3 maart 2026

Een kinderopvangorganisatie heeft mogelijk te maken met vennootschapsbelasting. Heeft u dit risico al gesignaleerd? U denkt misschien wel: ‘maar wij hebben geen winstdoel en zijn niet commercieel’. Helaas is dat te makkelijk gezegd. In de praktijk komt de vennootschapsbelasting voor kinderopvangorganisaties nog steeds als verrassing. Met name bij kinderopvangorganisaties die hebben gekozen voor een stichtingsvorm.

Wanneer vennootschapsbelasting betalen?

Het is van belang om na te gaan of uw kinderopvangorganisatie belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting. Nog steeds zien we dat hierover in de praktijk misverstanden bestaan. Het gebeurt geregeld dat de kinderopvangorganisatie als rechtsvorm een stichting heeft. Op grond van de wet is een stichting belastingplichtig indien en voor zover een onderneming wordt gedreven. Daaronder wordt ook verstaan wanneer in concurrentie wordt getreden. In de praktijk is vaak sprake van het in concurrentie treden, dat is ook de visie van de staatssecretaris.

Vrijstelling van toepassing?

Soms kan wel een algemene vrijstelling voor stichtingen en verenigingen worden toegepast. Dat is afhankelijk van de winst die wordt behaald. Als de fiscale winst in een jaar niet meer bedraagt dan € 15.000, kan deze vrijstelling worden toegepast. Komt de fiscale winst wel boven de € 15.000 uit in een jaar? Dan moet gekeken worden of tezamen met de vier voorafgaande jaren de fiscale winst maximaal € 75.000 bedraagt. Het is daarom belangrijk om jaarlijks de winst in de gaten te houden.

Biedt u ook VVE aan?

Biedt uw organisatie een deel van de kinderen voor- en vroegschoolse educatie (VVE) aan? En zijn dat misschien meer kinderen dan alleen de kinderen die een VVE-indicatie hebben? Dan kunt u zich waarschijnlijk met succes beroepen op een vrijstelling. Voor- en vroegschoolse educatie is gericht op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden. (Toekomstige) basisschoolleerlingen krijgen zo extra aandacht om te voorkomen dat er onderwijsachterstanden ontstaan, met name op het gebied van taal. Deze activiteiten vallen voor de vennootschapsbelasting onder de onderwijsvrijstelling.

Hoe berekent u dan de winst uit de VVE-activiteiten? Daarvoor is wel een administratieve splitsing vereist. Hoewel het bijna altijd de moeite loont om uit te zoeken, levert de administratieve splitsing in de praktijk wel uitdagingen op. Want stel nu dat er 10% van de peuters een VVE-indicatie heeft (of in elk geval een VVE-programma krijgt aangeboden). Dan is het voor veel organisaties nog een hele puzzel om het resultaat op VVE te berekenen. Denk maar aan de verdeling van loonkosten van een pedagogisch professionals bijvoorbeeld.

Gevolgen voor vrijwilligers?

De kinderopvangsector is van oudsher een sector waar gebruik wordt gemaakt van vrijwilligers. Met name bij de tussenschoolse opvang is nog altijd veel sprake van vrijwilligers. Heeft u zich weleens de vraag gesteld of uw kinderopvangorganisatie überhaupt onbelaste vrijwilligersvergoedingen mag uitbetalen? Veel kinderopvangorganisaties zijn zich niet bewust van het feit dat organisaties die belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting geen onbelaste vrijwilligersvergoedingen mogen verstrekken.

Als wel een onbelaste vrijwilligersvergoeding verstrekt mag worden, gelden daarvoor normbedragen. In 2026 geldt bijvoorbeeld een maximale jaarvergoeding van € 2.200 en een maximale maandvergoeding van € 220. Hoe gaat uw organisatie met de vergoedingen om? Wat als een vrijwilliger minder werkt per maand dan gebruikelijk, wordt de vergoeding dan aangepast? Het is belangrijk om de vergoeding per uur in beeld te hebben. De Belastingdienst hanteert als ‘safe harbour’ een uurtarief van € 5,75.

Ons advies aan kinderopvangorganisaties

Voorkóm verrassingen op het gebied van belastingen. Wij helpen u graag op tijd te signaleren waar risico’s en ook kansen liggen. Neem gerust contact met ons op.

Meer nieuwsitems