. Nederland moet fors bezuinigen en de maatregelen liegen er niet om. Inmiddels heeft het nieuwe kabinet Rutte II wat wijzigingen aangebracht in de Belastingplannen en nog wat extra maatregelen aangekondigd in het regeerakkoord. Om u op de hoogte te houden van wat er verandert in 2013 treft u onderstaand een overzicht. Een kleine kanttekening is op zijn plaats, want de meeste plannen zijn nog niet definitief. De Eerste Kamer moet nog instemmen.
Ondernemers en rechtspersonen
lees verder
Woningeigenaren
lees verder
Werkgever
lees verder
Alle belastingplichtigen
lees verder
Zaken die niet doorgaan!
lees verder
Special Eindejaarstips 2012

Voor u liggen de eindejaarstips voor2012. Indeze tips hebben wij zoveel mogelijk rekening gehouden met de plannen van het kabinet voor volgend jaar. Een aantal van deze plannen is echter nog niet definitief omdat ze eerst nog door de Tweede en Eerste Kamer moeten worden goedgekeurd.
De tips zijn onderverdeeld in zeven categorieën:
1. Tips voor alle belastingplichtigen
lees verder
2. Tips voor ondernemers en rechtspersonen
lees verder
3. Tips voor de ondernemer in de inkomstenbelasting
lees verder
4. Tips voor de bv en de dga
lees verder
5. Tips voor werkgevers
lees verder
6. Tips voor de automobilist
lees verder
7. Tips voor de woningeigenaar
lees verder
Prinsjesdag 2012: Zware bezuinigingen voor een solide toekomst

Het demissionair kabinet heeft op dinsdag 18 september naast de Miljoenennota ook een flink pakket aan fiscale maatregelen aangeboden aan de Tweede Kamer. De meeste maatregelen komen uit het Lenteakkoord dat op 25 mei is afgesloten door vijf politieke partijen (VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie) om ervoor te zorgen dat het begrotingstekort volgend jaar onder de Europese norm van 3% komt. Dat lijkt te lukken, want als alle maatregelen doorgaan, komt het tekort volgend jaar uit op 2,7%. Nederland moet hiervoor wel flink bezuinigen en iedereen gaat dat in zijn portemonnee voelen. Enkele maatregelen uit het Lenteakkoord zijn nu al definitief. Denk bijvoorbeeld aan de verhoging van het algemene btw-tarief per 1 oktober 2012 van 19% naar 21%.
De nu aangekondigde maatregelen, waaronder de beperking van de hypotheekrenteaftrek en de belaste vergoeding voor woon-werkverkeer (forensentaks), zijn nog niet definitief. Wat er van de plannen uiteindelijk doorgaat, hangt voor een groot gedeelte af van de snelheid waarmee een nieuw kabinet wordt geformeerd. Er kan dus nog van alles wijzigen, maar wie iets wil veranderen, zal met alternatieven moeten komen. Gezien de uitzonderlijke situatie door de verkiezingen houden we alles voor u in de gaten. Mocht het nodig zijn, dan ontvangt u te zijner tijd een update van deze special.
In deze nieuwsbrief staan de belangrijkste gevolgen van Prinsjesdag 2012 beschreven.
- Ondernemers en rechtspersonen: een keur aan maatregelen
- De werkgever: afdrachtverminderingen onder de loep
- De woningeigenaar: strengere regels hypotheekrenteaftrek
- De automobilist: woon-werkverkeer staat centraal
- De particulier: bezuinigingen en andere lasten
Ondernemers en rechtspersonen: een keur aan maatregelen
Ondernemers met een verplichte beroepspensioenregeling
Vanaf 1 januari 2015 gelden er voor zelfstandig ondernemers en ‘resultaatgenieters’ die verplicht deelnemen in beroeps- of bedrijfstakpensioenregelingen, beperkingen voor de pensioenopbouw.
Pensioenpremies kunnen dan alleen nog in aftrek komen als het gaat om een ouderdomspensioen waarvoor de opbouw per jaar niet meer bedraagt dan 2,15% van het pensioengevend inkomen (middelloonstelsel). De pensioenleeftijd moet daarbij gekoppeld zijn aan de ontwikkeling van de levensverwachting.
De fiscale aftrekbaarheid van pensioenpremies hangt af van uw winst uit onderneming. Uitgangspunt is de winst uit het kalenderjaar dat drie jaren voorafgaat aan het jaar van de pensioenopbouw.
Tip: Moet u verplicht deelnemen aan een beroeps- of bedrijfstakpensioenregeling, dan heeft u wellicht de mogelijkheid om hier ook een deel vrijwillig pensioen op te bouwen. Deze vrijwillige pensioenopbouw komt onder bepaalde voorwaarden ook in aanmerking voor fiscale faciliteiten. De vrijwillige premies mogen in dat geval niet meer bedragen dan een derde van de verplichte premies.
Eenmalige vermindering van de pensioenaanspraken
Net als veel pensioenfondsen worden ook particuliere pensioen-bv's op dit moment geconfronteerd met een lagere dekkingsgraad. Er is dan sprake van onderdekking. Maar in tegenstelling tot pensioenfondsen, kunnen particuliere pensioen-bv's niet zonder directe fiscale gevolgen de in eigen beheer opgebouwde pensioenaanspraken van de directeur-grootaandeelhouder verminderen (afstempelen). Hier wordt in de fiscale plannen voor volgend jaar van afgestapt. Het wordt mogelijk om onder bepaalde voorwaarden eenmalig, op de pensioeningangsdatum, een vermindering van de pensioenaanspraken toe te passen. Het afstempelen van pensioenaanspraken wordt zo veel mogelijk beperkt tot situaties waarbij de ‘onderdekking’ bij de 'eigen-beheer-bv' het gevolg is van reële beleggings- en ondernemingsverliezen. Voor pensioenuitkeringen die nu al lopen, geldt een overgangsregeling. Hierdoor kan het eenmalig afstempelen in dergelijke situaties in de periode 2013 tot en met 2015 ook van toepassing zijn.
Tip: De eenmalige vermindering van de in eigen beheer opgebouwde pensioenaanspraken op de pensioeningangsdatum is speciaal een tegemoetkoming voor oudere pensioengerechtigde directeur-grootaandeelhouders. Zij zijn nu namelijk, gezien de huidige financiële en economische crisis, beperkt in staat om de onderdekking van hun pensioen-bv te herstellen.
‘Thincapregeling’ afgeschaft
De thincapregeling in de vennootschapsbelasting wordt afgeschaft. Deze regeling beperkt nu de renteaftrek wanneer een bv met een teveel aan vreemd vermogen is gefinancierd. Rente verschuldigd aan verbonden lichamen is niet aftrekbaar als de verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen van een bv boven een bepaalde ratio uitkomt. De regeling raakt nu ook het midden- en kleinbedrijf en daar was deze niet voor bedoeld. Dat is dan ook een van de redenen om de thincapregeling af te schaffen.
De flexibele bv en de fiscale eenheid
Een van de voorwaarden voor het aangaan van een fiscale eenheid is dat de moedermaatschappij ten minste 95% van de economische en juridische eigendom van de aandelen in de dochtermaatschappij bezit. Nu gaat op 1 oktober 2012 het nieuwe bv-recht in. Door de flexibilisering van het bv-recht wordt het mogelijk om winst- en stemrechten over verschillende aandelen te verdelen. Hierdoor kan de situatie zich voordoen dat een moedermaatschappij weliswaar 95% van de aandelen in de dochtermaatschappij bezit, maar geen stemrechten. Het is niet de bedoeling dat er dan een fiscale eenheid kan worden gevormd. Daarom stelt het kabinet voor dat een moedermaatschappij voor het aangaan van een fiscale eenheid ook in het bezit is van ten minste 95% van de stemrechten in de dochtermaatschappij.
Buitenlandse bestuurdersbeloningen aangepakt
Een in het buitenland gevestigd lichaam kan werkzaamheden verrichten als statutair bestuurder van een in Nederland gevestigd lichaam. De beloning voor deze werkzaamheden kan dan in de Nederlandse belastingheffing worden betrokken. Dat kan echter niet als het buitenlandse lichaam materiële bestuurderswerkzaamheden en managementdiensten verricht zonder dat sprake is van formeel bestuurderschap. Door uitbreiding van het begrip bestuurdersbeloningen kan toch vennootschapsbelasting worden geheven.
Tip: De uitbreiding heeft alleen gevolgen als in verdragssituaties de heffingsbevoegdheid over beloningen voor materiële bestuurderswerkzaamheden en managementdiensten aan Nederland is toegewezen. Dit is bijvoorbeeld het geval in het belastingverdrag dat Nederland heeft afgesloten met België. Daarnaast heeft de voorgestelde uitbreiding ook betekenis in niet-verdragssituaties.
Versoepeling uitstelbeleid
Ondernemers die zich netjes houden aan de regels, maar door liquiditeitsproblemen hun belastingaanslagen tijdelijk niet kunnen betalen, kunnen uitstel van betaling krijgen. Het uitstelbeleid van de Belastingdienst wordt versoepeld en vereenvoudigd. De Belastingdienst verleent op schriftelijk of telefonisch verzoek onder voorwaarden kort uitstel voor maximaal vier maanden. Dit kan alleen als:
- het gaat om openstaande belastingaanslagen tot een bedrag van maximaal € 12.000;
- er geen belastingaanslagen openstaan waarvoor dwangbevelen zijn betekend;
- er geen sprake is van aangifteverzuim;
- er geen openstaande belastingschulden oninbaar zijn gebleven.
Tip: Deze speciale uitstelregeling is voornamelijk bedoeld voor 'kleine' ondernemers die door betalingsproblemen moeite hebben om bijvoorbeeld loonheffing en btw af te dragen.
Daarnaast is er ook een tijdelijke versoepeling voor betalingsregelingen met een langere looptijd. Het gaat dan om een betalingsregeling (crisisuitstel) voor ondernemers met betalingsproblemen door de economische crisis. Deze regeling is er al. De versoepeling houdt in dat ondernemers de relatie met de economische crisis niet meer hoeven aan te tonen.
Sneller een verzuimboete
De Belastingdienst krijgt de mogelijkheid om eerst een verzuimboete op te leggen en pas daarna een (ambtshalve) aanslag. Nu is dat nog gelijktijdig. Met deze maatregel wil het kabinet de aangifteplicht van belastingplichtigen stimuleren, want niet iedere belastingplichtige is daar even trouw in. De Belastingdienst kan bij het opleggen van een verzuimboete aankondigen dat de boete wordt verminderd wanneer alsnog binnen de gestelde termijn aangifte wordt gedaan. Een extra prikkel dus om toch aangifte te doen.
Overgangsregeling verpakkingenbelasting
De verpakkingenbelasting stopt definitief op 1 januari 2013. De teruggaaf van verpakkingenbelasting bij producten die indirect zijn geëxporteerd, blijft echter van toepassing op verpakkingen van producten die na 31 december 2012, maar vóór 1 april 2013 worden geëxporteerd.
Nieuwe heffing voor verhuurders
Het kabinet introduceert volgend jaar een verhuurderheffing. Deze nieuwe belasting wordt geheven bij verhuurders van meer dan tien huurwoningen, waarvan de huur lager is dan de grens voor de huurtoeslag (€ 664,66: 2012). Het gaat dan om huurwoningen in de gereguleerde sector. De grondslag voor de heffing wordt gevormd door de totale WOZ-waarde van de gereguleerde huurwoningen, verminderd met de WOZ-waarde van tien woningen. Voor 2013 wordt een tarief voorgesteld van 0,0014% (gemiddelde heffing van € 2 per woning) en per 1 januari 2014 een tarief van 0,231% (gemiddelde heffing van € 356 per woning).
Aanscherping bodem (voor)recht
Bij ernstige betalingsachterstanden van zakelijke belastingschulden (voor bijvoorbeeld loonheffing en btw) kan de ontvanger van de Belastingdienst in het dwanginvorderingsproces gebruikmaken van het bodemrecht. Dit is het recht van de ontvanger om zich te verhalen op bepaalde roerende zaken (bodemzaken) die zich bevinden in de bedrijfsruimte van een belastingschuldige. Het maakt daarbij niet uit of deze roerende zaken in eigendom zijn van een belastingschuldige zelf of van een derde. Dit bodemrecht wordt aangescherpt. Er komt een mededelingsplicht voor zekerheidshouders van bodemzaken, zoals een pandhouder of een derde-eigenaar (eigendomsvoorbehouder, huurkoper en de financial lessor). Zij worden wettelijk verplicht om de ontvanger van de Belastingdienst te informeren over het voornemen hun recht op deze bodemzaken uit te oefenen. Dit geldt ook als zij van plan zijn handelingen te verrichten waardoor de zaken niet meer kwalificeren als bodemzaken. Na ontvangst van deze mededeling moet de ontvanger van de Belastingdienst binnen vier weken de benodigde maatregelen treffen om zijn verhaalsrecht op de bodemzaken uit te kunnen oefenen. De termijn van vier weken is strikt. Als de ontvanger aangeeft geen gebruik te willen maken van het verhaalsrecht op de bodemzaken of helemaal niets laat weten, kan de zekerheidshouder zijn rechten uitoefenen.
Let op!: Houdt de zekerheidshouder zich niet aan zijn mededelingsplicht of geeft hij de ontvanger van de Belastingdienst niet de mogelijkheid om binnen vier weken maatregelen te treffen, dan moet de zekerheidshouder de opbrengst of de waarde van de bodemzaken vergoeden aan de ontvanger. De vergoeding bedraagt maximaal het bedrag waarvoor de bodemzaken zijn verkocht of – als de zaken niet zijn verkocht – het bedrag dat op dat moment openstaat aan belastingschulden.
De werkgever: afdrachtverminderingen onder de loep
Strengere regels voor afdrachtvermindering onderwijs
De afdrachtvermindering onderwijs wordt voor de verschillende categorieën sterk versoberd. Straks gaat deze faciliteit alleen gelden bij deelname aan een volledige opleiding, waarbij het uitgangspunt is dat de werknemer het diploma haalt. Deze intentie moet (op straffe van een verzuimboete van in beginsel € 2.460, maar die kan oplopen tot het wettelijk maximum van € 4.920) worden vastgelegd in een ondertekende programmaverklaring door de onderwijsinstelling, de werkgever en de leerling- werknemer. Ook de duur en de inhoud van het programma zijn bepalend voor de hoogte van de vermindering. Als een werknemer door vrijstellingen maar een deel van de opleiding hoeft te volgen, is de vermindering evenredig aan de duur van de deelname.
Voorbeeld: Stel dat een opleiding twee jaar duurt en de werknemer vanwege vrijstelling maar 60% van de opleiding hoeft te volgen. De maximale duur van de afdrachtvermindering onderwijs voor deze werknemer is dan 60% van 24 maanden (afgerond 15 maanden).
Overige maatregelen
De inhoud en omvang van het onderwijsprogramma worden verbonden aan een urennorm. Zo wordt voor het bbl-onderwijs een vaste urennorm van 240 begeleide onderwijsuren en ten minste 610 klokuren voor de beroepspraktijkvorming per studiejaar ingevoerd. Opleidingen die niet voldoen aan de urennorm, worden uitgesloten voor de afdrachtvermindering onderwijs. Omdat pas aan het eind van een studiejaar kan worden vastgesteld of is voldaan aan de urennorm, wordt het mogelijk om de afdrachtvermindering straks in één keer in aanmerking te nemen in plaats van verdeeld over de tijdvakken in het kalenderjaar. Een eventueel restant van de afdrachtvermindering mag in een daaropvolgend loontijdvak in aanmerking worden genomen.De afdrachtvermindering onderwijs voor startkwalificatie wordt afgeschaft. Het toetsloon voor de varianten bbl en werkend-leren op hbo-niveau komt te vervallen.
Tip: Om werkgevers te stimuleren zich nog meer in te spannen om hun werknemers een diploma te laten halen, komt er een aanvullende afdrachtvermindering. Deze afdrachtvermindering mag in aanmerking worden genomen als het diploma is behaald. Het gaat om een extra afdrachtvermindering van € 350 per studiejaar voor de variant bbl en € 240 voor werkend-leren op hbo-niveau. Het nadeel van deze extra afdrachtvermindering is dat gedurende de opleiding de in aanmerking te nemen afdrachtvermindering onderwijs wordt verlaagd.
S&O-afdrachtvermindering
Ook op het gebied van de S&O-afdrachtvermindering is er nieuws te melden. De loongrens van de eerste schijf van de S&O-afdrachtvermindering wordt verhoogd van € 110.000 naar € 200.000. Daar staat tegenover dat het tarief in de eerste schijf wordt verlaagd naar 38% (2012: 42%) en het starterstarief in de eerste schijf omlaaggaat van 60% naar 50%. Het percentage van de tweede schijf blijft gelijk (14%), evenals het plafond van € 14 mln.
Als extra maatregel wordt het uurloon voortaan afgerond op hele euro’s in plaats van een veelvoud van € 5 en vervalt de margeregeling.
Correctieberichten loonaangifte
De regels rondom het corrigeren van gegevens in een onjuiste of onvolledige loonaangifte worden herzien. Het doel is om bepalingen transparanter te maken en te verduidelijken.
Afschaffing onbelaste reiskostenvergoeding
Ook de omstreden belaste vergoeding voor woon-werkverkeer, de forensentaks, maakt onderdeel uit van de fiscale maatregelen voor 2013. Met ingang van 1 januari is de vergoeding voor woon- werkverkeer niet langer onbelast. Het maakt niet uit of de werknemer autorijdt, fietst of met het openbaar vervoer reist. Vergoedingen voor alle reisvormen voor woon-werkverkeer zijn vanaf volgend jaar belast.
Gelukkig is er wel een overgangsregeling getroffen. Een OV-abonnement bijvoorbeeld dat vóór 25 mei 2012 is aangeschaft en doorloopt na 1 januari 2013 blijft onbelast zolang het abonnement nog geldig is.
Voor ambulante en gedetacheerde werknemers zijn uitzonderingsregels opgesteld. Voor hen is er pas sprake van woon-werkverkeer als zij langer dan één jaar naar dezelfde werkplek reizen. Zolang dat niet het geval is, mogen zij deze reizen als zakelijke reizen beschouwen. Werknemers kunnen zakelijke reizen dus gewoon blijven declareren met de bestaande belastingvrijstelling.
Tip: De vrije ruimte in de werkkostenregeling wordt volgend jaar verhoogd naar 1,6%. Past u de werkkostenregeling toe, dan staat het u als werkgever vrij om de reiskosten voor het woon- werkverkeer (onbelast) te vergoeden vanuit de vrije ruimte. Dit is uiteraard een eigen keus, die u zult moeten maken in overleg met uw werknemers.
De woningeigenaar: strengere regels renteaftrek
Voor de woningeigenaar staat een heel belangrijke verandering te wachten: een forse beperking van de hypotheekrenteaftrek. In 2013 wordt het startschot gegeven voor wat jarenlang een heet hangijzer was in politiek Nederland.
Hypotheekrenteaftrek
De hypotheekrente blijft voor bestaande leningen gewoon aftrekbaar. Uiteraard moet het gaan om een lening die is aangegaan voor de verwerving, onderhoud of verbetering van een eigen woning. Voor nieuwe leningen komt er wel een beperking. In dat geval is de rente alleen nog aftrekbaar als de lening in maximaal dertig jaar en ten minste volgens een annuïtair schema volledig wordt afgelost. Bovendien moeten de aflossingsverplichtingen bij het aangaan van de hypothecaire schuld zijn overeengekomen in de leningovereenkomst en de aflossingen moeten ook daadwerkelijk plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan een annuïteitenhypotheek of een lineaire lening. Sluit u een aflossingsvrije lening, dan vervalt voor deze lening het recht op hypotheekrenteaftrek.
Tip: Het voordeel van een annuïteitenhypotheek is dat u meteen fors profiteert van de renteaftrek. Immers, het aandeel rente is bij deze hypotheekvorm in het begin groter dan de aflossing.
Aflossingsproblemen
Op het moment dat op een lening te weinig wordt afgelost, zodat de schuld hoger ligt dan deze zou moeten zijn volgens het annuïtaire aflossingsschema, is de rente op deze lening in principe niet meer aftrekbaar. Gelukkig zijn er allerlei tegemoetkomingen om te voorkomen dat tijdelijke (betalingsproblemen) direct leiden tot verlies van renteaftrek. Zo is er geen sprake van het verlies van aftrek als u een in een jaar opgelopen achterstand het volgende jaar weer inhaalt. Ook bij onbedoelde fouten in de betaling of berekening van het aflossingsbedrag of bij onvoldoende betalingscapaciteit zijn er herstelmogelijkheden.
Bestaande gevallen
Blijft u in uw woning wonen en laat u de financiering ongemoeid, dan verandert er niets voor u. Ook niet als u uw bestaande lening oversluit, mits u geen extra bedrag bijleent. Zodra u echter verhuist of verbouwt, kunt u te maken krijgen met de nieuwe regels voor hypotheekrenteaftrek:
- U verhoogt bijvoorbeeld uw bestaande lening voor een verbouwing. Het deel van de extra lening moet u binnen dertig jaar annuïtair of lineair aflossen.
- U verhuist naar een ander koophuis waarbij u meer moet lenen. Ook hier geldt dat het extra bedrag onder de nieuwe aftrekregels valt. Verder geldt een beperking voor de dubbele hypotheekrenteaftrek voor de huidige woning die te koop staat en de nieuwe woning. Dubbele hypotheekrenteaftrek blijft ook in 2013 mogelijk, maar de termijn van drie jaar wordt verlaagd naar twee jaar.
Vrijstelling voor nieuwe kapitaalverzekeringen afgeschaft
In de inkomstenbelasting bestaat een vrijstelling in box 1 voor de kapitaalverzekering eigen woning, de spaarrekening eigen woning of het beleggingsrecht eigen woning. Per 1 januari 2013 vervalt deze vrijstelling voor na 31 december 2012 afgesloten producten. Nieuw afgesloten kapitaalverzekeringen en dergelijke voor de eigen woning worden van begin af aan belast in box 3, dus ook als de latere uitkering wordt gebruikt voor het aflossen van de eigenwoningschuld.
De vrijstelling blijft wel bestaan voor bestaande gevallen. Het blijft in specifieke gevallen mogelijk om ook na 31 december 2012 nog een kapitaalverzekering, spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning af te sluiten en toch in aanmerking te komen voor de vrijstelling. Dit is het geval als er op 31 december 2012 al een onherroepelijke koopovereenkomst of koop-aannemingsovereenkomst bestaat.
Tip: het blijft ook mogelijk om een kapitaalverzekering om te zetten in een andere kapitaalverzekering, mits het verzekerd kapitaal of de over te maken bedragen bij een spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning niet worden verhoogd.
Versoepeling overdrachtsbelasting
Bij de levering van een woning of bedrijfspand moet de koper overdrachtsbelasting betalen. Wordt diezelfde onroerende zaak binnen zes maanden doorverkocht, dan betaalt de opvolgende koper alleen overdrachtsbelasting over de meerwaarde. De termijn van zes maanden wordt in het Belastingplan verlengd naar 36 maanden. Door een goedkeuring is deze versoepeling al ingegaan per 1 september 2012.
Het tarief van de overdrachtsbelasting voor woningen is al permanent verlaagd van 6% naar 2%. Het woningbegrip wordt nu uitgebreid met alle aan de woning behorende aanhorigheden die op een later tijdstip dan de woning zelf worden verkregen en tot de woning gaan behoren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de tuin, garages, schuren en dergelijke.
De automobilist: woon-werkverkeer staat centraal
Net als voor de woningeigenaar geldt ook voor de automobilist een heel belangrijk thema volgend jaar: afschaffing van de onbelaste vergoeding voor woon-werkkilometers.
Afschaffing raakt zowel de werknemer/ondernemer die met de eigen auto reist en voor de woon- werkkilometers een vergoeding krijgt, als de zakelijke rijder die mogelijk zonder bijtelling kon rijden. Immers, met ingang van 1 januari 2013 ziet de fiscus de woon-werkkilometers die iemand met een auto van de zaak rijdt als privékilometers. Deze kilometers tellen dus mee voor de vraag of de automobilist bijtelling voor privégebruik moet betalen of niet.
Let op!: Het aanmerken van woon-werkkilometers als privékilometers heeft uiteraard belangrijke gevolgen voor het nut en de aantrekkelijkheid van de vrijstelling in de bijtelling. Immers, het gros van de automobilisten dat nu niet meer dan 500 km per jaar privé rijdt en dus geen bijtelling heeft, valt na 1 januari 2013 wel onder de bijtelling.
Woon-werkverkeer
Er is sprake van woon-werkverkeer wanneer:
- iemand reist tussen de woning en een vaste werkplek (deze is vastgelegd in bijvoorbeeld de arbeidsovereenkomst), waar men een of meerdere dagen zijn werkzaamheden verricht;
- er op regelmatige basis wordt gereisd tussen woning en werk en op die werkplek in belangrijke mate werkzaamheden worden verricht;
- er binnen 24 uur heen en terug wordt gereisd.
Let op!: het is mogelijk om bijvoorbeeld twee werkplekken te hebben die allebei onder de definitie van woon-werkverkeer vallen. Dit is het geval als iemand op beide werkplekken in belangrijke mate werkzaamheden verricht.
Uitzonderingen voor ondernemers
Beroepsgroepen die buiten deze maatregel vallen, zijn bijvoorbeeld ambulante werkers in de bouw of de thuiszorg. Voor hen is er pas sprake van woon-werkverkeer als zij langer dan één jaar naar dezelfde werkplek reizen. Zolang dat niet het geval is, mogen zij deze reizen als zakelijke reizen beschouwen.
Ook gedetacheerde werknemers en zelfstandig ondernemers die voor langere duur regelmatig op en neer reizen naar dezelfde opdrachtgever vallen onder deze uitzondering, mits zij maar niet langer dan één jaar naar dezelfde werkplek reizen. Voor een gedetacheerde werknemer geldt als aanvullende voorwaarde dat de detacheringsduur aanzienlijk korter moet zijn dan het dienstverband.
Verlaagde bijtelling
Met ingang van 1 januari 2013 worden de woon-werkkilometers met een auto van de zaak dus ook aangemerkt als privékilometers. Deze tellen dus mee voor de vraag of u wel of niet rekening moet houden met een bijtelling. Vallen alle auto’s van de zaak dan meteen onder het nieuwe regime? Nee, voor auto’s die vóór 25 mei 2012 zijn gecontracteerd of voor auto’s die op die datum op de balans van het bedrijf staan, geldt een verlaagd bijtellingtarief, mits de bijtelling op dat moment niet van toepassing was omdat minder dan 500 km privé werd gereden. De verlaging bestaat uit een bijtellingtarief van een kwart van de normale bijtelling. Als voorwaarde geldt dat naast de zakelijke kilometers en de woon-werkkilometers per jaar niet meer dan 500 km privé wordt gereden. Er zal dus alsnog een kilometeradministratie moeten worden bijgehouden. Deze overgang duurt zolang het contract loopt of zolang de auto op de balans blijft staan, maar tot uiterlijk 1 januari 2017.
Let op!: de overgangsregeling vervalt zodra u met de zakelijke auto meer dan 500 km (exclusief woon- werkverkeer) privé rijdt.
Bestelauto’s
Bestelauto’s aangeschaft of geleased vóór 25 mei 2012 met een ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik’ vallen onder dezelfde overgangsregeling. Ook hier geldt vanaf 1 januari 2013 een verlaagde bijtelling van een kwart van de normale bijtelling wanneer het contract is ondertekend vóór 25 mei 2012 of wanneer de bestelauto vóór die datum op de balans van de ondernemer is gezet.
Let op!: naast zakelijke kilometers en woon-werkkilometers mag er niet privé met de bestelauto worden gereden. Gebeurt dit toch, dan is alsnog de volledige bijtelling van toepassing.
De particulier: bezuinigingen en andere lasten
Nieuwe tarieven en heffingskortingen
Tarief inkomstenbelasting 2013: forse stijging van de eerste schijf! Volgend jaar stijgt het belastingtarief in de eerste schijf maar liefst naar 5,85% (is nu 1,95%). Daardoor bedraagt het totale tarief in deze schijf volgend jaar 37% (dit jaar 33,1%)! Dit ziet er in schema als volgt uit:
| Belastbaar inkomen meer dan | Maar niet meer dan | Belastingtarief | Tarief premie volksverzekeringen | Totaal tarief | Heffing over totaal van de schijven |
| Jonger dan 65 jaar | |||||
| - | € 19.645 | 5,85% | 31,15% | 37% | € 7.268 |
| € 19.645 | € 33.363 | 10,85% | 31,15% | 42% | € 13.029 |
| € 33.363 | € 55.991 | 42% | 42% | € 22.532 | |
| € 55.991 | - | 52% | 52% |
Let op: de tarieven voor de premie volksverzekeringen 2013 zijn nog niet definitief bekend.
Bezuinigingen in de zorg
Het verplichte eigen risico in uw zorgverzekering gaat in 2013 omhoog van € 220 naar € 350. De eerste € 350 aan zorgkosten betaalt u dus zelf. Mensen met een laag inkomen krijgen een compensatie door een verhoging van de zorgtoeslag.
Een behandeling in een ziekenhuis wordt volgend jaar ook duurder. U betaalt vanaf 2013 een eigen bijdrage voor verblijfskosten van € 7,50 per dag als gedeeltelijke compensatie voor niet-zorgkosten (voeding en verblijf). De eigen bijdrage geldt voor iedereen van 18 jaar en ouder.
Verder is besloten om de rollator en andere eenvoudige mobiliteitshulpmiddelen uit het basispakket te halen. Ook de aftrek van specifieke zorgkosten wordt beperkt, zodat uitgaven voor bepaalde kosten van aftrek kunnen worden uitgesloten. Dit geldt ook voor eigen bijdragen die mensen zijn verschuldigd op grond van de Zorgverzekeringswet. Denk bijvoorbeeld aan de eigen bijdrage voor hoortoestellen.
Toeslagen
De Belastingdienst wordt steeds strenger met toeslagfraude. De vergrijpboete kan voortaan ook worden ingezet bij de definitieve toekenning van de toeslag als het vergrijp wordt ontdekt tijdens de aanvraagfase of als er voorschotten zijn uitbetaald. Wanneer iemand opnieuw in de fout gaat, de recidive, mag de Belastingdienst een vergrijpboete opleggen van maximaal 150% van de ten onrechte uitbetaalde toeslag. Hierbij wil de Belastingdienst voortvarend aan de slag gaan met de incassoprocedure.
Wanneer iemand niet reageert op een informatieverzoek van de belastinginspecteur naar gegevens om het niet in Nederland belastbaar inkomen (ninbi) vast te stellen, kan de Belastingdienst/Toeslagen voortaan zelf de hoogte van de tegemoetkoming bepalen. Hierbij mag de Belastingdienst bij de bepaling van de hoogte rekening houden met het voordeel uit sparen en beleggen rond buitenlands vermogen.
Mensen met een gezamenlijk inkomen vanaf € 118.000 ontvangen vanaf 2013 geen kinderopvangtoeslag meer voor hun eerste kind. Ook komt er voor iedereen een verlaging van de toeslag voor het eerste kind.
Ook bezuiniging op aftrek scholingsuitgaven
Volgt u een opleiding of studie om hiermee een inkomen uit werk en woning te kunnen verwerven, dan zijn de kosten die u hiervoor maakt onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar als scholingsuitgaven. De aftrek van scholingsuitgaven wordt volgend jaar beperkt. Vanaf 1 januari 2013 komen alleen nog de volgende scholingsuitgaven voor aftrek in aanmerking:
- Uitgaven voor lesgeld, cursusgeld, collegegeld, examengeld of promotiekosten. Let op: hier worden wel extra voorwaarden aan verbonden.
- De door de onderwijsinstelling verplicht gestelde leermiddelen en beschermingsmiddelen. Ook hier worden extra voorwaarden aan verbonden.
De afwijkende regeling voor studenten met recht op studiefinanciering (normbedragensystematiek) komt te vervallen. Zij krijgen ook recht op aftrek van de bovenstaande werkelijke kosten. Verder wordt ook de aftrek van scholingsuitgaven vereenvoudigd voor belastingplichtigen die hun diploma niet op tijd hebben gehaald, waardoor de prestatiebeurs achteraf niet in een gift wordt omgezet. Tot slot wordt ook de standaardstudieperiode vergemakkelijkt door de betreffende periode aaneengesloten te maken.
Extra huurverhoging
Verhuurders mogen vanaf 1 juli 2013 een maximale huurverhoging toepassen van 1% boven de inflatie voor huishoudens met een inkomen tussen € 33.000 en € 43.000. Een huurverhoging van 5% boven op de inflatie wordt mogelijk voor huishoudens met een inkomen boven de € 43.000. De Tweede Kamer heeft hier al mee ingestemd. Het wetsvoorstel dat dit mogelijk maakt, ligt nu ter behandeling bij de Eerste Kamer.
Eindejaarstips 2012/ Tips voor ondernemers en rechtspersonen
9. In de betalingsproblemen? De fiscus komt u tegemoet!
Kunt u, door liquiditeitsproblemen, tijdelijk de belastingaanslagen (bijvoorbeeld voor de loonheffing of de btw) niet op tijd betalen, vraag de Belastingdienst dan om uitstel van betaling. Volgend jaar krijgt u ruimere mogelijkheden om uw belastingschulden later te betalen. Deze mogelijkheid is er zowel voor ondernemers in de inkomstenbelasting als voor de bv. U kunt straks voor maximaal vier maanden uitstel van betaling aanvragen bij de Belastingdienst. Dit kan alleen als:
- het gaat om openstaande belastingaanslagen tot een bedrag van maximaal € 20.000;
- er geen belastingaanslagen openstaan waarvoor dwangbevelen zijn betekend;
- er geen sprake is van aangifteverzuim;
- er geen openstaande belastingschulden oninbaar zijn gebleven.
Tip
Uw verzoek om uitstel van betaling hoeft in 2013 niet langer alleen maar schriftelijk te gebeuren. U mag het uitstel ook telefonisch aanvragen.
Een tijdelijke versoepeling is er ook voor betalingsregelingen met een langere looptijd. Het gaat dan om een betalingsregeling (crisisuitstel) voor ondernemers met betalingsproblemen door de economische crisis. Deze regeling is er al, maar volgend jaar hoeft u niet meer aan te tonen dat uw betalingsproblemen verband houden met de economische crisis.
10. Veel Europese klanten? Stap over op e-factureren
Vanaf 1 januari 2013 treedt de Europese richtlijn factureringsregels in werking. Hierdoor krijgen Europese ondernemers de wettelijke mogelijkheid om elektronische facturen naar elkaar te sturen.
Vanaf begin 2009 mogen ondernemers in Nederland elkaar al rekeningen sturen per e-mail. Vanaf 1 januari 2013 wordt het in alle lidstaten van de Europese Unie wettelijk toegestaan om (grensoverschrijdend) e-facturen te sturen. De e-factuur moet wel voldoen aan speciale eisen. Die regels gelden nu binnen Nederland ook al. Zo mag de factuur niet veranderd zijn (integriteit) en moet deze afkomstig zijn van de verzender (authenticiteit). De e-factuur moet dus origineel zijn, goed leesbaar en niet te vervalsen. Bovendien moet de factuur voorzien zijn van echtheidskenmerken, zoals een elektronische handtekening.
Tip
Elektronisch factureren levert u een groot kostenvoordeel op! Bedraagt de volledige verwerking van een elektronische factuur gemiddeld € 6 per stuk, de papieren tegenhanger kost maar liefst zo’n € 30. Bijkomende voordelen van een digitale en geautomatiseerde verwerking zijn een betere controle op uw financiële administratie en een kortere doorlooptijd van het factuurproces.
11. Houd rekening met nieuwe btw-factureringsregels
Vanaf 1 januari 2013 gaan er nieuwe btw-factureringsregels gelden. Naast alle gegevens die u nu al moet vermelden op de factuur, is er een aantal versoepelingen en wijzigingen. Mogelijk moet u dus uw facturen hier nog op aanpassen.
Zo kan het zijn dat u in sommige gevallen volgend jaar wat extra gegevens op de factuur moet vermelden. Wanneer u als afnemer de factuur uitschrijft, het zogeheten self-billing, dan bent u verplicht de tekst ‘factuur uitgereikt door afnemer’ te vermelden. Hetzelfde geldt als de btw is verlegd, maar dan met de tekst ‘btw verlegd’. Ook bijzondere btw-regelingen, zoals de marge- en reisbureauregeling, moeten verplicht vermeld worden op de factuur.
Doet u zaken over de grens, dan moet u in principe een factuur uitreiken die voldoet aan de eisen van de lidstaat waar uw goederenlevering of uw dienst belast is. Is de btw-schuld verlegd naar de afnemer, dan mag u straks de factureringsregels van Nederland toepassen. Hetzelfde geldt als de levering of dienst volgens de Europese btw-regels belast is buiten de EU.
Vanaf 2013 mag u een vereenvoudigde factuur uitreiken voor bedragen tot € 100 en voor creditnota’s. Er hoeven dan minder gegevens op de factuur te staan. Een vereenvoudigde factuur mag echter niet worden uitgereikt bij grensoverschrijdende afstandsverkopen, bij intracommunautaire leveringen tegen het nultarief en als uw diensten belast zijn in een andere lidstaat dan waar u zelf bent gevestigd.
Let op!
Zorg dat u altijd een factuur uitreikt vóór de vijftiende dag na de maand waarin u de levering of de dienst heeft verricht.
12. Check uw voorlopige aanslagen
Tegen het einde jaar van het jaar kunt u de winst beter inschatten. Het is verstandig om uw voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting opnieuw onder de loep te nemen en samen met uw belastingadviseur te kijken of aanpassing van uw voorlopige aanslagen nodig is. Daarmee voorkomt u dat u onnodig heffingsrente betaalt als de winst hoger uitvalt dan in eerste instantie verwacht.
Let op!
Er komt een nieuwe renteregeling voor het heffen en vergoeden van rente bij belastingaanslagen. Heffingsrente heet vanaf volgend jaar belastingrente. Invorderingsrente verandert niet van naam. De belangrijkste verandering is dat het tijdvak waarover belastingrente wordt berekend, volgend jaar aanvangt op de eerste dag van de zevende maand (meestal 1 juli) na afloop van het belastingjaar. Nu berekent de Belastingdienst nog standaard heffingsrente vanaf 1 januari na afloop van het belastingjaar. Het percentage van de belastingrente zal wel hoger liggen dan nu het geval is en in de nieuwe regeling vergoedt de Belastingdienst alleen rente als de aanslag te laat wordt opgelegd.
13. Profiteer optimaal van de investeringsaftrek
Investeert u dit jaar voor meer dan €2.300 inbedrijfsmiddelen, dan heeft u recht op investeringsaftrek. Naast de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek komt u mogelijk ook in aanmerking voor de energie-investeringsaftrek of de milieu-investeringsaftrek. Door uw investeringen dit jaar goed te plannen, kunt u optimaal profiteren van de aftrek.
Voorkom dat u door veel kleine investeringen de drempel van € 2.300 net niet haalt. Kijk in dat geval of u investeringen naar voren kunt halen. Bij grote investeringen kan het verstandig zijn deze te spreiden over meerdere jaren. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek neemt namelijk af naarmate het totale investeringsbedrag groter wordt. Bedraagt het investeringsbedrag in 2012 meer dan € 306.931, dan is helemaal geen aftrek meer mogelijk.
|
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek |
2012 |
|
|
Investering meer dan |
Maar niet meer dan |
Aftrek |
|
- |
€ 2.300 |
0 |
|
€ 2.300 |
€ 55.248 |
28% van investeringsbedrag |
|
€ 55.248 |
€ 102.311 |
€ 15.470 |
|
€ 102.311 |
€ 306.931 |
€ 15.470 -/- 7,56% van het investeringsbedrag boven € 102.311 |
|
€ 306.931 |
- |
0 |
Let op!
Investeert u in een bedrijfsmiddel dat u in 2012 nog niet in gebruik neemt, dan kunt u voor de investeringsaftrek alleen uitgaan van het bedrag dat u dit jaar voor het bedrijfsmiddel heeft betaald.
Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de investeringsaftrek. Zo komen bedrijfsmiddelen waarvan het investeringsbedrag minder bedraagt dan € 450 niet in aanmerking. Ook effecten, goodwill, gronden, woonhuizen, dieren, vaartuigen voor representatie en personenauto's zijn uitgesloten van aftrek. Een zeer zuinige auto en een nulemissieauto komen wel in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Voor een elektrische auto kunt u aanvullend gebruikmaken van de milieu-investeringsaftrek.
Wilt u de investeringsaftrek toepassen, dan moet u hierom verzoeken in de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. U heeft alleen recht op de milieu- of energie-investeringsaftrek als het desbetreffende bedrijfsmiddel tijdig is aangemeld bij Agentschap NL (www.agentschapnl.nl).
Let op
Heeft u in de afgelopen vijf jaar gebruikgemaakt van de investeringsaftrek en verkoopt u het bedrijfsmiddel weer of stoot u het bedrijfsmiddel af, dan moet u de aftrek gedeeltelijk terugbetalen. Dit heet desinvesteringsbijtelling. Ook hier geldt een drempel € 2.300. Door de vijf-jaargrens kan het handig zijn om een desinvestering nog even uit te stellen.
14. Benut de herinvesteringsreserve
Heeft u dit jaar een bedrijfsmiddel verkocht en daarbij boekwinst behaald, dan betaalt u belasting over deze winst. Dit kunt u uitstellen door de boekwinst te reserveren in de herinvesteringsreserve. U moet dan wel een vervangingsvoornemen hebben. De herinvesteringstermijn bedraagt maximaal drie jaar na het jaar waarin u het bedrijfsmiddel heeft verkocht. Investeert u binnen deze termijn in een ander bedrijfsmiddel, dan boekt u de reserve af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel.
Heeft u in 2009 de boekwinst van een bedrijfsmiddel toegevoegd aan de herinvesteringsreserve, maar nog geen nieuw bedrijfsmiddel gekocht, dan heeft u hiervoor nog tot 31 december 2012 de tijd. Zo niet, dan valt de boekwinst alsnog vrij en moet u hierover belasting betalen. In bijzondere omstandigheden is het mogelijk om de herinvesteringstermijn te verlengen. Dit kan alleen als u hiervoor toestemming heeft van de Belastinginspecteur.
Tip
Ook als u bepaalde vermogensbestanddelen ter beschikking stelt aan bijvoorbeeld de bv, mag u een herinvesteringsreserve vormen. Deze mogelijkheid staat namelijk ook open voor de terbeschikkingsteller.
15. Voorkom verliesverdamping
Uw bedrijfsverliezen zijn niet onbeperkt verrekenbaar met uw bedrijfswinsten. Een verlies kunt u in de vennootschapsbelasting verrekenen met de belastbare winst uit het voorgaande jaar (carry-back) of met de winsten uit de komende negen jaar (carry-forward). Bent u ondernemer in de inkomstenbelasting, dan kunt u een verlies verrekenen in box 1 met positieve inkomsten uit de drie voorafgaande jaren en de negen volgende jaren.
Heeft u in 2003 een verlies geleden, laat dit verlies dan niet ongemerkt verdampen. Misschien kunt u dit jaar nog winst naar voren halen. Wilt u een bedrijfsmiddel verkopen, stel dit dan niet uit. Behaalt u met de verkoop een belaste (boek)winst dan kunt u hiermee namelijk nog openstaande verliezen verrekenen. Er zijn nog andere mogelijkheden om verliesverdamping te voorkomen. Raadpleeg hiervoor uw adviseur.
16. Verdien geld met innovatie
Voor innovatieve ondernemers is er een aantal fiscale innovatieregelingen. Zo is er de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) om de loonkosten voor deze werkzaamheden binnen uw bedrijf te verlagen. Ook de zelfstandig ondernemer die zich bezighoudt met innovatie kan onder voorwaarden gebruikmaken van de WBSO. Voor hem is er de S&O-aftrek voor zelfstandigen in de inkomstenbelasting. De Research en Development Aftrek (RDA) verlaagt de overige kosten van speur- en ontwikkelingswerk en tot slot kent de vennootschapsbelasting nog de innovatiebox. Winsten behaald met innovatieve activiteiten kunnen hierin worden ondergebracht. Voor deze winsten geldt een extra laag belastingtarief van 5% in plaats van 20 of 25%.
Bent u of zijn uw werknemers innovatief bezig en maakt u nu nog geen gebruik van bovenstaande regelingen, verdiep u dan eens in de mogelijkheden. Veel informatie is terug te vinden op www.agentschapnl.nl. Uiteraard kunt u ook terecht bij uw adviseur. Laat geen voordelen liggen. Omdat de regelingen zo populair zijn, wil de regering vanaf 2014 gaan bezuinigen op de WBSO, de RDA en de innovatiebox.
17. Btw-verhoging niet doorberekend? Geen nood
Het algemene btw-tarief is per 1 oktober 2012 omhooggegaan van 19 naar 21%. Op goederen die u levert of diensten die u verricht op of na 1 oktober 2012, moet u dus 21% btw in rekening brengen. Nu kan het zijn dat u bijvoorbeeld in september een factuur met 19% heeft uitgereikt voor prestaties die (deels) na 1 oktober plaatsvinden of worden voltooid. In dat geval had u op de vergoeding voor die prestaties 21% in rekening moeten brengen. Misschien wilt u deze extra verschuldigde btw niet op uw afnemers verhalen, omdat u het sturen van een extra factuur bijvoorbeeld te duur vindt. In dat geval mag u 21/121-19/119 van het originele brutobedrag aan de Belastingdienst betalen.
Een voorbeeld ter verduidelijking:
Stel oorspronkelijke nettoprijs: € 100
In rekening gebrachte btw: € 19
Oorspronkelijke brutoprijs: € 119
Op aangifte voldaan: € 19
In rekening gebrachte btw had moeten zijn: € 21 (€ 100 x 21%)
Te weinig in rekening gebracht: (€ 21 - € 19)
Nog af te dragen btw volgens formule: € 1,65 oftewel: 21/121-19/119 x € 119 (brutobedrag)
Dat scheelt u alsnog € 0,35 per € 100 netto.
Eindejaarstips 2012/ Tips voor de ondernemer in de inkomstenbelasting
18. Regel uw pensioen!
De AOW wordt de komende jaren versoberd en de AOW-gerechtigde leeftijd gaat steeds verder omhoog. Wilt u straks zorgeloos genieten van uw oude dag, dan zult u zelf iets moeten regelen. Er is een aantal fiscaal vriendelijke mogelijkheden om nu al te sparen voor later.
Vrijwillig pensioen opbouwen
Zelfstandig ondernemers mogen vanaf dit jaar nog tien jaar lang vrijwillig pensioen opbouwen via het pensioenfonds van het bedrijf waar zij het laatst in loondienst waren. Alle pensioenpremies die u betaalt, kunt u in aftrek brengen op de winst. Het pensioenfonds moet de vrijwillige voortzetting wel toestaan.
Verplicht pensioen opbouwen
Sommige ondernemers vallen onder een verplichte bedrijfs- of beroepspensioenregeling. De premies die u betaalt aan een bedrijfstakpensioenfonds voor verplichte deelname zijn aftrekbaar. Vanaf 1 januari 2015 krijgt u te maken met beperkingen voor de pensioenopbouw. De fiscale aftrekbaarheid van de premies is dan gebonden aan een aantal voorwaarden en aan een maximum dat bepaald wordt door de ondernemingswinst.
Opbouw via lijfrente
Sluit u een lijfrenteverzekering af voor uw oude dag of stort u bedragen op een geblokkeerde lijfrentespaarrekening/lijfrentebeleggingsrekening, dan zijn de premies of stortingen aftrekbaar in de inkomstenbelasting. De in de toekomst te ontvangen uitkeringen zijn te zijner tijd belast. De premie is alleen aftrekbaar als u in een jaar te weinig pensioenopbouw heeft (jaarruimte) of als u in de afgelopen zeven jaren te weinig pensioen heeft opgebouwd (reserveringsruimte). Wacht niet te lang met het afsluiten van een lijfrente, want volgend jaar zijn de advieskosten niet langer fiscaal aftrekbaar.
Sparen in de onderneming
Als ondernemer in de inkomstenbelasting heeft u de mogelijkheid om het geld voor uw oude dag voorlopig in het bedrijf te houden. Een gedeelte van de winst mag u namelijk toevoegen aan de oudedagsreserve. Over dit deel betaalt u nu geen inkomstenbelasting. Er zijn wel voorwaarden aan verbonden. Zo moet u bijvoorbeeld voldoen aan het urencriterium van 1.225 uur. De toevoeging bedraagt dit jaar 12% van de winst met een maximum van € 9.542. Eventuele pensioenpremies die al van de winst zijn afgetrokken, verminderen de toevoeging.
Let op!
De oudedagsreserve is een vorm van belastinguitstel. Op de opgebouwde reserve rust nog een belastingclaim. Op enig moment, vaak als u stopt met de onderneming, zult u moeten afrekenen. Toevoegen is meestal alleen aantrekkelijk als u nu in de hoogste belastingschijf zit.
Sparen in box 3
Een andere mogelijkheid om aan pensioenopbouw te doen, is zelf sparen of beleggen. U moet het opgebouwde vermogen wel opgeven in box 3 en belasting betalen over het bedrag dat boven het heffingvrij vermogen uitkomt. Het voordeel is dat u maximale vrijheid heeft om zonder bemoeienis en extra kosten van pensioenfondsen en verzekeraars uw eigen pensioenvermogen te beheren. Het nadeel is dat u geen fiscale voordelen heeft. Bovendien moet u sterk in uw schoenen staan om vast te houden aan de bestemming (uw zorgeloze oude dag) van uw spaar- of beleggingsvermogen.
19. Denk eens aan de bv
Per 1 oktober 2012 gelden er nieuwe regels voor alle bv's. Overweegt u de bv-vorm, dan maken deze regels de oprichting en overstap eenvoudiger. Wel kunt u als bestuurder of aandeelhouder eerder aansprakelijk gesteld worden voor schulden van uw bv. Bij de oprichting van een bv hoeft u niet langer een minimumkapitaal te storten van € 18.000. Bij de inbreng van een bestaande onderneming in de bv hoeft u geen accountantsverklaring meer te laten opstellen. Ook de verplichte accountantsverklaring die nodig was als u binnen twee jaar na oprichting zelf een transactie met uw bv deed, is komen te vervallen.
Tip
Hoewel de verplichte accountantsverklaring is komen te vervallen, is deze verklaring nog steeds nuttig. Bijvoorbeeld als de bv een externe financiering nodig heeft, of bij overleg met de Belastingdienst.
Het antwoord op de vraag of u wel niet moet overstappen op de bv-vorm is niet eenvoudig te geven. Bij zeer hoge winsten kan het om fiscale redenen voordeliger zijn om voor de bv-vorm te kiezen. Dit is echter lang niet altijd het geval. Daarvoor spelen te veel factoren en uw persoonlijke situatie een rol. Overweegt u de bv-vorm, overleg dan met uw adviseur.
20. Profiteer van de ondernemersfaciliteiten
Wilt u profiteren van een aantal aantrekkelijke ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek voor beginnende ondernemers en de meewerkaftrek, dan zult u moeten voldoen aan het urencriterium. Oftewel, u moet elk jaar minimaal 1.225 uren werken aan, in en voor uw bedrijf (bedrijven). Bent u niet alleen ondernemer maar bijvoorbeeld ook werknemer, dan is er nog een addertje onder het gras. U moet namelijk meer dan de helft van uw tijd aan uw bedrijf besteden. Vergeet dus niet uw uren te administreren. Zo kunt u bij vragen of controle van de Belastingdienst in ieder geval aantonen dat u aan het urencriterium voldoet.
Tip
Voor de MKB-winstvrijstelling hoeft u niet te voldoen aan het urencriterium. Deze vrijstelling vermindert uw belastbare winst uit onderneming na ondernemersaftrek (zoals de zelfstandigenaftrek) met 12%.
Er zijn plannen om het urencriterium in 2015 af te schaffen. Dan introduceert het kabinet een winstbox voor ondernemers. De diverse ondernemersfaciliteiten gaan dan op in deze box.
21. Laatste btw-aangifte: vergeet niet het privégebruik bedrijfsauto
Gebruikt u als ondernemer de auto van de zaak ook privé, dan moet u voor de btw met dit privégebruik rekening houden. De eventueel verschuldigde btw geeft u aan en betaalt u bij de laatste btw-aangifte van het jaar.
De regel is als volgt. Gebruikt u de auto van de zaak ook privé, dan kunt u de btw op de aanschaf, eventuele leasekosten, het onderhoud en het gebruik aftrekken. Uiteraard kan dit alleen als u de auto gebruikt voor belaste omzet. Omdat u de auto ook privé gebruikt, moet u voor het privégebruik btw betalen. U kunt daarvoor gebruikmaken van een forfaitaire regeling. Voor de btw-heffing over het privégebruik gaat u dan uit van 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en bpm.
Tip
Voor de auto die vijf jaar (inclusief het jaar van ingebruikneming) in de onderneming is gebruikt en tot uw bedrijfsvermogen hoort, geldt een lager forfait van 1,5%. Deze verlaging werkt terug tot 1 juli 2011. Ondernemers die bij de aankoop van een auto geen btw konden aftrekken, mogen al meteen gebruikmaken van het lagere percentage van 1,5%.
Was de auto in 2011 al langer dan vijf jaar in gebruik en behoort uw auto tot uw bedrijfsvermogen, dan heeft u mogelijk te veel btw betaald voor het privégebruik. Waarschijnlijk heeft u dit al met uw adviseur besproken en afgehandeld. Bent u daar niet zeker over, neem dan contact op met uw adviseur.
Tot slot moet u weten dat u ook btw mag betalen over het werkelijke privégebruik. Dit kan soms voordeliger zijn dan de forfaitaire regeling. U moet dan wel een sluitende kilometeradministratie bijhouden.
Eindejaarstips 2012/ Tips voor de bv en de dga
22. Dividenduitkering? Let op de uitkeringstoets!
Op 1 oktober is het nieuwe bv-recht ingegaan. Veel ondernemers met een bestaande bv gaan ervan uit dat het nieuwe recht niet op hen van toepassing is. Dat is maar gedeeltelijk waar. Het klopt dat bestaande statuten niet hoeven te worden aangepast. Maar waar veel ondernemers geen rekening mee houden, is dat er vanaf 1 oktober een uitkeringstoets geldt als de bv dividend gaat uitkeren. Ook bij bestaande bv's zal de uitkeringstoets moeten worden toegepast.
Het bestuur moet goedkeuring verlenen aan de dividenduitkering en zal vooraf een uitkeringstoets moeten uitvoeren. Uw SRA-adviseur kan u hiermee helpen. Uit de uitkeringstoets moet blijken dat de bv ook na de dividenduitkering aan haar verplichtingen kan blijven voldoen.
Let op
Als achteraf blijkt dat het bestuur de goedkeuring niet had mogen verlenen, dan zijn de bestuurders privé aansprakelijk voor het tekort dat is ontstaan, vermeerderd met de wettelijke rente van de dag van de dividenduitkering. Ook de aandeelhouder die wist of had moeten weten dat de dividenduitkering de bv in moeilijkheden zou brengen, kan verplicht worden om de onterecht ontvangen uitkering terug te betalen.
23. Fiscale eenheid? Let op stemrechten
Per 1 oktober is het bv-recht ingrijpend gewijzigd en dat heeft ook gevolgen voor het aangaan van een fiscale eenheid. Bij een fiscale eenheid wordt een aantal bv’s opgenomen in deze eenheid, waarbij deze bv’s gezamenlijk aangifte doen. Doorgaans is een fiscale eenheid dus voordelig, omdat u maar één keer aangifte vennootschapsbelasting hoeft te doen en omdat u positieve en negatieve resultaten van de bv’s onderling kunt verrekenen.
Het aangaan van een fiscale eenheid heeft onder meer de voorwaarde dat de moedermaatschappij ten minste 95% van het economische en juridische eigendom van de aandelen in de dochtermaatschappij bezit. Echter, door het vernieuwde bv-recht wordt het mogelijk om winst- en stemrechten over verschillende aandelen te verdelen. Hierdoor kan de situatie zich voordoen dat een moedermaatschappij weliswaar 95% van de aandelen in de dochtermaatschappij bezit, maar geen stemrechten. Het is niet de bedoeling dat er dan een fiscale eenheid kan worden gevormd. Daarom heeft het kabinet vastgesteld dat een moedermaatschappij voor het aangaan van een fiscale eenheid ook in het bezit is van ten minste 95% van de stemrechten in de dochtermaatschappij.
Let op!
Een groot nadeel van een fiscale eenheid is de aansprakelijkheid. Iedere vennootschap in een fiscale eenheid is hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschulden van de gehele groep. Dit is vervelend wanneer een van uw werkmaatschappijen in zwaar weer zit en mogelijk in een faillissement terecht komt.
24. Uw pensioen-bv in zwaar weer? Stempel eenmalig af
Door de economische crisis is het niet ondenkbaar dat uw pensioen-bv daar ook onder te lijden heeft. Door tegenvallende beleggings- en ondernemingsverliezen kan uw pensioen-bv zelfs worden geconfronteerd met een lagere dekkingsgraad. Er is dan sprake van onderdekking. U kunt echter niet zomaar uw in eigen beheer opgebouwde pensioenaanspraken verminderen zonder dat dit fiscale gevolgen heeft. De Belastingdienst ziet dit namelijk als afkoop van uw pensioen.
Het wordt volgend jaar mogelijk om onder bepaalde voorwaarden eenmalig, op de pensioeningangsdatum, een vermindering van de pensioenaanspraken toe te passen. Dit afstempelen is bij pensioenfondsen al heel gebruikelijk. De voorwaarden zijn streng. Zo kan dit alleen als er sprake is van onderdekking door reële beleggings- en ondernemingsverliezen. Dit is het geval als de dekkingsgraad minder is dan 75%. Ook wordt er streng op toegezien dat de te lage dekkingsgraad niet is ontstaan door dividenduitkeringen aan de dga of door onvolwaardige of afgewaardeerde vorderingen op de dga.
Een dividenduitkering door de pensioen-bv met onderdekking vlak voor de pensioendatum ingaat, is dus niet verstandig. Ook ziet het ernaar uit dat u als dga eventuele schulden aan de pensioen-bv eerst zult moeten aflossen voordat de mogelijkheid van eenmalig afstempelen in beeld komt.
Let op
Voor pensioenuitkeringen die nu al lopen, geldt een overgangsregeling. Hierdoor kan het eenmalig afstempelen in dergelijke situaties in de periode 2013 tot en met 2015 ook van toepassing zijn.
Eindejaarstips 2012/ Tips voor werkgevers
25. Volgend jaar eenmalig werkgeversheffing hoge lonen
Bedraagt het loon van uw werknemer dit jaar meer dan € 150.000, dan wordt u volgend jaar geconfronteerd met een extra werkgeversheffing. De werkgeversheffing is eenmalig in 2013 en bedraagt 16% over het meerdere boven de € 150.000. Er wordt uitgegaan van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking voor het hele jaar 2012, inclusief alle structurele en incidentele beloningen en dus ook inclusief de bijtelling van de auto.
Stel, uw werknemer verdient dit jaar een jaarloon van € 170.000. De werkgeversheffing moet u berekenen over het meerdere boven de € 150.000. In dit geval dus € 20.000. De werkgeversheffing 'hoge lonen' bedraagt dan 16% van € 20.000, oftewel € 3.200.
De extra werkgeversheffing komt boven op de reguliere loonkosten die u als werkgever al heeft. Een forse lastenverzwaring, waar u wellicht nu al rekening mee wilt houden. U bent de werkgeversheffing op 31 maart 2013 verschuldigd en moet u in dat aangiftetijdvak aangeven en afdragen aan de Belastingdienst.
Tip
De werkgeversheffing is in beginsel eenmalig. U krijgt er dus waarschijnlijk niet meer mee te maken in 2014.
26. Verdiep u in de Werkkostenregeling
Vanaf 1 januari 2011 kunnen werkgevers gebruik maken van de Werkkostenregeling. Tot nu toe hebben nog maar weinig werkgevers de overstap gemaakt. De Werkkostenregeling is namelijk nog niet verplicht. Tot en met 2013 mag u nog kiezen voor het oude systeem van (vrije) vergoedingen en verstrekkingen in de loonsfeer. De Werkkostenregeling betekent voor u werk aan de winkel. Verdiep u nu al in de Werkkostenregeling, want voor u het weet is het 2014 en is de regeling verplicht.
De Werkkostenregeling in het kort
De regeling komt op het volgende neer: u mag tot maximaal 1,4% (volgend jaar waarschijnlijk 1,5%) van de totale fiscale loonsom gebruiken voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan uw werknemers. Dit heet de vrije ruimte. Over het bedrag boven deze vrije ruimte betaalt u loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80%. Voor bepaalde vergoedingen en verstrekkingen gelden gerichte vrijstellingen, zoals voor cursussen, maaltijden bij overwerk en zakelijke verhuiskosten. Voor bepaalde vormen van loon in natura geldt een nihilwaardering. Denk bijvoorbeeld aan de ter beschikking gestelde mobiele telefoon of smartphone, waarvan het zakelijk gebruik meer dan 10% is.
Bereid u op tijd voor
De keuze voor de Werkkostenregeling is niet van de ene op de andere dag gemaakt. U zult zich goed moeten voorbereiden. Dat kan door vier stappen te volgen:
- Inventariseer alle vergoedingen en verstrekkingen. De gegevens vindt u terug in uw boekhouding, het personeelshandboek, individuele arbeidscontracten en aanvullende arbeidsvoorwaarden.
- Deel de kosten in: wat valt onder de vrije ruimte, vallen bepaalde vergoedingen of verstrekkingen onder de gerichte vrijstelling of is wellicht een nihilwaardering van toepassing?
- Bepaal de fiscale loonsom. Hier moet u uitgaan van een schatting. Wellicht heeft u al aardig in kaart waar het totale fiscale loon eind 2012 op uitkomt. Volgend jaar hoort de werkgeversbijdrage Zvw niet meer tot het fiscaal loon van uw werknemers. Dat betekent dat het belastbaar (fiscaal) loon van uw werknemers volgend jaar dus iets daalt. Houd hier rekening mee in uw schatting.
- Overleg op tijd met uw werknemers en de ondernemingsraad. Het kan zijn dat u door de Werkkostenregeling bestaande arbeidsvoorwaarden moet aanpassen. In de meeste gevallen heeft u hiervoor toestemming nodig van uw werknemers. Overleg is dan ook geboden. Sluit u een nieuw arbeidscontract af, houd dan alvast rekening met de komst van de Werkkostenregeling.
27. Uniformering loonbegrip? Ken de veranderingen
Vanaf 1 januari wordt het loonstrookje van uw werknemers korter en eenvoudiger. Er komt dan namelijk één loonbegrip voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen, de premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw). Door de uniformering van het loonbegrip wijzigt de loonstaat. Maakt u gebruik van een salarissoftwarepakket, dan is de gewijzigde loonstaat hierin op tijd verwerkt. Informeer desnoods bij de softwareleverancier. Gebruikt u een zelfgebouwd softwarepakket voor de salarissen, dan moet u zelf rekening houden met de wijzigingen in de loonstaat.
Het uniformeren van het loonbegrip heeft voor u als werkgever belangrijke gevolgen voor onder andere:
- de vergoeding van de bijdrage Zvw;
- de bijtelling privégebruik auto;
- de levensloopregeling.
Let op
Er blijven nog twee uitzonderingen bestaan op het uniforme loonbegrip. Allereerst is loon uit vroegere dienstbetrekking, zoals pensioen, wel loon voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen en de Zvw, maar geen loon voor de werknemersverzekeringen. Ten tweede is eindheffingsloon, bijvoorbeeld voor geschenken in natura, geen loon voor de werknemersverzekeringen en de Zvw. Dit laatste kan anders zijn bij een naheffingsaanslag.
Vergoeding van de bijdrage Zvw
Nu houdt u de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw nog in op het loon van de werknemer en u vergoedt als werkgever tegelijkertijd de bijdrage. Uw werknemer is over deze vergoeding loonbelasting/premie volksverzekeringen verschuldigd. Vanaf 1 januari 2013 wordt de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw vervangen door een werkgeversheffing Zvw. De werknemer ziet de inkomensafhankelijke bijdrage niet meer terug op zijn loonstrook. Hij is de bijdrage niet meer verschuldigd en uw bijdrage (de nieuwe werkgeversheffing) wordt niet gezien als loon voor de werknemer.
Let op
De bijdrage Zvw wordt niet helemaal afgeschaft. Voor bepaalde werknemers, zoals de directeur-grootaandeelhouder die niet verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen, verandert er niets. Als werkgever blijft u in dat geval de bijdrage Zvw inhouden op het nettoloon. De bijdrage (een bepaald percentage) wordt berekend over het loon voor de Zvw.
Bijtelling privégebruik auto
Een andere belangrijke wijziging is de behandeling van de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak. Nu is deze bijtelling nog loon voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen en de Zvw, maar geen loon voor de werknemersverzekeringen. Vanaf 1 januari 2013 is de bijtelling privégebruik auto ook loon voor de werknemersverzekeringen. Haalt uw werknemer nu niet het maximumpremieloon, maar straks wel doordat de auto van de zaak voortaan meetelt, dan moet u volgend jaar meer premies werknemersverzekeringen afdragen.
Levensloopregeling
Spaart uw werknemer in een levensloopregeling, dan is de inleg per 1 januari 2013 geen loon meer, dus ook niet voor de werknemersverzekeringen. De inleg is dan aftrekbaar voor alle loonheffingen en uw bijdrage is geen loon.
Neemt uw werknemer in 2013 levenslooptegoed op, dan is deze opname loon voor alle loonheffingen, dus inclusief de werknemersverzekeringen.
Let op
Is uw werknemer op 1 januari 2013 61 jaar of ouder, dan is de opname uit het levenslooptegoed ook in 2013 geen loon voor de werknemersverzekeringen. Deze opname wordt namelijk gezien als loon uit vroegere dienstbetrekking.
28. Verklaring geen privégebruik auto werknemer? Blijf op de hoogte
Heeft u als werkgever van uw werknemer een 'verklaring geen privégebruik auto' ontvangen, dan hoeft u geen bijtelling meer toe te passen. De werknemer verklaart hiermee dat hij met de auto niet meer dan 500 privékilometers per jaar gaat rijden. De verklaring werkt voor u als werkgever als een soort vrijwaring. Mocht achteraf blijken dat de werknemer toch meer privékilometers heeft gereden dan krijgt niet u als werkgever, maar de werknemer zelf een naheffingsaanslag met boete. Dit is alleen anders als u weet dat u de bijtelling onterecht niet toepast. U weet bijvoorbeeld dat de werknemer toch meer privékilometers rijdt. Vanaf 1 januari 2012 geldt er een zwaardere informatieverplichting. Is er sprake van onjuistheden of onvolledigheden, dan moet u uit eigen beweging de Belastingdienst hiervan op de hoogte stellen.
Tip
Vergeet niet de 'Verklaring geen privégebruik auto' bij uw loonadministratie te bewaren. Zolang er geen wijzigingen zijn, blijft de verklaring geldig. In november ontvangt uw werknemer een brief van de Belastingdienst waarmee hij wijzigingen kan doorgeven. Informeer hiernaar bij uw werknemer en administreer eventueel ook het wijzigingsformulier. Zo bent u er in ieder geval op tijd van op de hoogte of u volgend jaar wel of geen rekening moet houden met een bijtelling.
Eindejaarstips 2012/ Tips voor de automobilist
29. Schaf nog dit jaar een zuinige auto aan!
Gebruikt u de auto van de zaak ook privé, dan krijgt u te maken met een bijtelling. Hoe hoog deze bijtelling is, hangt af van de CO2-uitstoot van de auto. Elk jaar scherpt de overheid de normen aan om in aanmerking te kunnen komen voor de lage bijtellingspercentages van 14 en 20%. Dat is ook het geval per 1 januari 2013. Wilt u in 2013 fiscaal voordelig rijden en niet in de hoogste bijtelling van 25% vallen, dan is het de moeite waard om nog dit jaar uit te kijken naar een model dat voldoet aan de CO2-normen voorde bijtelling van 14 en 20%.
In 2013 kunt u in de 14%-categorie vallen wanneer u een niet-dieselauto koopt die minder dan 96 gr/km uitstoot (is nu minder dan 103) of in de 20%-bijtelling wanneer u een niet-dieselauto koopt die een uitstoot heeft tussen 96 en de 124 gr/km (is nu tussen de 103 en 132). Wanneer uw auto een hogere uitstoot heeft dan de 20%-categorie, valt u automatisch in de hoogste bijtellingscategorie van 25%.
Voor dieselauto’s zijn de cijfers als volgt:
- 14%: minder dan 89 gr/km (nu minder dan 92 gr/km);
- 20%: tussen de 89 en 112 gr/km uitstoot (nu tussen de 92 en 114 gr/km).
Let op
De lage bijtelling gaat in op het moment dat het kenteken van de auto voor het eerst op naam wordt gesteld. Wees dus op tijd met uw beslissing om een zuinige auto aan te schaffen in verband met levertijden van nieuwe auto’s.
De aangeschafte auto blijft het bijtellingspercentage bij aanschaf houden voor een periode van zestig maanden. Aan het eind van die periode wordt bekeken of de auto tegen de dan geldende CO2-grenzen opnieuw voor een verlaagd bijtellingspercentage in aanmerking komt.
Tip
Ook de BPM en de motorrijtuigenbelasting doen mee in het fiscale feestje wanneer u een schone auto aanschaft. Tot 1 januari 2014 geldt een vrijstelling voor de motorrijtuigenbelasting bij niet-dieselauto’s die 110 gr/km of minder uitstoten en bij dieselauto’s die 95 gr/km of minder uitstoten. Personenauto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km zullen tot en met 2015 worden vrijgesteld. Ook in de BPM, de aanschafbelasting van een auto, blijft een vrijstelling bestaan voor de meest zuinige auto’s.
Er bestaat ook een 0% bijtellingscategorie! U moet dan wel een auto aanschaffen die niet meer dan 50 gr/km aan CO2 uitstoot. Dit 0%-tarief geldt voor auto’s die vanaf 1 januari 2012 zijn aangeschaft.
30. Klassiekervrijstelling van de baan
Voor liefhebbers van oude auto’s valt er een forse tegenvaller te noteren. De vrijstelling in de motorrijtuigenbelasting voor oldtimers wordt vanuit milieuoverwegingen afgeschaft!
De besparing voor het kabinet staat genoteerd voor 2014. U heeft volgend jaar dus nog de tijd om te overwegen wat u doet met uw klassieker.
De plannen om de vrijstelling voor oldtimers af te schaffen, worden in de loop van volgend jaar definitief uitgewerkt. Dan zal ook bekend worden of er bijvoorbeeld een overgangsregeling wordt getroffen en of uw klassieker in hetzelfde tarief gaat vallen als moderne auto’s. Daarna zal de eventuele afschaffing per 1 januari 2014 van kracht worden.
Tip
Veel liefhebbers van oldtimers kunnen hun hobby bekostigen omdat zij onder meer het voordeel van de vrijstelling in hun zak kunnen steken. Wacht nog even de politieke ontwikkelingen in 2013 af voordat u eventueel besluit uw oldtimer de deur uit te doen. Wellicht worden de plannen verzacht of gaan ze door lobbywerk van de autobranche niet door.
31. Hogere kosten voor uw autoverzekeringen
De assurantiebelasting gaat volgend jaar aanzienlijk omhoog: van 9,7 naar 21%. Ondernemers en werkgevers met een groot wagenpark kunnen per 1 januari 2013 dus een forse lastenverzwaring tegemoet zien.
Leaseauto's zijn vaak zwaar verzekerd en hierop zit ook assurantiebelasting. Of het leasebedrijf deze verhoging gaat doorberekenen, kan voor u een belangrijk onderhandelingspunt zijn.
Let op
Het nieuwe tarief van 21% is van toepassing op alle premies die na 31 december 2012 vervallen.
Wanneer u uw auto(’s) van de zaak zelf hebt verzekerd, is er een aantal basisvragen waarop u antwoord moet geven om uw verzekeringsportefeuille op (onnodige) kosten te controleren:
- Zijn aanvullende verzekeringen zoals een verkeersrechtsbijstandverzekering of een ongevallenverzekering voor inzittenden, wel werkelijk nodig?
- Is er geen goedkopere verzekeraar voor een simpele WA-verzekering?
- Kunt u wellicht de dekking van de polis versoberen? Denk bijvoorbeeld aan een volledige cascodekking die niet langer nodig is.
32. Registreer uw kilometers
Heeft u liever geen bijtelling voor de auto van de zaak? Dat kan, maar dan mag u op jaarbasis niet meer dan500 kilometerprivé rijden. U kunt dit aantonen met bijvoorbeeld een rittenregistratie. Zoals het er nu naar uitziet, beschouwt de Belastingdienst uw woon-werkkilometers ook volgend jaar als zakelijk. Deze tellen dus niet mee voor de 500-kilometergrens. In de rittenregistratie moet u niet alleen een aantal basisgegevens vermelden, maar ook de gegevens per rit.
Basisgegevens
- het merk van de auto;
- het type auto;
- het kenteken van de auto;
- de periode waarin u de auto hebt gebruikt;
- de ritgegevens.
Gegevens per rit:
- de datum;
- de begin- en de eindstand van de kilometerteller;
- het vertrek- en het aankomstadres;
- de privé-omrijkilometers als tijdens een rit zowel zakelijke als privékilometers worden gereden.
Let op
Voldoet uw rittenregistratie niet, dan krijgt u alsnog te maken met de bijtelling, tenzij u op een andere manier kunt aantonen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé hebt gereden. De Belastingdienst legt dan een naheffingsaanslag op. Daarnaast kan de Belastingdienst ook een boete opleggen van € 4.920.
Eindejaarstips 2012/ Tips voor de woningeigenaar
33. Koopplannen? Wat doet de hypotheek?
Bent u van plan om een huis te kopen en heeft u niet eerder een eigen woning gehad of niet eerder een eigenwoningschuld, dan valt u onder het begrip 'starter'.
Gaat u volgend jaar een lening (hypotheek) aan voor een eigen woning, dan is de rente op deze lening alleen nog aftrekbaar als de lening in maximaal dertig jaar en ten minste volgens een annuïtair schema volledig wordt afgelost. Bovendien moeten de aflossingsverplichtingen bij het aangaan van de hypothecaire schuld zijn overeengekomen in de leningovereenkomst en de aflossingen moeten ook daadwerkelijk plaatsvinden.
Een gedeeltelijk aflossingsvrije lening of een spaarhypotheek is nog steeds mogelijk, maar de rente op deze schulden is niet meer aftrekbaar.
Tip
Bij een annuïteitenhypotheek profiteert u meteen fors van de hypotheekrenteaftrek. Dat komt omdat het aandeel rente bij deze hypotheekvorm in het begin groter is dan de aflossing.
Overigens kunt u de komende jaren steeds minder lenen. In 2018 mag de maximale omvang van een hypotheek niet hoger zijn dan de marktwaarde van de woning. Dit heet de Loan to Value-ratio. Deze is dan 100%. Nu is deze ratio nog 104% plus de overdrachtsbelasting. Dit percentage wordt vanaf volgend jaar in zes gelijke stappen afgebouwd.
Voor bestaande huiseigenaren met een hypotheekschuld verandert er volgend jaar nog niets, zolang u in uw huidige woning blijft wonen en de financiering ongemoeid laat.
34. Haal een verbouwing naar voren
Heeft u verbouwplannen, hou dan rekening met het volgende. Wanneer u hiervoor volgend jaar een lening aangaat of uw bestaande hypotheek wordt voor deze verbouwing opgehoogd, dan geldt voor dat nieuwe deel dat de rente alleen nog aftrekbaar is als de lening in maximaal dertig jaar en ten minste volgens een annuïtair schema volledig wordt afgelost. Mocht dit voor u niet gewenst zijn, kom dan in actie. Ga samen met uw hypotheekadviseur na of het in uw geval verstandig is om uw verbouwingsplannen naar voren te halen.
35. Hypotheekrente aan banden
De komende jaren kunt u steeds een beetje minder hypotheekrente in aftrek brengen. Vanaf 2014 wordt het maximumpercentage (52%) waartegen hypotheekrente kan worden afgetrokken in 28 jaar afgebouwd naar het tarief van de derde schijf (38%) in de inkomstenbelasting. Dit gebeurt in stappen van een 0,5% per jaar. Deze maatregel geldt zowel voor bestaande hypotheekleningen als voor nieuwe hypotheekleningen.
Let op!
Alhoewel de afbouw van de renteaftrek pas vanaf 2014 gaat starten en dit zeer geleidelijk plaatsvindt, ondervindt u al direct een fors nadeel als u tot de middeninkomens behoort. De nieuwe regering is namelijk van plan om in 2014 het tarief van de derde belastingschijf te verlagen van 42% naar 38%. Bij een hypotheek van € 300.000 tegen 5% rente levert u dat direct een nadeel op van € 600 per jaar.
36. Los een kleine hypotheek af
Heeft u nog maar een lage hypotheekschuld, dan kan het verstandig zijn om de hypotheek af te lossen. Dit is vaak het geval als de aftrekbare hypotheekrente minder is dan het eigenwoningforfait dat u moet betalen en u veel vermogen in box 3 heeft. Een en ander is echter ook afhankelijk van het rendement dat u behaalt op box 3-vermogen en de mogelijkheid om een bestaande hypotheek boetevrij af te lossen. Wilt u weten of aflossen voor u de beste optie is, neem dan contact op met uw adviseur.
37. Profiteer van de lagere overdrachtsbelasting
Koopt u een woning, dan hoeft u voortaan maar 2% overdrachtsbelasting te voldoen. De overdrachtsbelasting is namelijk per 1 juli 2012 structureel verlaagd van 6% naar 2%. Garages, tuinen, schuren en dergelijke vallen ook onder het lage tarief, mits u deze tegelijkertijd met de woning aankoopt. In 2013 wordt dit soepeler. Ook als u een garage, een stuk tuin of een schuur later aankoopt dan het tijdstip waarop u de woning verkrijgt, bent u slechts 2% overdrachtsbelasting verschuldigd.
Gaat u binnenkort op zoek naar een nieuwe woning, kijk dan goed naar de datum van de vorige levering van deze woning. Heeft de verkoper de woning zelf op of na 1 september 2012 verkregen, dan kunt u een beroep doen op vermindering van overdrachtsbelasting. U betaalt dan alleen overdrachtsbelasting over de meerwaarde. Dit is het verschil tussen wat u voor de woning betaalt en wat de verkoper voor de woning heeft betaald. Is de koopprijs gelijk aan of lager dan wat de verkoper voor het huis heeft betaald, dan betaalt u zelfs helemaal geen overdrachtsbelasting. Er is dan namelijk geen sprake van meerwaarde.
38. Restschuld? De overheid komt u tegemoet
Verkoopt u uw woning en blijft u met een restschuld zitten, dan is er goed nieuws. De rente die u betaalt op een restschuld die is ontstaan tussen 1 januari 2013 en 31 december 2017 kunt u tijdelijk (maximaal vijf jaar) in mindering brengen op uw belastbaar inkomen in box 1. U hoeft de schuld niet af te lossen. Na vijf jaar zijn de rente en de kosten niet meer aftrekbaar.
39. Sluit een kapitaalverzekering eigen woning af
Sluit u een kapitaalverzekering eigen woning af, een spaarrekening eigen woning of een beleggingsrecht eigen woning dan heeft u recht op een aantal voordelen. Zo is de uitkering tezijnertijd tot een bepaald bedrag belastingvrij. Wel bent u verplicht om de uitkering te gebruiken voor het aflossen van de eigenwoningschuld. Over de opgebouwde waarde hoeft u geen belasting in box 3 te betalen.
Wilt u een kapitaalverzekering, spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning afsluiten, wacht dan niet tot volgend jaar. Voor polissen die op of na 1 januari 2013 worden afgesloten, is namelijk geen vrijstelling meer mogelijk in box 1. De waarde van een dergelijke polis wordt standaard meegenomen in box 3, ook als de latere uitkering wordt gebruikt voor het aflossen van de eigenwoningschuld.
De vrijstelling in box 1 blijft wel bestaan voor bestaande gevallen. Mits u het verzekerd kapitaal of de over te maken bedragen bij een spaarrekening of een beleggingsrecht eigen woning niet verhoogt, blijft het ook mogelijk om bijvoorbeeld een kapitaalverzekering om te zetten in een andere kapitaalverzekering.
Tip
In specifieke gevallen blijft het mogelijk om ook na 31 december 2012 nog een kapitaalverzekering, spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning af te sluiten en toch in aanmerking te komen voor de vrijstelling. Dit is het geval als u vóór of uiterlijk op 31 december 2012 een onherroepelijke koopovereenkomst of koop-aannemingsovereenkomst heeft afgesloten voor een eigen woning.
40. Betaal hypotheekrente vooruit
Betaalt u belasting in box 3, dan kan het verstandig zijn om alvast hypotheekrente van volgend jaar vooruit te betalen. Hiermee vermindert u de belasting die u moet betalen over uw vermogen (box 3). Ook als u volgend jaar in een lager belastingtarief valt, kan het verstandig zijn om dit jaar alvast hypotheekrente vooruit te betalen. U heeft dan nu wat extra renteaftrek tegen een hoger tarief. Vooruitbetalen kan alleen als u de spelregels in acht neemt. Zo moet de rente die u in 2012 vooruitbetaalt betrekking hebben op de eerste zes maanden van 2013. Betaalt u voor meer maanden vooruit, dan is de vooruitbetaalde rente niet aftrekbaar in 2012. Deze rente wordt dan evenredig verdeeld over de kalendermaanden waarop de rentebetaling betrekking heeft. Overleg ook met de hypotheekverstrekker of vooruitbetaling van rente wel mogelijk is.
Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan. Verschijningsdatum: 9 november 2012.
Eindejaarstips 2011/ Tips voor alle belastingplichtigen
Algemeen
1. Fiscale partnerbegrip uitgebreid
Bent u ongehuwd samenwonend? En staat u samen met een minderjarig kind van een van u beiden op hetzelfde adres in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven? U wordt dan per 1 januari 2012 als fiscale partner aangemerkt. De reden voor deze wijziging is dat ongehuwd samenwonende partners meer voordelen genieten dan ouders die wel als partner worden aangemerkt. Het voordeel zit in de kindgerelateerde faciliteiten, met name bij kinderen tot 18 jaar. Denk hierbij aan de inkomensafhankelijke combinatiekorting en toeslagen zoals het kindgebonden budget.
Let op
Alleen nog in 2011 heeft u mogelijk als ongehuwd samenwonenden met minderjarige kinderen in het gezin uit een andere relatie, de ‘samengestelde gezinnen’, een onbedoeld financieel voordeel ten opzichte van andere gezinnen met kinderen. Indien u kunt aantonen dat u op zakelijke basis een deel van de woning huurt van de ander, wordt u niet als fiscale partner aangemerkt!
2. Nieuwe renteregeling vanaf 2013
Er komt een nieuwe renteregeling voor het heffen en vergoeden van rente bij belastingaanslagen. Heffingsrente heet dan belastingrente. Het tijdvak waarover belastingrente wordt berekend, vangt straks aan op de eerste dag van de zevende maand (meestal 1 juli) na afloop van het belastingjaar. Nu wordt nog standaardheffingsrente gerekend vanaf 1 januari na afloop van het belastingjaar. De nieuwe renteregeling gaat gelden voor aanslagen inkomstenbelasting 2012 en aanslagen vennootschapsbelasting voor boekjaren die aanvangen op 1 januari 2012 of later.
Belastingrente zal onder de nieuwe regeling alleen worden vergoed als de Belastingdienst na indiening van een verzoek of aangifte meer dan dertien weken doet over het opleggen van een aanslag. De rente gaat in vanaf het moment dat de belastingaanslag opgelegd had moeten zijn tot zes weken na de dagtekening van de aanslag. Voor belastingaanslagen met een uit te betalen bedrag die overeenkomstig een verzoek van de belanghebbende worden vastgesteld, geldt een afdoeningstermijn van acht weken.
Voorbeeld
Over het belastingjaar 2012 wordt op 15 mei 2013 aangifte IB gedaan. De Belastingdienst legt vervolgens, conform de aangifte, op 1 april 2014 een definitieve aanslag van € 900 op (waarmee geen voorheffingen zijn verrekend). Omdat de aanslag is vastgesteld na 30 juni 2013, wordt rente in rekening gebracht vanaf 1 juli 2013. De renteperiode eindigt – volgens de hoofdregel – zes weken na 1 april 2014. Omdat de Belastingdienst langer dan dertien weken heeft gedaan over de vaststelling van deze aanslag, is de uitzondering van toepassing. Dit leidt ertoe dat de renteperiode negentien weken na ontvangst van de aangifte eindigt; dus negentien weken na 15 mei 2013.
3. In rekening te brengen invorderingsrente
Ten aanzien van de in rekening te brengen invorderingsrente wijzigt er in wezen niets. Ook onder de nieuwe regeling zal invorderingsrente in rekening worden gebracht over het op de vervaldag openstaande aanslagbedrag tot betalingsdatum.
4. Betaal uw lijfrentepremie 2011 uiterlijk 31 december!
Wilt u nog in 2011 gebruikmaken van de aftrek voor lijfrentepremie, dan dient u deze ook in 2011 te betalen. U heeft niet meer de mogelijkheid om de eventueel voor 1 april 2012 betaalde lijfrentepremie alsnog in 2011 als aftrekpost te claimen.
Let op
Controleer uw lijfrentepolis op de vervaldatum van uw jaarpremie. Wijzig – indien nodig – de premievervaldatum!
Auto (van de zaak)
5. Schaf vóór 1 juli 2012 zuinige leaseauto aan
Per 1 juli 2012 wordt de bijtelling voor zuinige auto’s gewijzigd. De aan de bijtelling gekoppelde CO2-waarden worden verder aangescherpt. Kort samengevat zijn er twee mogelijke situaties:
- U schaft vóór 1 juli 2012 een zuinige auto aan.
In dit geval blijft u profiteren van de lage bijtelling van 14% of 20% indien de auto vóór 1 juli voor het eerst op naam is gesteld en onafgebroken vóór en vanaf 1 juli 2012 ter beschikking staat. Zolang de auto maar niet van eigenaar verandert dan wel aan dezelfde persoon ter beschikking blijft staan, blijft de lage bijtelling van toepassing. - U schaft na 1 juli 2012 een zuinige auto aan.
In deze situatie kunt u gedurende 60 maanden profiteren van de lage bijtelling. Na de periode van 60 maanden geldt voor u het bijtellingspercentage volgens de criteria die op dat moment zullen gelden.
Let op
Bent u van plan een zuinige auto van de zaak aan te schaffen? Wij adviseren u dit te doen vóór 1 juli 2012. Het krijgen van een auto op kenteken kan enige tijd duren. Zorg er dus voor dat u uw auto vóór 1 juli 2012 op kenteken krijgt. De regeling is overigens complex van aard en bevat diverse bijzondere bepalingen die in uw specifieke geval wel of niet van toepassing kunnen zijn!
6. Pas btw-correctie toe op auto van de zaak
Vanaf 1 juli moet u over het werkelijke privégebruik 19% btw gaan betalen. Ook het woon-werkverkeer valt onder de privé gereden kilometers. U kunt het werkelijke privégebruik berekenen door een kilometeradministratie bij te houden, maar u mag dit ook forfaitair berekenen. Voor de btw-heffing over het privégebruik gaat u dan uit van 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en BPM) van de auto. De btw-correctie is hiermee niet meer gekoppeld aan de bijtelling in de LB/IB.
Let op
In de laatste btw-aangifte van 2011 moet u beide regelingen toepassen. De oude regeling tot 1 juli en de nieuwe regeling vanaf 1 juli. Vanaf 1 januari 2012 past u alleen nog de nieuwe regels toe.
Eigen woning
7. Bespaar overdrachtsbelasting bij doorverkoop bestaande woning
Als u een woning heeft gekocht en deze binnen zes maanden doorverkoopt, dan is bij de tweede overdracht alleen overdrachtsbelasting verschuldigd over het verschil tussen de nieuwe en de oude koopsom. De termijn van maximaal zes maanden is voor 2011 opgerekt naar twaalf maanden. Koopt u een huis op 1 januari 2012 of later, dan is de oude termijn van zes maanden weer van toepassing.
Let op
Mocht u dit jaar een woning hebben gekocht en deze willen doorverkopen, dan kunt u gedurende twaalf maanden na aankoop van de woning profiteren van deze tegemoetkoming in de overdrachtsbelasting.
8. Overdrachtsbelasting verlaagd
Met ingang van 15 juni 2011 kunt u profiteren van het verlaagde tarief van de overdrachtsbelasting bij het verkrijgen van een woning. De overdrachtsbelasting voor woningen is (tijdelijk) verlaagd van 6% naar 2%.
Let op
De verlaging van overdrachtsbelasting is tijdelijk en vervalt per 1 juli 2012. Het is dus interessant om voor die tijd een huis te kopen.
9. Controleer op lagere WOZ-waarde in 2012
In deze tijd van economische recessie kan het zijn dat uw woning een veel lagere waarde heeft in het economisch verkeer dan de waarde die in de WOZ-beschikking is opgenomen. U kunt tegen de WOZ-beschikking bezwaar maken. De gemeente moet uw bezwaarschrift binnen zes weken na dagtekening van de beschikking hebben ontvangen.
Tip
Is uw WOZ-waarde volgens u te hoog, maak dan binnen zes weken bezwaar. Op het moment dat u bezwaar maakt, mag de WOZ-beschikking nog niet definitief vaststaan.
Inkomen uit sparen en beleggen
10. Waardering duurzaam verpachte woningen
Met terugwerkende kracht tot 1 januari 2011 mogen duurzaam verpachte woningen in box 3 en voor de schenk- en erfbelasting worden gewaardeerd op een lagere waarde dan de WOZ-waarde. Al dit jaar kan voor de waardering worden aangesloten bij de bestaande tabel (artikel 17a Uitvoeringsbesluit IB 2001 en artikel 10a Uitvoeringsbesluit SW). Voorwaarde is wel dat de pachtovereenkomst moet zijn aangegaan voor ten minste twaalf jaar.
11. Houd één peildatum in box 3 bij in 2011
Per 1 januari 2011 geldt als peildatum voor de vaststelling van uw box 3- inkomen, enkel nog 1 januari van elk kalenderjaar. Voor 2011 hoeft u uw bezittingen en schulden dan alleen nog op de peildatum 1 januari 2011 vast te stellen.
Tip
Bent u voornemens om uw eigen woning te verkopen en heeft u de mogelijkheid om de verkoop uit te stellen tot na 1 januari 2012? De gerealiseerde meerwaarde (netto verkoopsom na aflossing van de woning drukkende lasten) maakt dan geen deel uit van uw box 3-vermogen en valt dan onder de vermogensrendementsheffing. U bespaart dan netto 1,2% van de ontvangen koopsom. Bij een gerealiseerde meerwaarde van € 200.000 bespaart u toch al snel € 2.400 netto!
Schenken
12. Vraag zakelijke rente voor lening aan uw kind
Het kan interessant zijn om uw kind geld te lenen voor de aankoop van een eigen woning of voor een onderneming. Voor de ouder vormt de lening een bezitting in box 3 waarover 1,2% belasting verschuldigd is (30% van 4%), maar voor het kind is de lening voor een eigen woning of de onderneming een schuld in box 1 waarvan de rente in aftrek kan komen op het box 1-inkomen. De Belastingdienst gaat ervan uit dat de ouder 4% rendement haalt over de lening aan het kind (rendementspercentage box 3). Als de ouder een hoger percentage dan 4% in rekening brengt aan het kind, heeft dit bij de ouder geen gevolgen voor de belastingheffing. Bij het kind is het hogere percentage in box 1 tegen het progressieve tarief aftrekbaar. De ouder kan de hogere rente door middel van schenkingen eventueel weer aan het kind terugschenken. Zorg er wel voor dat het kind de rente daadwerkelijk betaalt, anders heeft het kind geen recht op de renteaftrek. In geval van een lening met een rentepercentage beneden de 6%, is over het verschil tussen de (niet-bedongen) rente en 6%-rente in beginsel jaarlijks schenkbelasting verschuldigd.
Let op
De afgesproken rente tussen ouder en kind dient wel zakelijk (6%) te zijn. Het verschil tussen 6% en de (niet-)bedongen rente vormt een belastbare schenking. De afgesproken rente tussen ouder en kind dient wel zakelijk (6%) te zijn. Het verschil tussen 6% en de (niet) bedongen rente vormt een belastbare schenking. Voorzover de jaarlijkse vrijstelling wordt overschreden kan daardoor schenkbelasting zijn verschuldigd.
13. Verruiming giftenaftrek: wacht met uw gift tot 2012
De giftenaftrek in de vennootschapsbelasting wordt aantrekkelijk gemaakt vanwege de bezuinigingen binnen de maatschappelijke sector. Giften aan een algemeen nut beogende instelling (ANBI) kunnen nu in aftrek worden gebracht voor zover de giften hoger zijn dan € 227 en tot een maximum van 10% van de winst.
In 2012 zal het bedrag, dat per jaar als aftrekbare bedrag in aanmerking mag worden genomen, verhoogd worden van 10% naar 50% van de winst. Het maximum is € 100.000. De drempel van € 227 vervalt.
Om het cultureel ondernemerschap te bevorderen, wordt de giftenaftrek voor culturele ANBI’s verder verruimd.
Tip
Wacht met het doen van giften aan ANBI ’s, want het aftrekbare bedrag aan giften wordt verhoogd naar 50%.
14. Extra giftenaftrek voor culturele ANBI
Om het ondernemerschap van culturele ANBI’s te stimuleren, komt er in de vennootschaps- en inkomstenbelasting een ‘multiplier’ in de giftenaftrek. In de vennootschapsbelasting gaat gelden dat de giften aan culturele ANBI’s voor de giftenaftrek tot maximaal € 5.000, met 50% worden verhoogd. Voor de inkomstenbelasting gaat een multiplier van 25% gelden. De verhoging van 25% wordt toegepast over maximaal € 5.000 van de giften die aan culturele instellingen worden gedaan en bedraagt dus ten hoogste € 1.250!
Eindejaarstips 2011/ Tips voor de ondernemer
15. Benut nog dit jaar uw zelfstandigenaftrek!
Met ingang van 1 januari 2012 is de zelfstandigenaftrek gewijzigd in één vast bedrag van € 7.280. Het bedrag wordt niet langer aan de inflatie aangepast. Nu varieert de hoogte van aftrek nog van € 9.484 bij ‘geringe’ winsten (gemiddelde winst van minder dan € 18.000) tot € 4.602 bij ‘hogere’ winsten (gemiddelde winst van meer dan € 54.000). Het kabinet wil met de nieuwe regeling het maken van winst stimuleren.
Tip
Controleer of u nog voor dit jaar uw winst kunt optimaliseren om maximaal te profiteren van de zelfstandigenaftrek. Denk hierbij aan het naar voren halen van kosten, bijvoorbeeld door geplande investeringen te vervroegen.
16. Profiteer in 2011 van de hogere reservering Fiscale Oudedagsreserve (FOR)
Als ondernemer kunt u profiteren van de mogelijkheid om een deel van uw winst belastingvrij te reserveren voor uw oudedagsvoorziening. Als u de reserve later opneemt of als u uw bedrijf stopt, bent u alsnog belasting verschuldigd. U doet er verstandig aan het geld ook feitelijk apart te zetten. Voor dit jaar kunt u nog 12% van de winst tot een maximum van € 11.882 aan de FOR toevoegen. Vanaf volgend jaar bedraagt de maximale belastingvrije dotatie nog maar € 9.382.
Tip
Maakt u gebruik van de FOR? Profiteer nog dit jaar van de maximale FOR-dotatie. Bijkomend voordeel: u verlaagt tevens de winst voor toepassing van de zelfstandigenaftrek.
17. Voorkom verliesverdamping
Vanaf 2007 is de verliescompensatieregeling voor ondernemers ingeperkt. U kunt verliezen nog gedurende negen jaren voorwaarts verrekenen met winsten in de toekomst. Er is een overgangsregeling opgenomen voor nog te verrekenen verliezen tot en met 2002. U kunt deze verliezen nog verrekenen met de winsten tot en met 2011. Vanaf 2012 verdampen de uit 2002 en oudere jaren nog resterende verliezen.
Tip
Zoek naar mogelijkheden om uw ondernemingsresultaten zo te sturen dat u een verliesverdamping kunt voorkomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de activering van kosten of vrijval van fiscale voorzieningen.
18. Verbeter uw liquiditeitspositie met voorlopige achterwaartse verliesverrekening
Verwacht u een inkomstenbelastingteruggaaf, bijvoorbeeld als gevolg van een verlies uit onderneming, negatief inkomen uit werk en woning (box 1) en/of negatief voordeel uit aanmerkelijk belang (box 2)? Dan kunt u de Belastingdienst verzoeken om een voorlopige achterwaartse verliesverrekening.
Let wel: voor het jaar waarnaar het verlies of negatief inkomen wordt teruggewenteld, moet de definitieve aanslag al zijn opgelegd. Bij de vaststelling van deze voorlopige belastingteruggaaf wordt 80% van het vermoedelijke verlies in aanmerking genomen.
Tip
Met dit verzoek kunt u al 80% van het vermoedelijke verlies te gelde maken. Zodoende verbetert uw liquiditeitspositie. Voorwaarde is dat de aangifte over het verliesjaar is ingediend.
Let op
Oefent u uw onderneming uit in de vorm van een bv? Dan kunt u ook een beroep doen op deze regeling. 80% van het vermoedelijke verlies van uw bv over 2011 kunt u alvast verrekenen met winst uit een voorgaand jaar.
19. Administreer uw ondernemingsuren
Werkt(e) u in 2011 minimaal 1.225 uren voor uw onderneming(en)? En bent u bovendien meer dan 50% van uw werkzame tijd in uw bedrijf bezig? Dan komt u in aanmerking voor de ondernemersaftrek. U heeft recht op de zelfstandigenaftrek, eventueel verhoogd met een extra aftrek van € 2.123 voor ‘starters’, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek, de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid alsmede de stakingsaftrek.
Let op
Leg de tijd die u besteedt aan uw onderneming goed vast. Het gaat hierbij om alle tijd die u besteedt aan werkzaamheden die (in)direct gericht zijn op de zakelijke belangen van uw onderneming(en). Denk bijvoorbeeld aan reistijd en acquisitie. Ook de zakelijk verrichte activiteiten die niet direct toerekenbaar zijn aan opdrachten tellen mee. Voorbeelden hiervan zijn het beheren van uw website en het verzorgen van uw administratie. Het urencriterium geldt ook als u parttime onderneemt.
Tip
Bent u een startende ondernemer? Dan bent u vrijgesteld van de 50%-eis. U moet nog wel voldoen aan de eis van 1.225 uren.
20. Benut de MKB-winstvrijstelling
Als ondernemer kunt u uw belastingdruk verlagen door een beroep te doen op de MKB-winstvrijstelling. Dit geldt als u een eenmanszaak runt, een beherend vennoot in een vof bent of als maat in een maatschap deelneemt. U heeft recht op de vrijstelling ongeacht het aantal uren dat u aan uw onderneming besteedt.
Tip
Bent u (parttime) ondernemer en komt u niet in aanmerking voor de ondernemersaftrek vanwege het urencriterium? Dan kunt u in elk geval profiteren van de MKB-winstvrijstelling. De vrijstelling bedraagt 12% van uw winst uit onderneming.
Let op
De MKB-vrijstelling van 12% wordt toegepast nadat het winstbedrag eventueel nog is verminderd met uw ondernemersaftrek!
21. Beloon uw meewerkende partner
Heeft u een partner die meewerkt in uw onderneming? Dan kunt u ervoor kiezen uw partner een arbeidsbeloning toe te kennen. Bij een beloning van € 5.000 of hoger kunt u deze als bedrijfslast in mindering brengen op uw ondernemingswinst. Voor uw partner vormt dit vervolgens belastbaar inkomen. Geeft u uw partner een beloning lager dan € 5.000? Dan is de arbeidsvergoeding bij u niet aftrekbaar en bij de partner onbelast. Daar staat wel tegenover dat u recht heeft op de meewerkaftrek. De meewerkaftrek bedraagt ten minste 1,25% en maximaal 4% van de winst. Voorwaarde is dat uw partner meer dan 525 uur meewerkt.
De omvang van de meewerkaftrek is afhankelijk van het aantal uren dat uw partner meewerkt. Helaas is er geen vast omslagpunt wanneer de meewerkaftrek (en de niet-aftrekbare arbeidsbeloning) gunstiger is dan het toekennen van een aftrekbare partnerbeloning.
Bepalend zijn factoren als:
- de hoogte van de arbeidsbeloning;
- de omvang van de winst en de MKB-winstvrijstelling;
- de tariefschijf waarin beide partners vallen;
- het aantal meegewerkte uren;
- de heffingskortingen.
Tip
Registreer het aantal uren dat uw partner meewerkt in uw onderneming en laat u adviseren wat in uw situatie het voordeligst is!
22. Vraag S&O-aftrek aan
Als zelfstandig ondernemer heeft u onder voorwaarden recht op toepassing van de S&O-aftrek (speur- en ontwikkelingswerk). U moet dan minimaal 1.225 uren aan uw onderneming besteden en op jaarbasis meer dan 500 uren spenderen aan S&O-werk (waarvoor een S&O-verklaring is afgegeven). Voor 2011 bedraagt de S&O-aftrek € 12.104.
Tip
Bent u in de afgelopen vijf jaar gestart als ondernemer? En heeft u in deze periode voor ten hoogste twee jaar een S&O-verklaring ontvangen? Dan wordt uw S&O-aftrek in 2011 verhoogd met een extra aftrek van € 6.054 tot € 18.158.
23. Profiteer van nieuwe Research & Development-aftrek
Naast de bestaande R&D-faciliteiten, te weten de WBSO en de innovatiebox, komt er een derde stimuleringsmaatregel voor innovatieve ondernemers: de RDA-aftrek (Research & Development). De RDA is een nieuw fiscaal instrument waarmee de overheid bedrijven in 2012 wil stimuleren om te innoveren. Met de RDA-subsidieregeling kan 40% van de kosten voor R&D, die geen betrekking hebben op loonkosten, afgetrokken worden van de fiscale winst. Exploitatiekosten van R&D (bijvoorbeeld materialen) en R&D-investeringen (bijvoorbeeld laboratoriuminrichting) komen in aanmerking. Er is ook aftrek mogelijk voor activiteiten die door kennisinstellingen (universiteiten en andere kennisinstituten) worden uitgevoerd. Voorwaarde is onder andere dat bedrijven het onderzoek hebben ingekocht via een publiek-privaat samenwerkingsverband. Van deze kosten kan 50% in mindering worden gebracht op de te betalen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting.
Let op
De RDA-aftrek, die tot een vermindering van de belastbare winst leidt, gaat niet ten koste van de grondslag voor de innovatiebox. Dit is gunstig, omdat de innovatiebox-voordelen worden belast tegen slechts 5%.
24. Meld u digitaal aan voor de EIA/MIA/VAMIL
Wanneer u milieuvriendelijk onderneemt, zijn er diverse interessante subsidies zoals de EIA, MIA en VAMIL. Met ingang van 1 januari 2012 wordt de aanvraag voor deze regelingen ondergebracht in het eLoket van Agentschap NL. U regelt de aanmeldingen volledig digitaal.
25. Pas kleinschaligheidsinvesteringsaftrek toe
Hoe hoger uw investeringsbedrag in bedrijfsmiddelen, des te lager het bedrag van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Het kan voor u dan ook gunstiger zijn bedrijfsinvesteringen over meerdere kalenderjaren te spreiden. U kunt zodoende per kalenderjaar profiteren van een zo hoog mogelijke aftrek. Ook voorkomt u dat de investeringsaftrek verloren gaat door overschrijding van het maximuminvesteringsbedrag van €301.800 in 2011.
Let op
Het investeringsbedrag dient minimaal € 2.200 te bedragen. De aftrek voor 2011 bedraagt maximaal € 15.211 bij een totale investering van maximaal € 100.600. Is het totale investeringsbedrag in 2011 hoger dan € 100.600? Dan wordt de aftrek verminderd met 7,56% over het meerdere. Bij een investeringsbedrag van € 301.800 of meer, rest dan geen KIA meer.
Tip
Ook in 2011 vallen zeer zuinige personenauto’s en elektrische auto’s nog onder de KIA. Onder een zeer zuinige personenauto wordt verstaan een auto met een CO2-uitstoot van maximaal 95 gramper kilometer (diesel) of een auto met een CO2-uitstoot van maximaal110 gram per kilometer (niet-diesel). Overweegt u de aanschaf van een zeer zuinige auto, kijk of u voor dit jaar het voordeel van de KIA kunt optimaliseren door de auto nog in 2011 of toch 2012 aan te schaffen.
26. Uw administratie over 2004 mag weg
U moet uw administratie zeven jaar bewaren. Aan het eind van dit jaar kunt u de administratie over 2004 en eventueel voorgaande jaren wegdoen.
Let op
Voor onroerende zaken geldt voor de btw echter een herzieningstermijn van tien jaar. U moet de administratie van onroerende zaken dus langer bewaren dan de zevenjaarstermijn. U heeft deze gegevens misschien nog eens nodig.
27. Ga over op e-factureren
Met ingang van 12 februari 2009 mag u uw facturen elektronisch verzenden. Er geldt slechts één voorwaarde en dat is dat de afnemer moet accepteren dat de factuur alleen elektronisch wordt verstuurd. Op de elektronische factuur moeten dezelfde gegevens staan als op de papieren factuur.
Tip
Bespaar verzendkosten en ga over op e-factureren!
28. Etiketteer uw vermogen correct
Beoordeel samen met uw adviseur bij investeringen van het afgelopen jaar of deze moeten worden aangemerkt als privévermogen of ondernemingsvermogen. Let op: u krijgt maar één kans om een keuze te maken tussen zakelijk of privé. Hieraan bent u in beginsel gebonden.
Eindejaarstips 2011/ Tips voor de bv
29. Schrijf uw bedrijfsmiddelen versneld af
Sinds 2009 kunt u investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen versneld afschrijven. Deze mogelijkheid loopt echter eind dit jaar af. Wees er dus snel bij!
Wat houdt deze regeling in?
In het investeringsjaar mag u maximaal 50% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten willekeurig afschrijven. Het restant mag u naar keuze afschrijven in één of meerdere jaren. U kunt in uw aangifte 2011 voor het laatst gebruikmaken van de versnelde (willekeurige) afschrijving. Let op dat u het aangeschafte of voortgebrachte bedrijfsmiddel uiterlijk op 31 december2013 ingebruik neemt.
Voorbeeld
U heeft dit jaar een nieuwe bestelauto gekocht, volledig betaald en in gebruik genomen. De aanschafprijs van deze auto is € 30.000. De jaarlijkse afschrijving bedraagt normaal maximaal 20% van de aanschafwaarde. Door in 2011 nog gebruik te maken van de versnelde afschrijvingsmogelijkheid, kunt u voor dit jaar nog een bedrag van maximaal 50% aftrekken van de winst. In dit voorbeeld is dat 50% van € 30.000 = € 15.000. Het restant schrijft u in de volgende jaren af.
Let op
De regeling geldt niet voor alle investeringen. De versnelde afschrijving is onder meer niet van toepassing op:
- personenauto’s (maar taxi’s en zeer zuinige auto’s met een bijtelling van 0 of 14% kunnen wel weer versneld worden afgeschreven);
- gebouwen;
- immateriële activa (bijvoorbeeld software);
- voor verhuur bestemde bedrijfsmiddelen.
Tip
Investeer nog dit jaar in een kwalificerend bedrijfsmiddel en benut het voordeel van de versnelde willekeurige afschrijving. U dient het bedrijfsmiddel uiterlijk op 31 december2013 ingebruik te nemen!
30. Bezwaar voorlopige aanslag vennootschapsbelasting
Bent u het niet eens met de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting, dan moet u hiertegen binnen zes weken na dagtekening van het aanslagbiljet bezwaar maken. Is de aanslag bijvoorbeeld al in januari opgelegd, maar pas medio dat jaar blijkt dat het belastbaar bedrag te hoog is, dan bent u te laat voor het indienen van een bezwaarschrift. Het enige wat u dan nog kunt doen is een verzoek om vermindering, maar de inspecteur is niet verplicht aan uw verzoek tegemoet te komen
31. Het duurt niet lang meer: het nieuwe bv-recht komt eraan
Wacht, indien mogelijk, met de oprichting van een nieuwe bv tot na de invoering van het nieuwe bv-recht. De verwachte invoerdatum is 1 juli 2012. De oprichting van een nieuwe bv wordt dan voor u gemakkelijker en goedkoper. Zo bent u straks niet langer verplicht om minimaal € 18.000 nominaal aandelenkapitaal te storten en hoeft u niet langer een bank- en accountantsverklaring te overleggen.
Let op
De bepalingen van het nieuwe bv-recht gelden vanaf de inwerkingtredingsdatum van de wet, maar alleen voor de feiten die na die datum plaatsvinden. Het is dan ook mogelijk om de statuten van bestaande bv’s aan te passen om zo aandelenkapitaal af te stempelen. Het gevolg kan zijn dat er een verhoogde aansprakelijkheid is voor bestuurders.
Eindejaarstips 2011/ Tips voor de ondernemer en de bv
32. Kredietgarantieregelingen: maak er gebruik van
Sinds de crisis is het voor veel bedrijven lastig om aan krediet te komen. Om de kredietverlening te vergemakkelijken en het risico voor banken te beperken, heeft de overheid twee regelingen ingevoerd: de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO-regeling) en het Besluit Borgstelling MKB-kredieten (BMKB-regeling). De zou eigenlijk per 1 januari 2012 komen te vervallen, maar de overheid heeft extra ondersteuning voor kredietverlening toegezegd. De regeling wordt verlengd en het budget voor de kredietgarantieregeling wordt verhoogd van € 765 mln naar € 1 mrd.
Over de regelingen
De GO-regeling helpt (middel)grote ondernemingen bij het aantrekken van bankleningen en bankgaranties met een overheidsgarantie van 50%. Een banklening of bankgarantie bedraagt minimaal € 1,5 mln en maximaal € 150 mln per onderneming. De BMKB-regeling is bedoeld voor ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf met maximaal 250 werknemers met een jaaromzet tot
€ 50 mln. Deze regeling geldt ook voor veel vrijberoepers. Bij de BMKB-regeling staat de overheid borg tot € 1,5 mln. De BMKB-regeling biedt u als ondernemer of bv extra steun. Bijvoorbeeld als u wilt ondernemen in het buitenland, als uw investering bestemd is voor technologische innovatie of bodemsanering of als u een startende ondernemer bent.
Let op
De kredietgarantieregelingen zijn gekoppeld aan budgetten van de overheid. Als de extra budgetten op zijn, is het nog maar de vraag of de regelingen voor nieuwe of lopende aanvragen nog worden gehonoreerd. Wees er dus snel bij!
Tip
Voor startersleningen tot maximaal € 250.000 staat de overheid borg voor 80%. Heeft u als ondernemer of zelfstandige zonder personeel een lening nodig om uw bedrijf te starten of uit te breiden? Dan kunt u ook terecht bij Qredits (www.qredits.nl) voor zakelijke leningen tot maximaal € 50.000.
33. Liquiditeitspositie verbeteren: vorm een voorziening
Om uw liquiditeitspositie te verbeteren, kan het zinvol zijn bij de winstbepaling over 2011 een voorziening te vormen voor toekomstige uitgaven. Voorwaarde is dat de uitgaven die hun oorsprong vinden in feiten of omstandigheden die zich in de periode voorafgaand aan de balansdatum hebben voorgedaan, ook aan dat jaar kunnen worden toegerekend. Er moet ook een redelijke kans bestaan dat de uitgaven zich daadwerkelijk gaan voordoen.
Waar kunt u aan denken: een latente terugbetalingsverplichting, adviseurskosten en eigenrisicodrager voor WGA-lasten. Neem contact op met uw adviseur of u mogelijk toekomstige uitgaven heeft waar u een voorziening voor kunt vormen.
34. Laat herinvesteringsreservetermijn niet verlopen
Wees alert als uw onderneming of bv een herinvesteringsreserve heeft gevormd doordat er de afgelopen drie jaar een bedrijfsmiddel boven de boekwaarde is verkocht. Met deze herinvesteringsreserve kunt u de belastingheffing over uw boekwinst uitstellen en uw liquiditeitspositie verbeteren.
Zorg er echter wel voor dat uw onderneming of bv de herinvesteringsreserve tijdig benut voor nieuwe investeringen. Doet uw onderneming of bv dit niet binnen drie jaar, dan valt de reserve vrij ten gunste van het fiscale resultaat. Bij bijzondere omstandigheden kunt u met de Belastingdienst overleggen over een termijnverlening. Doe dit wel tijdig!
Tip
Ga na of er vóór het einde van het boekjaar nog een herinvesteringsvoornemen aanwezig is. En leg dit als directie(lid) van de bv jaarlijks vast in een schriftelijk besluit voor het einde van het boekjaar.
Eindejaarstips 2011/ Tips voor de dga
35. Waardeer oninbare vordering op uw bv af
Heeft u een vordering op uw eigen bv waarin u een aanmerkelijk belang heeft? Dan wordt u in fiscaal opzicht gezien als resultaatgenieter. Een vordering die minder waard wordt, kunt u afwaarderen ten laste van uw resultaat uit overige werkzaamheden. Dit verlies kunt u wellicht verrekenen met ander positief inkomen uit werk en woning in box 1.
Tip
Denk eraan dat u zakelijk handelt als u geld uitleent aan uw bv. Sluit een goed contract (dat is overigens ook verplicht) en neem zakelijke rente- en aflossingsvoorwaarden op.
36. Verlaging van uw gebruikelijk loon?
Verricht u als werknemer arbeid voor een bv waarin u een aanmerkelijk belang (minimaal 5% van het geplaatste aandelenkapitaal) bezit? Dan moet u in 2011 een loon van € 41.000 genieten. Door de huidige economische omstandigheden kan uw bedrijfsresultaat tegenvallen.
Als dga dient u ook de belangen van de bv veilig te stellen. Bij een verliessituatie kan het zijn dat het gebruikelijk loon financieel niet door de bv kan worden gedragen. Reden om met de Belastingdienst te overleggen over een verantwoorde hoogte van het dga-loon beneden het normbedrag van € 41.000. Vanaf 1 januari 2010 hoeft u de gebruikelijkloonregeling niet meer toe te passen als uw gebruikelijk loon lager is dan € 5.000 per kalenderjaar. Let wel: verlaging van uw gebruikelijk loon kan gevolgen hebben voor uw toekomstige pensioenopbouw. Raadpleeg daarom altijd eerst uw adviseur.
37. U kunt doorschuiven bij echtscheiding
Bent u een dga die in algemene gemeenschap van goederen is gehuwd? En heeft u een vermogensbestanddeel (bijvoorbeeld een geldlening of een bedrijfspand) ter beschikking gesteld aan uw bv? Dan wordt sinds 1 januari 2011 dit vermogensbestanddeel voor de terbeschikkingsregeling voor 50% aan u als dga toegerekend en voor 50% aan uw echtgeno(o)t(e). De (positieve en negatieve) voordelen behaald met dit vermogensbestanddeel worden als ‘resultaat uit een werkzaamheid’ bij u en uw echtgeno(o)t(e) ieder voor de helft belast.
Wat nu als de aandelen en het vermogensbestanddeel bij echtscheiding worden toebedeeld aan u als dga? Bij uw ex-echtgenoot leidt dit dan tot beëindiging van de terbeschikkingstelling en een mogelijke fiscale afrekening. Om dit te voorkomen, wordt vanaf 1 januari 2012 expliciet in de wet een doorschuiffaciliteit bij echtscheiding opgenomen. U kunt dan zonder fiscale afrekening de terbeschikkingstelling van het vermogensbestanddeel voortzetten. Als voortzetter treedt u fiscaal in de plaats van uw ex- echtgeno(o)t(e). U neemt alsdan de fiscale boekwaarde en eventueel de fiscale reserves en voorzieningen over.
De doorschuifregeling bevat tevens een antimisbruikbepaling.
Tip
U en uw ex- echtgeno(o)t(e) hebben de mogelijkheid om alsnog fiscaal af te rekenen. U moet dan wel een gezamenlijk verzoek hiertoe indienen. Schakel hierbij niet alleen een advocaat, maar ook uw accountant/belastingadviseur in.
Eindejaarstips 2011/ Tips voor de werkgever
38. Overstappen op werkkostenregeling?
Bent u al overgestapt op de nieuwe werkkostenregeling (WKR)? De WKR vervangt de tot 2011 geldende regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen aan personeel. Tot en met 2013 kunt u jaarlijks opnieuw kiezen voor de WKR of voor de oude regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen. Na 2013 is de WKR echter verplicht! Met de WKR kunt u (zoals het er nu naar uitziet vanaf 2013) maximaal 1,6% van uw totale fiscale loon besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor uw werknemers. Dit heet de ‘vrije ruimte’. Bepaalde zaken kunt u daarnaast onbelast blijven vergoeden of verstrekken door gerichte vrijstellingen toe te passen. Betaalt u vergoedingen boven de ‘vrije ruimte’, dan betaalt u loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80%. De vergoedingen hoeft u niet te verwerken in de loonopgave van het personeel.
De WKR heeft veel voordelen, maar kan in specifieke gevallen nadelig zijn. Bijvoorbeeld als u werkt met veel deeltijdwerknemers. Ook zult u aandacht moeten besteden aan de gevolgen voor het arbeidsvoorwaardenbeleid in overleg met de personeelsvertegenwoordiging. Laat u bijtijds informeren of overstappen in2012 inuw geval een slimme keuze is!
39. Beschik tijdig over nieuwe ‘Verklaring geen privégebruik auto’
Uw werknemer heeft een auto van de zaak waarmee hij op kalenderjaarbasis maximaal vijfhonderd privékilometers rijdt. In uw bedrijfsadministratie bewaart u een kopie van de ‘Verklaring geen privégebruik auto’. Met deze verklaring mag u geen privégebruik auto bij het loon tellen vanaf het eerstvolgende loontijdvak waarover u het loon moet berekenen. Wanneer aan uw werknemer een andere auto van de zaak ter beschikking is gesteld, moet hij voor deze nieuwe auto ook een ‘Verklaring geen privégebruik auto’ overhandigen. De ‘Verklaring geen privégebruik auto’ voor de oude auto geldt namelijk niet voor de nieuwe auto. Zorg ervoor dat u tijdig beschikt over een nieuwe ‘Verklaring geen privégebruik auto’.
Tip
Ga na of het voor u als werknemer zinvol is om geregistreerd te staan als houder van de ‘Verklaring geen privégebruik auto’.
40. U krijgt meer ruimte voor tijdelijke contracten!
Heeft u met een werknemer meer dan drie opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten gesloten? Dan geldt als hoofdregel dat de vierde arbeidsovereenkomst van rechtswege voor onbepaalde tijd wordt. Hetzelfde geldt als opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd een periode van 36 maanden overschrijden. Dit is vastgelegd in de zogeheten ketenregeling. Sinds 9 juli 2010 is deze regeling echter tijdelijk verruimd voor werknemers jonger dan 27 jaar. In plaats van drie opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, kunt u vier tijdelijke overeenkomsten aangaan voor een periode van maximaal 48 maanden.
Let op
Deze tijdelijke regeling geldt alleen voor werknemers die jonger zijn dan 27 jaar! De einddatum van het vierde contract dient dan ook te liggen vóór de 27ste verjaardag van de werknemer. De regeling is een tijdelijke verruiming, die in eerste instantie geldt tot 1 januari 2012. Vanwege de economische omstandigheden is de kans groot dat de regeling wordt verlengd tot 1 januari 2014.
41. U krijgt geen mededeling aangifte loonheffingen meer!
Vanaf 1 januari 2012 stopt de Belastingdienst met het versturen van mededelingen met de vraag de aangifte loonheffingen op tijd te doen en te betalen. Momenteel ontvangt u aan het eind van elk aangiftetijdvak van de Belastingdienst nog een mededeling en een acceptgiro als geheugensteuntje.
In november krijgt u voor het laatst de ‘Aangiftebrief loonheffingen’ voor 2012 van de Belastingdienst. In de ‘Aangiftebrief loonheffingen’ staan de aangiftetijdvakken vermeld met de bijbehorende uiterste aangiftedata, betaaldata en betalingskenmerken.
Let op
Het is belangrijk dat u deze aangiftebrief goed bewaart, omdat de Belastingdienst met ingang van 2012 de mededeling loonheffingen niet meer verstuurt. Bovendien moet u, indien u gebruikmaakt van de acceptgiro, vanaf 2012 het bedrag aan loonheffingen zelf overmaken naar het rekeningnummer van de Belastingdienst. Daarbij heeft u het betalingskenmerk nodig dat vermeld staat in de ‘Aangifte loonheffingen’.
42. Bespaar kosten met elektronische salarisstrook
U kunt als werkgever kosten besparen door aan uw werknemers een elektronische salarisstrook te verstrekken. Hiervoor is de uitdrukkelijke instemming van uw werknemers nodig. Bij de indiensttreding van nieuwe werknemers kunt u deze instemming opnemen in de arbeidsovereenkomst. Bovendien moet uw werknemer de elektronische opgave kunnen opslaan en moet deze toegankelijk zijn voor latere kennisneming.
43. Ook dit jaar kunt u nog profiteren van de verruimde WBSO
Ondernemers die werken aan nieuwe producten, productonderdelen, productverbeteringen, diensten of programmatuur kunnen gebruikmaken van de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk). Wat de meeste ondernemers echter niet weten, is dat zij meer uit deze innovatiesubsidie kunnen halen.
De WBSO is een fiscale stimuleringsregeling waarmee de Nederlandse overheid een deel van de loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O), ook wel Research and Development genoemd, compenseert. In de praktijk betekent dit dat u minder loonheffing afdraagt.
Let op
Ook in het jaar 2011 kunt u nog profiteren van een verruimde WBSO. Zo geldt voor 2011 nog 50% van de eerste € 220.000 van het totale S&O-loon en 18% van het resterende S&O-loon. In 2012 worden de percentages voor de afdrachtvermindering weer verlaagd.
Eindejaarstips 2011/ Tips voor werkgever en werknemer
44. Laatste kans: fiscaal gunstig sparen via spaarloonregeling
Bij een spaarloonregeling spaart uw werknemer een bepaald deel van zijn brutoloon (maximaal € 613 per jaar). Hij of zij hoeft hierover geen belasting te betalen. De werkgever betaalt 25% eindheffing over het spaarloon. De spaarloonregeling wordt per 1 januari 2012 afgeschaft. Uw werknemer kan het opgebouwde vermogen met ingang van 1 januari 2012 belastingvrij opnemen of tot het jaar 2016 laten staan. Voor de toepassing van de vrijstelling in box 3 hoeft niet meer voldaan te worden aan het blokkeringsvereiste dat tot 1 januari 2012 geldt. Dit betekent dat na een tussentijdse opname van een deel van het spaarloonsaldo de vrijstelling in box 3 van toepassing blijft op het resterende tegoed.
Tip
Doen uw werknemers nog niet mee met de spaarloonregeling? Dan kunt u hen erop wijzen dat ze dit jaar nog fiscaal gunstig kunnen sparen. Iedere werknemer kan in 2011 maximaal € 613 bruto inleggen, wat vervolgens vanaf 2012 weer netto (!) vrij beschikbaar is. Voorwaarden zijn dat de werknemer op 1 januari 2011 bij u in dienst was en dat hij/zij niet ook mag deelnemen aan de levensloopregeling. Uiteraard kost u dit als werkgever dan nog wel een eindheffing van 25% over het spaarloon.
Let op
Heeft u werknemers die hun spaarloon gebruiken om een lijfrentepolis te betalen? Dan moeten zij deze polis vanaf 2012 betalen vanuit hun nettoloon. Het vervallen van de spaarloonregeling leidt in hun geval dus tot een lager nettoloon.
45. Levensloopregeling: saldo van € 3000 op 31 december
De levensloopregeling komt per 1 januari 2012 te vervallen; het vitaliteitssparen komt er in 2013 voor in de plaats. Er is een beperkte overgangsregeling. Deze zou eerst alleen voor 58-plussers gelden, maar inmiddels mag iedereen die op 31 december 2011 een levenslooptegoed heeft van € 3000 of meer, de levensloopregeling continueren. Vanaf 2012 wordt echter geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd. Het voordeel van de levensloopregeling is de grotere opbouwmogelijkheid: onder de vitaliteitsregeling kan opbouw plaatsvinden tot maximaal € 20.000, onder de levensloopregeling is dit mogelijk tot 210% van het jaarloon. Daar staat onder meer tegenover dat de vitaliteitsregeling flexibelere opnamemogelijkheden heeft.
Tip
Ga na of continuering van de levensloopregeling in uw geval voordelig is en zorg in dat geval voor een saldo van € 3000 of meer op 31 december 2011!
46. Zorg voor administratie vakantiedagen in 2012
Op 1 januari 2012 gaat de nieuwe vakantiedagenwet in. De nieuwe vakantiedagenwet houdt onder meer in dat wettelijke vakantiedagen vervallen binnen zes maanden na het kalenderjaar waarin zij zijn opgebouwd. Werkgevers moeten in hun administratie bijhouden wanneer de vakantiedag is opgebouwd en wat de vervaldatum of de verjaringsdatum van de vakantiedag is. Op grond van de vervaltermijn van zes maanden na het opbouwjaar worden in beginsel de wettelijke dagen als eerste opgenomen. Pas daarna volgen de bovenwettelijke dagen, tenzij deze bovenwettelijke vakantiedagen eerder komen te verjaren. Bovenwettelijke vakantiedagen blijven gewoon staan.
Let op
Alle huidige afspraken en regelingen blijven gelden voor vakantiedagen die zijn opgebouwd tot en met 31 december 2011.
47. Pas de afdrachtvermindering onderwijs ook toe op uw EU-werknemers
Per 1 januari 2012 kunt u de afdrachtvermindering voor onderwijs ook toepassen op werknemers die elders in de EU of in de EER een opleiding hebben gevolgd. Voorwaarde is dat de opleiding vergelijkbaar is met de voor de afdrachtvermindering erkende opleidingen in Nederland. De opleiding dient qua niveau en kwaliteit vergelijkbaar te zijn met onze opleidingen BBL, BOL en werkend-leren op hbo-niveau.
48. Vrijwillige voortzetting pensioenregeling wordt uitgebreid
Werknemers kunnen voor een periode van drie jaar na hun ontslag hun pensioenregeling vrijwillig voortzetten. Het Kabinet is bereid de termijn van deze fiscale faciliteit met ingang van 2012 uit te breiden van drie naar tien jaar na ontslag. De vrijwillige premies zijn hiermee voor nog tien jaar aftrekbaar. De faciliteit is nu in lijn met de Pensioenwet die de ex-werknemer de mogelijkheid biedt om na ontslag de pensioenregeling te continueren. Om dit te financieren, wordt de maximale toevoeging aan de FOR verlaagd. De tweede begrenzing van de FOR wordt met € 2.500 verlaagd tot € 9.382.
49. 30%-regeling aangescherpt
Het criterium ‘specifieke deskundigheid’ wordt voortaan gekoppeld aan een salarisnorm. In aanvulling hierop dient de specifieke deskundigheid schaars aanwezig te zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt. De specifieke deskundigheid wordt verondersteld indien het in Nederland belastbare loon tenminste € 35.000 (na toepassing van de 30%-regeling) bedraagt. De salarisnormen worden jaarlijks geïndexeerd. Werknemers woonachtig binnen een straal van 150 kilometer van de Nederlandse grens worden uitgesloten van de 30%-regeling. De kortingsregeling voor periode(n) van eerdere tewerkstelling wordt aangescherpt: er komt een toetsingsperiode van 25 jaar.
Voor wetenschappers daarentegen gaat geen salarisnorm gelden. Voor jonge masters (onder de 30 jaar) wordt een verlaagde salarisnorm van € 26.605 (exclusief de 30%-vergoeding) geintroduceerd. Voor werknemers die vanaf 1 januari 2012 worden aangetrokken geldt een maximale looptijd van acht jaar. Mocht de werknemer eerder zijn begonnen dan geldt deze beperkte looptijd niet. Vanaf 1 januari 2012 geldt dat gedurende de gehele looptijd aan de voorwaarden waaronder de salarisnorm moet worden voldaan. Wordt niet meer aan de salarisnorm voldaan, dan komt de 30%-regeling per direct te vervallen.
Let op
Afgegeven beschikkingen voor ingekomen werknemers worden zo veel mogelijk geëerbiedigd. Werknemers die voor 1 januari 2007 in Nederland zijn tewerkgesteld behouden gedurende de resterende looptijd van hun tewerkstelling de voordelen van de huidige regeling. Is de werknemer na 1 januari 2007 tewerkgesteld, dan gelden de huidige voorwaarden nog voor vijf jaar en daarna moet alsnog aan de salarisnorm worden voldaan.
Eindejaarstips 2011/ Tips omzetbelasting
50. Verbeter uw liquiditeitspositie met kwartaalaangifte
U kunt uw liquiditeitspositie verbeteren door over te stappen op de kwartaalaangifte. Maandaangifte geniet de voorkeur als u bijvoorbeeld per saldo btw terugkrijgt; het bedrag van de voorbelasting is groter dan het af te dragen btw-bedrag.
51. Check herziening van btw
Als u in het verleden zaken heeft gekocht waarbij de btw geheel of gedeeltelijk in aftrek is gebracht, dan kan het zijn dat deze btw-aftrek moet worden herzien. Herziening kan zich voordoen als het gebruik van de roerende of onroerende zaken wijzigt. Dit is bijvoorbeeld het geval als u een pand in 2011 bent gaan gebruiken voor vrijgestelde prestaties, terwijl u voorheen btw-belaste prestaties verrichtte. Andersom is ook mogelijk: u bent een pand gaan gebruiken voor belaste prestaties, terwijl u voorheen vrijgestelde prestaties verrichtte. In beide gevallen moet u de btw herzien. Voor onroerende zaken geldt een herzieningstermijn van negen jaar na het jaar van ingebruikneming, voor roerende zaken geldt een termijn van vier jaar na het jaar van ingebruikneming.
52. Vorm of verbreek een fiscale eenheid
Een fiscale eenheid voor de btw kan uit praktisch oogpunt voordelig zijn. De in de fiscale eenheid opgenomen ondernemingen hoeven op onderlinge prestaties immers geen btw te berekenen. Het verbreken van een fiscale eenheid moet zo snel mogelijk schriftelijk aan de Belastingdienst worden gemeld. De hoofdelijke aansprakelijkheid loopt anders door en dat kan grote gevolgen hebben. Tijdig melden dus!
Let op
De aansprakelijkheid blijft bestaan als er ook een fiscale eenheid voor de vpb is. In dat geval biedt verbreking dus geen vrijwaring van hoofdelijke aansprakelijkheid
53. Benut de mogelijkheid van ambtshalve teruggaaf btw
Indien u in het verleden te veel btw op aangifte heeft voldaan, dan kunt u een verzoek om ambtshalve teruggaaf doen. Denk bijvoorbeeld aan:
- een verkeerde tarieftoepassing;
- u heeft te weinig btw op aangifte teruggevraagd;
- u bent vergeten de btw op bepaalde inkoopfacturen mee te nemen.
54. Correcties laatste btw-aangifte 2011
In de laatste btw-aangifte over 2011 verwerkt u de correctieposten over het afgelopen jaar. De correcties kunnen betrekking hebben op de btw-teruggaaf van oninbare vorderingen en op het privégebruik van goederen en diensten.
Tip
Heeft u te maken met dubieuze debiteuren die u niet (meer) betalen? Vraag dan de btw van de oninbare vordering terug. Dit kunt u doen in de laatste btw-aangifte over het kalenderjaar. U kunt ook direct na het vaststellen van de jaarrekening een verzoek tot teruggaaf van de al betaalde btw indienen.
Eindejaarstips 2011/ Tips voor ondernemende stichtingen en verenigingen
55. Winstvrijstelling in de vennootschapsbelasting wordt verruimd
Voor stichtingen en verenigingen met ondernemingsactiviteiten die een algemeen maatschappelijk of sociaal belang (zogeheten ANBI’s of SSBI’s) nastreven, kent de vennootschapsbelasting nu nog een winstvrijstelling.
Vanaf 2012 wordt de winstvrijstelling niet alleen voor ANBI’s en SSBI’s verruimd, maar voor alle stichtingen en verenigingen. Indien een stichting of vereniging een onderneming drijft, zijn vanaf 2012 de hiermee behaalde winsten vrijgesteld van vennootschapsbelasting indien de jaarwinst niet hoger is dan € 15.000. Tevens geldt als voorwaarde dat de jaarwinst en de winsten van de vier voorafgaande jaren tezamen niet meer bedragen dan € 75.000. Hierbij wordt een verliesjaar voor de telling op nihil gesteld. Let wel: als winst wordt hier uitgegaan van de winst voor toepassing van de zogeheten aftrek fondsenwerving en de (her)bestedingsreserve.
Tip
Stichtingen en verenigingen krijgen vanaf 2012 meer ruimte om vrijgesteld van vennootschapsbelasting te ondernemen.
56. Ruim baan voor ondernemende ANBI’s
Er wordt een ruimhartiger beleid voor ANBI’s ingevoerd. Nu mag een ANBI geen commerciële activiteiten uitoefenen. Vanaf 2012 kunnen ANBI’s naar hartenlust commerciële activiteiten uitoefenen zolang de opbrengsten maar geheel ten goede komen aan het algemeen nuttige doel. Deze instellingen kunnen zo een deel van hun inkomsten zelfstandig gaan vergaren.
57. Culturele ANBI’s worden gestimuleerd te ondernemen
Vanaf 1 januari 2012 kunnen stichtingen en verenigingen die als culturele instelling (een ANBI die zich voor meer dan 90% richt op cultuur) kiezen voor integrale (vennootschaps)belastingplicht. Nu zijn deze instellingen belastingplichtig voor zover zij een onderneming drijven. Hierdoor wordt het gehele vermogen van de instelling geacht ondernemingsvermogen te zijn. Door te kiezen voor de integrale (vennootschaps)belastingplicht, kunnen stichtingen en verenigingen tekorten uit het niet-ondernemingsgedeelte salderen met overschotten uit het ondernemingsgedeelte.
Belastingplannen 2013/ Ondernemers en rechtspersonen
Assurantiebelasting
De assurantiebelasting gaat per 1 januari 2013 omhoog van 9,7% naar 21%. De verhoging is een forse lastenverzwaring voor bepaalde verzekeringen die u betaalt voor uw bedrijf, maar ook als particulier.
Versoepeling uitstelbeleid
Het uitstelbeleid van de Belastingdienst wordt volgend jaar soepeler en eenvoudiger. Zo kunt u onder voorwaarden maximaal vier maanden uitstel krijgen voor openstaande belastingaanslagen (bijvoorbeeld voor de btw of loonheffing) tot een bedrag van maximaal € 20.000. Ook kunt u telefonisch om uitstel van betaling verzoeken. Voor betalingsregelingen met een langere looptijd hoeft u niet langer aan te tonen dat uw betalingsproblemen door de economische crisis zijn veroorzaakt.
Einde 'thincapregeling'
De thincapregeling in de vennootschapsbelasting wordt in 2013 afgeschaft. De regeling beperkt nu de renteaftrek op groepsleningen wanneer een bv die onderdeel is van de groep, te veel vreemd vermogen bezit.
Aftrekbeperking deelnemingsrente
In de vennootschapsbelasting komt er volgend jaar een nieuwe renteaftrekbeperking bij: de aftrekbeperking van deelnemingsrente. Met deze maatregel heeft de Eerste Kamer al ingestemd. Niet veel bedrijven in het midden- en kleinbedrijf zullen hierdoor worden geraakt. De beperking gaat namelijk pas spelen als sprake is van excessieve aftrek van deelnemingsrente. De aftrekbeperking van deelnemingsrente speelt pas als er meer dan € 750.000 aan rente wordt betaald.
Stemrechten tellen mee voor de fiscale eenheid
Een van de voorwaarden voor het aangaan van een fiscale eenheid is dat de moedermaatschappij ten minste 95% van de economische en juridische eigendom van de aandelen in de dochtermaatschappij bezit. Daar komt als eis bij dat de moedermaatschappij ook 95% van de stemrechten in de dochtermaatschappij moet bezitten.
Eenmalig afstempelen bij pensioen in eigen beheer
Het wordt mogelijk om volgend jaar eenmalig de in eigen beheer opgebouwde pensioenaanspraken op pensioeningangsdatum te verminderen. Dit heet afstempelen. De voorwaarden zijn streng. Zo moet er sprake van onderdekking (dekkingsgraad van 75% of minder) door reële beleggings- en ondernemingsverliezen. Ook wordt er streng op toegezien dat de te lage dekkingsgraad niet is ontstaan door dividenduitkeringen aan de directeur-grootaandeelhouder(dga) of door onvolwaardige of afgewaardeerde vorderingen op de dga.
Einde verpakkingenbelasting
De verpakkingenbelasting stopt definitief op 1 januari 2013. Daarvoor in de plaats komt de Afvalbeheersbijdrage Verpakkingen die aanmerkelijk lager is dan de huidige verpakkingenbelasting.
Nieuwe heffing voor verhuurders
Verhuurders die meer dan tien woningen verhuren in de gereguleerde sector krijgen volgend jaar te maken met een nieuwe heffing: de verhuurderheffing. Het gaat dan om woningen waarvan de huur lager is dan € 664,66 (2012). De heffing is gebaseerd op de WOZ-waarde van de huurwoningen. Het tarief bedraagt in 2013: 0,014%, waardoor de gemiddelde heffing op € 20 per woning uitkomt. In 2014 gaat het tarief vermoedelijk fors omhoog.
Belastingplannen 2013/ Woningeigenaren
Nieuwe lening alleen nog aftrekbaar als wordt afgelost
Vanaf 1 januari 2013 is de rente op een nieuwe lening voor aanschaf, onderhoud of verbouwing van de eigen woning alleen nog aftrekbaar als de lening in maximaal dertig jaar en ten minste volgens een annuïtair schema volledig wordt afgelost.
Voor bestaande leningen gelden deze nieuwe regels niet, ook niet als een bestaande lening wordt overgesloten en er geen extra bedrag wordt bijgeleend. Wordt er wel een extra bedrag bijgeleend dan gelden de nieuwe regels wel voor dit deel.
Alhoewel een starterslening van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten niet helemaal voldoet aan de nieuwe eisen blijft de rente op nieuwe startersleningen, afgesloten in 2013, volledig aftrekbaar.
Bestaande spaar-en aflossingsvrije hypotheken met een Nationale Hypotheekgarantie (NHG) kunnen gewoon worden meegenomen naar een volgende woning, zonder dat eigenaren verplicht worden de hypotheek annuïtair te gaan aflossen. Bestaande spaar- en aflossingsvrije hypotheken zonder NHG mogen bij verhuizing onder voorwaarden worden omgezet naar een NHG-hypotheek.
Beperking hypotheekrente vanaf 2014
Vanaf 2014 wordt zowel voor bestaande als voor nieuwe leningen het maximumpercentage (52%) waartegen hypotheekrente kan worden afgetrokken, jaarlijks met 0,5%-punt verlaagd.
Restschuldfaciliteit
Huiseigenaren die hun woning met verlies verkopen en daardoor blijven zitten met een restschuld kunnen de rente op deze restschuld nog tien jaar lang in aftrek brengen. Het gaat om restschulden die zijn ontstaan in de periode die loopt van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017.
Kapitaalverzekering eigen woning
Heeft u een bestaande kapitaalverzekering in box 3 die u te zijner tijd wilt gaan gebruiken om de eigenwoningschuld mee af te lossen, dan kan het fiscaal gunstig zijn om deze om te zetten in een kapitaalverzekering eigen woning (KEW). U heeft hier nog tot 1 april 2013 de tijd voor.
Sluit u in 2013 een nieuwe kapitaalverzekering af, dan kan deze (behalve in bijzondere gevallen) niet meer worden aangemerkt als KEW. Nieuwe kapitaalverzekeringen en dergelijke voor de eigen woning vallen vanaf 2013 van begin af aan onder het box 3-regime.
Dubbele hypotheekrenteaftrek bij verhuizing
De termijn voor de dubbele hypotheekrenteaftrek voor de huidige leegstaande woning die te koop staat en de nieuwe woning blijft in 2013 op drie jaar staan. In 2014 gaat deze weer naar twee jaar. Hierdoor kan een sinds 2010 leegstaande woning die bestemd is voor de verkoop nog steeds worden aangemerkt als eigen woning.
Hypotheekrenteaftrek na tijdelijke verhuur
De regeling herleving van de hypotheekrenteaftrek na tijdelijke verhuur blijft ook in 2013 bestaan. Deze vervalt per 1 januari 2014. Dat betekent dat als een woning tijdelijk wordt verhuurd, in afwachting van verkoop, deze tijdelijke verhuur moet zijn beëindigd vóór 1 januari 2014 om nog gebruik te kunnen maken van deze regeling.
Lagere overdrachtsbelasting ook voor aanhorigheden
Heeft u een eigen woning en bent u van plan om een garage, een stuk tuin of een schuur aan te kopen, dan betaalt u over de verkrijging van dit soort aanhorigheden vanaf 2013 ook het lage overdrachtsbelastingtarief van 2%.
Belastingplannen 2013/ Werkgever
Forfaitaire ruimte werkkostenregeling in 2013
Per 1 januari 2013 wordt de forfaitaire ruimte van de werkkostenregeling verhoogd naar 1,5%. Nu is dat nog 1,4%. Een eerder aangekondigde verdere verhoging naar 1,6% in 2013 gaat niet door.
Werkgeversheffing op hoge lonen
In 2013 vindt er eenmalig een werkgeversheffing plaats als het jaarloon van uw werknemer dit jaar meer bedraagt dan € 150.000. Met deze maatregel heeft de Eerste Kamer al ingestemd. De werkgeversheffing bedraagt 16% over het meerdere boven de € 150.000.
Verlaging afdrachtvermindering onderwijs
De bedragen van de afdrachtvermindering onderwijs worden volgend jaar verlaagd met 3,41%. In 2014 wordt de afdrachtvermindering afgeschaft. Deze wordt dan vervangen door een subsidieregeling.
Einde levensloopregeling in zicht
Voor deelnemers aan de levensloopregeling die op 31 december 2011 minder dan € 3.000 op hun levenslooprekening hadden staan, valt de opgebouwde aanspraak op 1 januari 2013 definitief vrij. Hierop moeten loonheffingen worden ingehouden. Deelnemers die op 31 december 2011 € 3.000 of meer op hun levenslooprekening hadden staan, kunnen hun aanspraak vanaf 2013 bestedingsvrij opnemen. Zij mogen ook hun volledige aanspraak in 2013 in één keer opnemen. Deelname stopt dan definitief. Ook hierover moet belasting worden geheven. Zowel bij vrijval als bij opname in één keer in 2013 geldt een 80%-regeling. Dat betekent dat het op 31 december 2011 opgebouwde tegoed in aanmerking wordt genomen voor 80% van de waarde in het economisch verkeer op die datum.
Het overgangsrecht voor de levensloopregeling zal vermoedelijk definitief vervallen per 1 januari 2022.
S&O-afdrachtvermindering in 2013
De loongrens van de eerste schijf van de S&O-afdrachtvermindering wordt verhoogd van € 110.000 naar € 200.000. Daar staat tegenover dat het percentage van de 1e schijf omlaag gaat van 42% (2012) naar 38%. Het percentage in de eerste schijf voor starters gaat van 60% naar 50%. Het percentage van de tweede schijf blijft 14%. Het S&O-uurloon wordt vanaf 2013 afgerond naar boven op € 1. Nu is dat nog € 5.
Belastingplannen 2013/ Alle belastingplichtigen
AOW-leeftijd stapsgewijs omhoog
De AOW-gerechtigde leeftijd gaat de komende jaren stapsgewijs omhoog. Neemt u op 1 januari 2013 deel aan een VUT- of prepensioenregeling dan heeft u zich niet kunnen voorbereiden op de AOW leeftijdsverhoging. U kunt dan mogelijk gebruik maken van een overbruggingsregeling.
Het wordt tijdelijk mogelijk om variatie aan te brengen in het pensioen wat al vóór 1 januari 2013 is ingegaan. Hierdoor kan ook bij een dergelijk pensioen een AOW-gat tussen de 65-jarige leeftijd en een latere AOW-ingangsdatum worden opgevuld met tijdelijk hogere pensioenuitkeringen gevolgd door een lager pensioen over de resterende uitkeringsperiode.
Doorwerkbonus wordt werkbonus
De doorwerkbonus in de inkomstenbelasting voor mensen die 61 jaar of ouder zijn, vervalt. Hiervoor in de plaats komt een werkbonus voor mensen met een laag inkomen die aan het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt. De werkbonus loopt door tot aan de leeftijd van 64.
Scholingsuitgaven aan banden
De aftrek van scholingsuitgaven in de inkomstenbelasting wordt vanaf 1 januari 2013 aanzienlijk beperkt. Aftrekbaar zijn dan alleen nog de door de onderwijsinstelling verplicht gestelde en noodzakelijke kosten van de opleiding of studie. De drempel voor de aftrek van scholingsuitgaven gaat omlaag van € 500 naar € 250.
Advieskosten niet langer aftrekbaar
De advieskosten voor een lijfrente of een arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn volgend jaar niet meer aftrekbaar.
Vermogenstoets in de toeslagen
Er komt een vermogenstoets voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Is het vermogen op 1 januari 2013 meer dan € 101.139 (alleenstaande) of € 122.278 (partners) dan is er geen recht meer op zorgtoeslag of kindgebonden budget. Let op: deze vermogensgrenzen zijn nog niet definitief.
Leeftijdsgrens schenkingsvrijstelling omhoog
De leeftijdsgrens van kinderen voor de eenmalige verhoogde vrijstelling schenkbelasting gaat omhoog van 35 naar 40 jaar als het kind de schenking gebruikt voor de eigen woning.
Verplicht eigen risico
Het verplichte eigen risico in de zorgverzekering gaat volgend jaar omhoog van € 220 naar € 350. Heeft u een laag inkomen dan gaat de zorgtoeslag ter compensatie omhoog. De aftrek voor specifieke zorgkosten wordt beperkt, waardoor een aantal uitgaven voor ziektekosten in 2013 is uitgesloten van aftrek. De geplande eigen bijdrage van € 7,50 (liggeld) voor verblijfskosten bij een behandeling in het ziekenhuis gaat echter niet door.
Belastingplannen 2013/ Zaken die niet doorgaan!
- De onbelaste vergoeding voor woon-werkkilometers wordt niet afgeschaft. De ‘forensentaks’ gaat dus niet door.
- Vitaliteitssparen wordt niet ingevoerd.
- De afdrachtvermindering onderwijs wordt volgend jaar niet versoberd.
- De omstreden inkomensafhankelijke zorgpremie die gepland stond vanaf 2014, is definitief van de baan.
Reemedie, onze nieuwsbrief voor de medici

Hierbij treft u onze eerste actuele uitgave aan van Reemedie. Deze is speciaal voor medici opgesteld. Wij zijn gestart met deze uitgave omdat steeds meer medici gebruik maken van onze dienstverlening en de roep naar een speciale uitgave voor u steeds groter werd. In deze uitgave gaan wij in op enkele eindejaarstips waarbij u mogelijkheden hebt om dit jaar nog belastinggeld te besparen. Ook brengen wij u de werkkostenregeling voor u onder de aandacht. Voor dit onderwerp nodigen wij u van harte uit voor onze relatiedag van Van Ree HR Consultants, welk gehouden wordt op woendagavond 24 november te Barneveld. Ook maken wij u attent op de open dag speciaal voor de medische branche die ons kantoor organiseert op 1 december, eveneens in Barneveld. Meer gegevens hierover vindt u in de eerste uitgave van Reemedie.
Eindejaarstips 2012/ Tips voor alle belastingplichtigen
1. Loop uw verzekeringsportefeuille na
Per 1 januari 2013 betaalt u als particulier en als ondernemer 21% assurantiebelasting over uw premie en over de vergoeding voor de diensten van een bemiddelaar of verzekeraar. Dit is nu nog 9,7%. De assurantiebelasting is een belasting op verzekeringen, zoals de auto- en inboedelverzekering.
De verhoging van de assurantiebelasting is een forse lastenverzwaring op de verzekeringen die u betaalt. Neem daarom nog dit jaar kritisch uw verzekeringsportefeuille door. Denk hierbij niet alleen aan aansprakelijkheidsverzekeringen, opstal- en inboedelverzekeringen en autoverzekeringen voor de auto's van de zaak, maar ook aan technische verzekeringen, bedrijfsrechtsbijstands- en milieuverzekeringen.
Voor een aantal verzekeringen hoeft u echter geen assurantiebelasting te betalen, namelijk:
- levensverzekeringen;
- ongevallen-, invaliditeits- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen;
- ziekte- en ziektekostenverzekeringen;
- werkloosheidsverzekeringen;
- transportverzekeringen;
- verzekeringen van zeeschepen (behalve pleziervaartuigen) en luchtvaartuigen die bedoeld zijn als openbaar vervoermiddel in het internationale verkeer;
- herverzekeringen;
- exportkredietverzekeringen.
Let op!
Het nieuwe tarief van 21% is van toepassing op de verzekeringspremies die na 31 december 2012 vervallen.
2. Betaal uw lijfrentepremie op tijd
Wilt u straks in uw aangifte 2012 lijfrentepremies in aftrek kunnen brengen, zorg er dan voor dat u deze ook daadwerkelijk betaalt in 2012. Premies voor een lijfrenteverzekering of stortingen op een lijfrentespaarrekening of beleggingsrecht zijn overigens alleen aftrekbaar als u in een bepaald jaar niet voldoende pensioen hebt opgebouwd.
Er is een uitzondering op de regel dat lijfrentepremies alleen aftrekbaar zijn als zij ook daadwerkelijk in dat jaar betaald zijn. Staakt u als ondernemer uw onderneming in 2012 en zet u de stakingswinst vóór 1 juli 2013 om in een lijfrente, dan is de premie aftrekbaar mits u deze in de eerste zes maanden van volgend jaar betaalt. Datzelfde geldt voor de omzetting van de oudedagsreserve in een lijfrente.
Tip
Wilt u zich laten adviseren over een lijfrente of een arbeidsongeschiktheidsverzekering, dan kunt u dat beter nog dit jaar doen. Volgend jaar bent u namelijk duurder uit. Advieskosten voor deze producten zijn dan niet langer aftrekbaar. Nu zitten deze advieskosten vaak nog versleuteld in de premie zelf.
3. Houd uw vermogen in box 3 in de gaten
Heeft u nu recht op zorgtoeslag of het kindgebonden budget houd dan uw vermogen, zoals uw bank -en spaartegoeden in box3, inde gaten. Vanaf 1 januari 2013 geldt namelijk een vermogenstoets voor deze beide toeslagen. Is uw vermogen op 1 januari 2013 hoger dan het heffingvrij vermogen (2012 alleenstaande: € 21.139/ partners: € 42.278) uit box 3 plus € 80.000 dan ontvangt u in 2013 geen zorgtoeslag of kindgebonden budget meer.
4. Beleggingen? Stap over op ‘groen’
Heeft u beleggingen dan moet u de waarde van deze beleggingen ook opgeven in box 3. Voor maatschappelijke beleggingen of beleggingen in durfkapitaal en cultuurfondsen gelden bepaalde vrijstellingen. Ook heeft u dan recht op een extra heffingskorting. Deze beleggingen moet u nog eens tegen het licht houden, want volgend jaar gelden de voordelen alleen nog maar voor groen beleggen. Belegt u in groene projecten, dan blijft een vrijstelling gelden in box 3 van maximaal € 56.420. Bovendien blijft u nog recht houden op een heffingskorting van 0,7% (2012) van het vrijgestelde bedrag in box 3. Wilt u gaan beleggen in een groen fonds, check dan ook of dit fonds wel door de Belastingdienst als een dergelijk fonds is aangewezen, want anders profiteert u niet van de voordelen.
5. Verdiep u in de AOW
De komende jaren zult u wat langer moeten doorwerken voordat u de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Deze leeftijd gaat namelijk stapsgewijs omhoog. In 2013 met een maand en in 2014 met twee maanden. In 2015 gaat dit nog sneller omhoog. Hierdoor bereikt u de AOW-leeftijd in 2018 met 66 jaar en in 2021 met 67 jaar. Doordat u later AOW krijgt, wordt u mogelijk geconfronteerd met een inkomensgat. Afhankelijk van uw leeftijd kan het verstandig zijn om hier nu al rekening mee te houden, bijvoorbeeld door extra geld opzij te zetten.
Neemt u op 1 januari 2013 deel aan een VUT- of prepensioenregeling, dan heeft u zich niet kunnen voorbereiden op de leeftijdsverhoging van de AOW. U kunt dan mogelijk gebruikmaken van een overbruggingsregeling. De regeling gaat gelden voor deelnemers met een inkomen tot 150% van het wettelijk minimumloon en kent een partner- en vermogenstoets. Uw eigen woning en pensioenvermogen tellen niet mee voor de toets.
Let op!
Per 1 januari 2015 vervalt de AOW-partnertoeslag. Dit is een toeslag die u als AOW-gerechtigde ontvangt als u een jongere partner heeft die zelf geen of weinig inkomsten heeft. Bent u geboren vóór 1 januari 1950 dan krijgt u de toeslag wel, maar komt er een extra aanscherping bij. De partnertoeslag voor AOW-gerechtigden wordt per 1 juli 2014 ingeperkt. Heeft u als AOW-gerechtigde samen met uw partner een totaalinkomen van meer dan € 50.000 (exclusief uw AOW), dan ontvangt u vanaf die tijd geen partnertoeslag meer. Ook dat betekent een inkomensgat waar u de komende jaren al rekening mee moet houden.
6. Geef uw kind een financieel steuntje in de rug
Uw vermogen moet u op een gegeven moment overdragen. Schenken bij leven is nog altijd voordeliger dan vererven bij overlijden. Zeker als u handig gebruikmaakt van de vrijstellingen in de schenkbelasting. Dit jaar mag u aan uw kinderen belastingvrij een bedrag schenken van € 5.030. Is uw zoon of dochter tussen de 18 en 35 jaar, dan kunt u eenmalig belastingvrij een bedrag schenken van € 24.144. Dit kan ook als uw kind zelf ouder is dan 35 jaar, maar zijn of haar partner die leeftijd nog niet heeft bereikt.
Deze eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen van 18 tot 35 jaar kan nog verhoogd worden tot € 50.300 als uw kind het geld gebruikt voor de eigen woning of om een dure studie te betalen. Er gelden aanvullende voorwaarden, dus laat u goed informeren voordat u een schenking doet.
7. Scholingsuitgaven? Maak optimaal gebruik van aftrek
Volgt u een opleiding of studie om hiermee een inkomen uit werk en woning te kunnen verwerven dan zijn de kosten die u hiervoor maakt onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar in de inkomstenbelasting als scholingsuitgaven. Deze aftrek wordt vanaf 1 januari 2013 aanzienlijk beperkt. Aftrekbaar zijn dan alleen nog de door de onderwijsinstelling verplicht gestelde en noodzakelijke kosten van de opleiding of studie. Kort gezegd komt dit neer op het les-, cursus- of collegegeld, examengeld of promotiekosten en de door de onderwijsinstelling verplicht gestelde leermiddelen. Denk hierbij aan verplichte studieboeken of verplicht gereedschap voor de opleiding.
Dat betekent dat sommige kosten die nu nog aftrekbaar zijn, dat volgend jaar niet meer zijn. Denk bijvoorbeeld aan niet-verplichte vakliteratuur en de afschrijving op een computer met eventueel bijbehorende apparatuur die u nodig heeft voor uw studie. Mogelijk kunt u deze kosten naar voren halen om zo in ieder geval dit jaar nog optimaal te profiteren van de aftrek van scholingsuitgaven.
Let op!
Dit jaar bedraagt de drempel voor de aftrek van scholingsuitgaven nog € 500. Volgend jaar wordt deze drempel verlaagd naar € 250.
8. Levensloopregeling? Veranderingen op komst
Vitaliteitssparen wordt volgend jaar niet ingevoerd en dat heeft gevolgen voor de deelnemers aan de levensloopregeling. Het levenslooptegoed kan in 2013 nu niet worden omgezet in vitaliteitssparen. Neemt u deel aan de levensloopregeling en was het tegoed op uw levenslooprekening op 31 december 2011 € 3.000 of meer, dan zijn de gevolgen beperkt. U kunt gewoon door blijven sparen in de regeling. Vanaf 2012 bouwt u echter al geen levensloopverlofkorting meer op.
Was het tegoed op uw levenslooprekening op 31 december 2011 minder dan € 3.000, dan vervalt uw aanspraak op 1 januari 2013. Dit levenslooptegoed is volgend jaar belast. Wel wordt dan rekening gehouden met de door u in het verleden opgebouwde rechten (2006 t/m 2011) op levensloopverlofkorting.
Reesultaat 2010-02

Het tweede nummer van jaargang 2010 van onze nieuwsbrief Reesultaat is uit. Ook dit maal veel nieuws en wetenswaardigheden over ons kantoor en de diensten die wij verlenen. In dit nummer o.a. informatie over onze nieuwe vestiging in Alphen aan den Rijn, een interview met drs. Jaap Bergman RA de vestigingsdirecteur van onze nieuwe locatie. Verder wordt in dit nummer aandacht besteed aan de VAR-verklaring, de werkkostenregeling en voor de mogelijkheid van een BBZ financiering bij tijdelijke liquiditeitsproblemen. De impressie komt ditmaal van Wim Dooge van de Hotelschool Den Haag. Kortom de moeite waard om dit nummer te lezen.
Van Ree Accountants opent vierde vestiging in Alphen aan den Rijn

Vanaf 1 september 2010 is Van Ree Accountants ook gevestigd in Alphen aan den Rijn. De vestiging is gehuisvest aan de Leidse Schouw in het Crown Business Center.
Aanleiding voor de vierde vestiging is de groei van het aantal relaties in het westen van het land. Van Ree Accountants is een full-service kantoor wat zich zowel op de profit- als de non-profitsector richt. De leiding van de vierde vestiging zal in handen zijn van drs. Jaap Bergman RA.
Van Ree Accountants werkt vanuit 4 vestigingen (Doorn, Barneveld, Geldermalsen, Alphen aan den Rijn) met ruim 65 mensen en heeft accountants, belastingadviseurs, financial planners, register valuators, btw-specialisten en management adviseurs in huis.
BAPO en SOP

Op 31 mei jl. heeft het Ministerie van OCW naar alle onderwijsinstellingen een brief gestuurd inzake de definitieve regeling BAPO en SOP. Zoals bekend, was er lange tijd discussie tussen het ministerie en de Raad voor de Jaarverslaggeving over de verwerking van de BAPO-kosten en de BAPO-voorziening. Het ministerie heeft nu een definitief standpunt ingenomen dat in een ministeriële regeling zal worden vast geleg
In de sectoren PO, VO en BVE kennen we de BAPO-regeling (Bevordering Arbeids Participatie Ouderen). In het HO de SOP-regeling (Seniorenregeling Onderwijs Personeel). In de afgelopen jaren is er uitvoerig over de gevolgen van de invoering van RJ 660 voor de verwerking van deze regelingen in de jaarrekening gediscussieerd. Kern van de problematiek was dat een strikte uitleg van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving - en dan in het bijzonder van RJ 271 Personeelsbeloningen - zou leiden tot het opnemen van hoge voorzieningen voor toekomstige verplichtingen uit hoofde van deze regelingen. Het Ministerie van OCW en een belangrijk deel van het veld (met name PO en VO) vonden dit een ongewenste situatie en hebben naar mogelijkheden gezocht om te voorkomen dat door het opnemen van hoge voorzieningen de vermogenspositie van instellingen uitgehold zou worden. Het ministerie is toen in overleg getreden met de Raad voor de Jaarverslaggeving, maar kon niet met de raad tot overeenstemming komen. Dit heeft er toe geleid dat het ministerie in 2009 een eigen tijdelijke regeling in het leven heeft geroepen, die er op neer kwam dat in het PO en VO in de jaarrekeningen 2008 en 2009 de bestendige gedragslijn uit het verleden voorgezet moest worden en dat in de niet uit de balans blijkende verplichtingen opgave moest worden gedaan van de hoogte van de voorziening volgens de strikte uitleg van RJ 271. Het ministerie had toegezegd om op zo kort mogelijke termijn duidelijkheid te geven over de definitieve regeling, die vanaf 2010 van kracht zou worden.
Door middel van de brief van 31 mei 2010 heeft het Ministerie deze duidelijkheid nu gegeven. Omdat er binnen de Raad voor de Jaarverslaggeving geen consensus bereikt kon worden, heeft het ministerie besloten om zelf met een regeling te komen. Het ministerie heeft daarbij gekozen voor het verwerken van de BAPO- en SOP-lasten als periodekosten. Dit betekent dat de kosten worden genomen in het jaar dat ze ook uitgegeven worden. De voorzieningen voor BAPO en SOP komen daarom met ingang van 2010 te vervallen. Dit geldt naar wij begrepen hebben, ook voor de voorzieningen die in het verleden gevormd werden voor de zogenaamde uitgestelde (flexibele) BAPO! De instellingen die in het verleden een dergelijke voorziening gevormd hebben, moeten deze in 2010 vrij laten vallen. Hierbij is sprake van een stelselwijziging, hetgeen in principe betekent dat de vrijval van de voorziening rechtstreeks ten gunste van het eigen vermogen wordt gebracht. Deze stelselwijziging moet in de jaarrekening adequaat worden toegelicht, met vermelding van het effect op het vermogen en het resultaat.
Instellingen die dat willen, kunnen wel een 'bestemmingsreserve publiek' voor de BAPO- of SOP-lasten vormen. De vrijval van de voorziening vindt dan plaats ten gunste van deze bestemmingsreserve en jaarlijks muteert de bestemmingsreserve via de resultaatverdeling. De onttrekkingen of toevoegingen van/aan deze bestemmingsreserve worden daarom niet zichtbaar in de exploitatierekening.
De betreffende regeling zal binnen afzienbare tijd worden gepubliceerd en is van toepassing voor de sectoren PO, VO, BVE en HO.
BTW voor beroepsonderwijs

Een instelling die tegen vergoeding beroepsonderwijs verzorgt, is tot op heden geen btw verschuldigd, omdat deze dienst vrijgesteld is van btw-heffing. Met ingang van 1 juli 2010 wordt de vrijstelling voor het geven van beroepsonderwijs beperkt. In bijgaand memo wordt ingegaan op de praktische betekenis van deze wijziging.
Wilt u meer informatie of wilt u weten wat de wijziging specifiek voor uw instelling betekent? Neem dan contact op met mr. Machiel van Driel FB van Van Ree & Van Driel BTW-specialisten. Hij is bereikbaar via telefoonnummer (0343) 47 76 37.
Invoering onderwijsnummer basisonderwijs (gegevens in BRON)

Vanaf 1 oktober 2010 vormen de leerlingengegevens die scholen uitwisselen met het Basisregister Onderwijs (BRON) de basis voor de bekostiging. De formulieren voor de leerlingentellingen en voor de aanvragen voor aanvullende bekostiging in verband met groei vervallen dan. Voor basisscholen wordt vanaf 1 oktober 2010 automatisch op elke eerste dag van de maand, op basis van de gegevens in BRON, gekeken of er sprake is van groei van het aantal leerlingen. Voor de basisscholen wordt vanaf 1 augustus 2010 op bestuursniveau (dus niet meer op schoolniveau) bepaald of er recht is op aanvullende bekostiging in verband met groei. Voor de WEC-scholen wordt op de wettelijk vastgestelde momenten ook automatisch op basis van de gegevens in BRON gekeken of er sprake is van groei. Een leerling telt alleen mee voor de groei, als de gegevens tijdig zijn aangeleverd. Wijzigingen in uw leerlinggegevens moet u, nadat u bent aangesloten op BRON, binnen twee weken aanleveren aan BRON.
Seminar Risicomanagement voor onderwijsinstellingen
Ons seminar 'Risicomanagement voor onderwijsinstellingen' op 1 juni jl. trok een volle zaal. De aanwezigen werden bijgepraat over wat risicomanagement inhoudt en over de praktische uitwerking van risicomanagement voor onderwijsinstellingen. Ook werd de door Van Ree Accountants ontwikkelde RMToolbox geïntroduceerd. Hebt u het seminar gemist? Mail dan naar mrozendaal@vanreeacc.nl en u krijgt de hand-outs toegestuurd.
Wij bieden diverse mogelijkheden voor advisering en begeleiding bij de implementatie van risicomanagement binnen uw instelling. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met drs. Wim van Dijk RA (wvdijk@vanreeacc.nl) of Marien Rozendaal RA (mrozendaal@vanreeacc.nl). Zij zijn telefonisch bereikbaar via (0342) 40 85 08.
Tijdelijk administratief personeel nodig?
Heeft u een tijdelijke vacature in verband met ziekte of ontslag van medewerkers op de financiële administratie? Onze zusterorganisatie DetacheringsPartners, biedt oplossingen op maat als u tijdelijk extra handen nodig hebt op de financiële administratie. Ook voor ander functies in de back-office (secretariaat e.d.) hebben zij mogelijkheden. Het komende halfjaar kunnen zij tegen aantrekkelijke tarieven een oplossing voor uw personeelsprobleem bieden. Specifieke deskundigheid op het gebied van onderwijs is aanwezig. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ronald Bussink of Marien Rozendaal. Beide zijn bereikbaar onder telefoonnummer (0343) 47 71 98. Voor meer informatie: kijk op www.detapartners.nl

