23 maart 2026

Een pauzedrankje met alcohol is belast met 21% btw. Dat heeft de Hoge Raad onlangs op 13 maart 2026 bepaald. Want een pauzedrankje is een zelfstandige prestatie.

Dit arrest is belangrijk voor theaters, concertzalen en andere aanbieders van voorstellingen die met een all-in kaartje (inclusief pauzedrankje) werken.

Het arrest

In het arrest ging het om een theater. Dit theater verkocht toegangskaartjes voor voorstellingen. In de prijs van het kaartje was een pauzedrankje inbegrepen. Dit pauzedrankje kon ook een alcoholisch drankje zijn. Het was niet mogelijk om een kaartje zonder drankje te kopen.

Op de theatervoorstelling zelf is het verlaagde btw-tarief (9%) van toepassing. Op eten en drinken is dit in beginsel ook zo. Op alcoholische dranken is echter het algemene btw-tarief (21%) van toepassing. Het theater was van mening dat een alcoholisch drankje bijkomstig was bij de theatervoorstelling. Daarom bracht zij het lage btw-tarief in rekening over de volledige prijs van het toegangskaartje.

Het toetsingskader

Maar de Hoge Raad ziet dit anders. Allereerst schetst de Hoge Raad kort het algemene kader:

  • In principe bekijk je elke prestatie apart voor de omzetbelasting.
  • Soms zijn prestaties heel nauw met elkaar verbonden, of is de ene prestatie duidelijk ondergeschikt (bijkomend) aan de hoofdprestatie. Dan vormen de prestaties samen één samengestelde prestatie.
  • Een prestatie is ‘bijkomend’ als deze geen doel op zich is, maar de gelegenheid geeft om optimaal gebruik te maken van de hoofdprestatie.

Zonder drankje ook een voorstelling

Vervolgens bepaalt de Hoge Raad dat een pauzedrankje geen bijkomende prestatie is. Het drankje wordt genuttigd in de pauze van de voorstelling. Het drankje is niet nodig om de voorstelling bij te wonen. De theaterbezoeker kan het drankje ook niet nemen, dit verandert niks aan de voorstelling. Daardoor is het drankje geen bijkomende prestatie. Het btw-tarief op het drankje moet afzonderlijk bepaald worden. Dit betekent dat een alcoholisch pauzedrankje belast is met 21% btw, ook al is dit inbegrepen in de prijs.

Niet vergelijkbaar met reserverings- of gaderobekosten

Tenslotte vindt de Hoge Raad dit pauzedrankje niet vergelijkbaar met reserveringskosten of garderobekosten. Die vallen als bijkomende prestatie namelijk wel onder het verlaagde btw-tarief. Dit is logisch, omdat deze prestaties functioneel samenhangen met de voorstelling. Ze zijn nodig om de voorstelling te kunnen aanbieden en goed te kunnen bijwonen.

Belang voor de praktijk

Dit arrest is belangrijk wanneer u voorstellingen, concerten of dergelijke culturele evenementen aanbiedt. U moet opletten welke prestaties er in de prijs zijn inbegrepen. Als er een optioneel alcoholisch pauzedrankje in de prijs is inbegrepen moet u hier 21% btw over berekenen.

Het verplicht in rekening brengen van het algemene tarief bij alcoholische drankjes leidt tot extra administratieve lasten. U weet van tevoren namelijk niet of bezoekers een drankje gaan nuttigen, en zo ja, of deze ook alcoholisch is. Het van toepassing zijnde btw-tarief komt dus pas achteraf vast te staan. Aan de andere kant kan dit leiden tot liquiditeitsvoordelen. U hoeft de btw namelijk pas af te dragen als het tarief vast is komen te staan.

Ten slotte

Wij adviseren u graag bij het inrichten van uw processen zodat u voldoet aan deze nieuwe regelgeving. Neem gerust contact met ons op.

Meer nieuwsitems