De kavelruilvrijstelling wordt per 1 januari 2025 gewijzigd. De wijziging betreft een beperking van de vrijstelling om onbedoeld gebruik ervan tegen te gaan.
De kavelruilvrijstelling wordt per 1 januari 2025 gewijzigd. De wijziging betreft een beperking van de vrijstelling om onbedoeld gebruik ervan tegen te gaan.

De kavelruilvrijstelling komt er in het kort op neer dat geen overdrachtsbelasting verschuldigd is als percelen grond worden geruild teneinde een landelijk gebied beter in te richten. Via kavelruil kan grond bijvoorbeeld beter toegankelijk worden gemaakt voor agrariërs. De vrijstelling heeft momenteel ook betrekking op gebouwen die zich op de percelen grond bevinden.
De wijziging van de vrijstelling per 2025 betreft onder meer de uitsluiting van woningen, met uitzondering van agrarische bedrijfswoningen. Verder is de vrijstelling voortaan alleen nog maar van toepassing als de verkregen opstallen agrarisch worden gebruikt. Voor toepassing van de vrijstelling is vanaf 2025 ook vereist dat het bedrijfsmatig gebruik van de opstallen tenminste tien jaar wordt voortgezet. Deze eis geldt ook voor de agrarische bedrijfswoning.
De wijzigingen kennen ook enkele uitzonderingen. Zo blijft de vrijstelling van toepassing als een opstal door overheidsingrijpen aan de landbouw wordt onttrokken met het oog op het ontwikkelen en in stand houden van de natuur en het landschap. Verder geldt voor onbebouwde grond de landbouweis niet. Dit betekent dat ook de voortzettingseis van tien jaar hiervoor niet geldt.
Tip! Krijgt u in 2025 te maken met kavelruil of overweegt u dit, neem dan contact met ons op. Maatwerk is hier namelijk altijd geboden.
Lees hier het volledige bericht.
De regering werkt een wetsvoorstel uit dat werknemers beter gaat beschermen tegen betalingen onder het wettelijk minimumloon. Aanleiding: situatie arbeidsmigranten Met name bij arbeidsmigranten is niet altijd even duidelijk of
Verenigings- en stichtingsbestuurder, is de governance van uw organisatie in control? Denk niet dat dit voor u niet van belang is, want de governance zal op orde moeten zijn om
De Eerste Kamer heeft op 16 juni 2026 ingestemd met het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Dit betekent dat vanaf een nog nader te bepalen datum bij werkzaamheden