Geen btw-fiscale eenheid bij personele unie?
Een btw-fiscale eenheid lijkt moeilijk houdbaar wanneer stichtingen via een personele unie met elkaar zijn verbonden.
Een recente uitspraak van Hof ’s-Hertogenbosch legt mogelijk een bom onder de btw-fiscale eenheid tussen stichtingen. Dat meerdere stichtingen worden geleid door dezelfde personen – een zogenoemde personele unie – is niet relevant bij het beoordelen van financiële verwevenheid. Ook de wettelijke beperkingen op de besteding van onderwijsmiddelen staan in de weg aan financiële verwevenheid. Wat betekent dit voor stichtingen die nu een btw-fiscale eenheid vormen? En onder welke voorwaarden kunnen stichtingen wél een fiscale eenheid voor de btw vormen?
De uitspraak
De uitspraak gaat over een stichting voor primair onderwijs die gevoegd wil worden bij een bestaande fiscale eenheid tussen kinderopvangstichtingen. De onderwijsstichting en de kinderopvangstichtingen hebben één bestuur en één Raad van Toezicht (RvT), een personele unie. De Belastingdienst weigert de fiscale eenheid, omdat volgens hen geen sprake is van financiële verwevenheid. Dit is één van de voorwaarden voor een fiscale eenheid voor de btw.
Van financiële verwevenheid bij stichtingen is sprake als er een zodanige zeggenschap bestaat dat de financiële posities van de stichtingen in de gewenste onderlinge verhouding kunnen worden gebracht.
Volgens het Hof ontbreekt deze financiële verwevenheid. De stichtingen hebben niet voldoende zeggenschap over elkaars financiële positie. Ook de regelgeving over de besteding van onderwijsmiddelen staat financiële verwevenheid in de weg: de kinderopvangstichtingen kunnen wettelijk niet beschikken over de middelen van de onderwijsstichting.
Daarnaast blijkt uit de statuten dat overtollige middelen van iedere stichting uitsluitend mogen worden besteed in lijn met het eigen statutaire doel. Ook de geringe onderlinge transacties zijn volgens het Hof onvoldoende om financiële verwevenheid aan te nemen.
Opvallend is dat het Hof oordeelt dat een personele unie geen rol speelt bij de beoordeling van financiële verwevenheid. Dit is opmerkelijk, omdat de Belastingdienst deze samenwerkingsvorm zelf benoemt als geschikt om aan de voorwaarden voor een fiscale eenheid te voldoen. Het Hof volgt deze benadering dus niet.
Let op: tegen de uitspraak is inmiddels cassatie ingesteld. De Hoge Raad kan tot een ander oordeel komen.
Gevolgen voor de praktijk
De uitspraak kan verstrekkende gevolgen hebben voor stichtingen die samenwerken via een personele unie. Het Hof maakt duidelijk dat een personele unie op zichzelf geen aanwijzing vormt voor financiële verwevenheid. Deze samenwerkingsvorm wordt in de praktijk veel gebruikt om een fiscale eenheid voor de btw tot stand te brengen. Er zijn dus veel stichtingen die hierdoor niet langer aan de eisen voor een fiscale eenheid voldoen.
Stichtingen die op deze manier een fiscale eenheid vormen, lopen daarom mogelijk het risico dat de Belastingdienst de beschikking fiscale eenheid intrekt.
Gevolgen specifiek voor onderwijs en kinderopvang
Voor samenwerkingen tussen onderwijsinstellingen en kinderopvangorganisaties is de uitspraak in het bijzonder relevant. Een fiscale eenheid lijkt moeilijk houdbaar wanneer onderwijs- en kinderopvangstichtingen uitsluitend via een personele unie met elkaar zijn verbonden.
De regels voor de besteding van overheidsmiddelen maken het immers lastig om over en weer over elkaars financiële middelen te beschikken. Daarmee ontbreekt mogelijk de vereiste financiële verwevenheid.
Wat kunt u doen?
Een fiscale eenheid tussen stichtingen blijft mogelijk, maar de gekozen structuur is daarbij essentieel. Financiële verwevenheid kan onder voorwaarden worden bereikt wanneer de onderwijsstichting als ‘moederstichting’ van de kinderopvangorganisatie fungeert. De kinderopvangorganisatie kan daarbij zowel een stichting als een BV zijn. Het is belangrijk dat ook de statuten op deze structuur zijn afgestemd.
Vormen uw stichtingen momenteel een fiscale eenheid voor de btw en werken zij samen via een personele unie? Dan is het verstandig om uw structuur te laten beoordelen. Ook wanneer u een fiscale eenheid aanvraagt of dit in de toekomst van plan bent, is het belangrijk om vooraf de juiste samenwerkingsvorm en statutaire inrichting te kiezen.
Ons fiscaal-juridisch team helpt u graag bij het beoordelen en, waar nodig, aanpassen van uw structuur om de (toekomstige) fiscale eenheid tussen uw stichtingen zo goed mogelijk te waarborgen. Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.