14 januari 2022

Let goed op bij het ontvangen van de definitieve beschikking UWV inzake de NOW-regeling. Het kan zijn dat het definitieve bedrag niet juist is vastgesteld doordat de hoogte van de loonsom van de referentiemaand te hoog is.

Definitieve beschikking

De definitieve berekening gaat uit van het daadwerkelijke omzetverlies en de daadwerkelijke loonsom. De hoogte van de subsidie kan uiteindelijk lager uitvallen. Dit is bijvoorbeeld het geval als het daadwerkelijke omzetverlies lager is dan dat u tevoren heeft ingeschat. Als de loonkosten in de aanvraagperiode lager zijn dan de loonkosten in de referentieperiode heeft dit ook gevolgen voor het definitieve bedrag van de tegemoetkoming. U bent verplicht om de loonsom voor de periode waar de tegemoetkoming voor geldt zoveel mogelijk gelijk te houden. Het kan echter voorkomen dat de loonkosten lager uitvallen doordat er bijvoorbeeld bepaalde contracten niet zijn verlengd, er personeel met pensioen is gegaan of zelf ontslag hebben genomen. Dit betekent wel dat de definitieve tegemoetkoming lager wordt.

Loonsom referentiemaand

Het is echter ook mogelijk dat de loonsom in de referentiemaand niet representatief is. De loonsom valt bijvoorbeeld hoger uit doordat er extra betalingen gedaan zijn. Denk hierbij aan het uitbetalen van een bonus aan het personeel of het uitbetalen van vakantiedagen. Bij het bepalen van het voorschot is dit door het UWV niet uit de loonsom gefilterd, dit betekent dat de loonsom niet juist is.

Als u als werkgever in de loonadministratie kunt laten zien dat de loonkosten voor de referentiemaand niet representatief waren, kan het UWV dit uit de loonsom filteren. De aanpassing van de loonsom kan alleen als er bij het UWV tijdig bezwaar wordt ingediend met daarbij een onderbouwing van de bedragen die op de loonsom gecorrigeerd moeten worden.

Hieronder ziet u een geanonimiseerd voorbeeld van een bezwaarprocedure die Van Ree Finance Consultants heeft gevoerd namens een relatie. Het bezwaar is gegrond verklaard.

Voorbeeld: bonus

 De werkgever heeft een loonsom in januari 2020 van 8.000 euro en een verwacht omzetverlies van 24%. Op basis daarvan ontvangt hij een voorschot van € 5.391.

 Bij de vaststelling blijkt dat het omzetverlies inderdaad 24% was. De loonsom over de subsidieperiode maart-april-mei 2020 is echter niet € 24.000 (3 x € 8.000) maar € 9.000 (3 x € 3.000). Het verschil wordt van het subsidiebedrag afgetrokken. Daarmee heeft de werkgever geen recht meer op subsidie en ontvangt dus een nihil-beschikking. Dat betekent dat het hele voorschot à €5.391 wordt teruggevorderd. De werkgever betaalt dit direct terug, maar dient ook tijdig een bezwaar in.

 Rekensom:
Hoogte voorschot:
loonsom januari x 3 maanden x geschat omzetverlies x forfaitaire opslag (30%) x vergoedingspercentage (90%) x voorschot (80%) € 8.000 x 3 x 0,24 x 1,3 x 0,9 x 0,8 = € 5.391

 Bij gelijkblijvende loonsom zou de definitieve subsidie als volgt worden vastgesteld:
Loonsom januari x 3 maanden x daadwerkelijk omzetverlies x forfaitaire opslag (30%) x vergoedingspercentage (90%) € 8.000 x 3 x 0,24 x 1,3 x 0,9 = € 6.739

 Door de gedaalde loonsom, vindt er nog een correctie plaats:
(loonsom januari x 3 – loonsom maart/april/mei) x forfaitaire opslag (30%) x vergoedingspercentage (90%) (€ 8.000 x 3 – € 9.000) x 1,3 x 0,9 = € 17.550

 Vaststelling subsidie: € 6.739 – € 17.550 = € 0. Werkgever ontvangt een nihil-beschikking en moet zijn hele voorschot van € 5.391 terugbetalen.

 Bezwaar

 De werkgever is van mening dat hij onterecht wordt gekort op zijn subsidie. Hij heeft één werknemer in dienst en die heeft steeds hetzelfde loon ontvangen. De hogere loonsom komt omdat deze werknemer in januari een bonus van 5.000 euro heeft ontvangen. Als de bonus buiten beschouwing wordt gelaten is te zien dat de loonsom in maart-april-mei gelijk is gebleven aan de loonsom in januari. De loonsom bedraagt namelijk elke maand € 3.000. De bonus is apart verantwoord in de loonaangifte als bijzondere beloning, maar dit wordt niet automatisch gecorrigeerd tijdens de definitieve vaststelling.

 In bezwaar is de bijzondere beloningstabel in de polisadministratie gecontroleerd. Hierdoor kon de subsidie uiteindelijk worden vastgesteld op basis van een loonsom van € 3.000.

 Rekensom:
Definitieve hoogte:
Gecorrigeerde loonsom januari x 3 maanden x daadwerkelijk omzetverlies x forfaitaire opslag (30%) x vergoedingspercentage (90%) € 3.000 x 3 x 0,24 x 1,3 x 0,9 = € 2.528

Terugbetaling:
Voorschot – definitieve subsidie
€ 5.391 – € 2.528 = € 2.863

De werkgever heeft recht op € 2.528. Omdat de werkgever het voorschot van € 5.391 al direct heeft terugbetaald volgt nog een nabetaling van € 2.863 door UWV.

Wat te doen?

Heeft u een definitieve beschikking  ontvangen van het UWV en moet u NOW-subsidie terugbetalen? Wordt dit veroorzaakt doordat de loonsom in de referentiemaand hoger is door incidentele uitbetalingen? Dan loont het de moeite om tijdig bezwaar in te dienen. Dit moet echter wel binnen zes weken na datum van de definitieve beschikking plaatsvinden.

Wij helpen u daar graag mee en staan voor u klaar. Vanuit van Ree Finance Consultants hebben wij inmiddels voor een aantal ondernemers met succes bezwaar ingediend bij het UWV.

Remko van de Craats

De heer R. (Remko) van de Craats RB
Belastingadviseur
rvdcraats@vanreefc.nl

Meer nieuwsitems