Maximum uurprijzen 2027
Niet eerder zo laat duidelijkheid over tarieven én vergoedingspercentages
Kinderopvangorganisaties zaten nog nooit zo lang in onzekerheid. De maximum uurprijzen 2027 werden pas op Prinsjesdag bekend. En dat niet alleen, ook aan het beloofde ingroeipad wordt getornd. Zo lijkt de kinderopvangsector opnieuw een politieke speelbal om de rijksbegroting sluitend te krijgen. Maar hoe worden de maximum uurprijzen eigenlijk bepaald? En wat houdt het ingroeipad naar bijna gratis kinderopvang precies in? In dit artikel zetten we de systematiek achter de tarieven uiteen en analyseren we de gevolgen van de voorgenomen vertraging van het ingroeipad.
Indexatie maximum uurprijzen
De maximum uurprijzen worden vastgesteld in het besluit kinderopvangtoeslag 2027. Het ontwerpbesluit verscheen begin 2026. De indexatie van de maximum uurprijzen is gebaseerd op de verwachte loon- /prijsontwikkeling voor 2027 en een correctiefactor voor 2026, zoals deze blijken uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026. Het CEP was nog niet beschikbaar bij verschijning van het ontwerpbesluit begin 2026 en daarom zijn de percentages en tarieven als ‘PM’ opgenomen in het ontwerpbesluit van destijds.
Na publicatie van het CEP in maart 2026 was het mogelijk de indexatie uit te rekenen. De indexatie komt uit op 3,32%. Op Prinsjesdag heeft de minister bevestigd dat de indexatie van 3,32% daadwerkelijk wordt toegepast.
Loon-/prijsontwikkeling 2027
De loon-/prijsontwikkeling 2027 is gebaseerd op de loonvoet bedrijven (weging 80%) en de consumentenprijsindex (weging 20%).
Correctiefactor 2026
De correctiefactor 2026 is gebaseerd op de bijstelling van de prognoses voor 2026. Bij de vaststelling van de maximum uurprijzen 2026 is de loonvoet bedrijven en consumentenprijsindex gehanteerd zoals deze blijken uit het CEP 2025. De correctiefactor 2026, die wordt meegenomen in de uurprijzen 2027, wordt bepaald door het verschil in de loonvoet bedrijven en consumentenprijsindex tussen het CEP 2026 en het CEP 2025.
Samenvattend wordt er rekening gehouden met wijzigingen in de prognoses, maar blijft de correctiefactor nog steeds gebaseerd op een prognose.. Er vindt bij het bepalen van de maximum uurprijzen 2028 geen correctie meer voor 2026 plaats op basis van de definitieve, werkelijke loonvoet bedrijven en consumentenprijsindex 2026.
Voor 2027 leidt dit tot negatieve effecten voor de ouders. De geprognotiseerde consumentenprijsindex voor 2026 uit het CEP 2026 is inmiddels namelijk al weer achterhaald. Uit de Macro Economische Verkenning van september 2026 blijkt dat de consumentenprijsindex voor 2026 1,2% hoger uitvalt en de consumentenprijs voor 2027 0,6% hoger uitvalt. Hierdoor zijn de maximum uurprijzen feitelijk met te weinig zijn geïndexeerd. De afwijking voor 2027 wordt meegenomen in de correctiefactor 2027 bij het bepalen van de maximum uurprijzen voor 2028. De afwijking voor 2026 wordt echter niet meer gecorrigeerd.
Ingroeipad
Niet alleen de hoogte van de maximum uurprijzen is van belang. Ook het vergoedingspercentage speelt een belangrijke rol in de uiteindelijk netto kosten van kinderopvang voor ouders. De vergoedingspercentages zijn inkomensafhankelijk en dalen naarmate het inkomen stijgt. Sinds 2025 zijn de vergoedingspercentages stapsgewijs verhoogd. Het kabinet noemt dit het zogenaamde ‘ingroeipad’. Door het ingroeipad worden de effecten van bijna gratis kinderopvang feitelijk gefaseerd doorgevoerd en is de stap naar (bijna) gratis kinderopvang vanaf 2029 minder groot.
Voor 2027 stond de derde stap in het ingroeipad gepland. Door deze stap zouden ouders met een inkomen tot ruim € 87.000 de maximale vergoeding van 96% ontvangen. In 2026 begon het vergoedingspercentage van 96% te dalen vanaf een inkomen hoger dan ruim € 56.000. Met name de middeninkomens zouden er in 2027 dus fors op vooruit gaan. Het kabinet trok hier voor 2027 € 715 miljoen voor uit.
Met Prinsjesdag is door deze plannen gedeeltelijk een streep gezet. Op het bedrag van € 715 miljoen wordt € 350 miljoen bezuinigd. Het is niet zo dat de kosten van kinderopvang voor ouders door dit besluit in 2027 hogere zijn dan in 2026. De daling van de kosten is in 2027 echter wel minder groot dan was beloofd. Het maximale vergoedingspercentage van 96% wordt tot € 72.000 ontvangen in plaats van tot € 87.000.
De nota van toelichting bij het op Prinsjesdag gepubliceerde besluit bevat rekenvoorbeelden. Deze rekenvoorbeelden geven meer inzicht in de netto effecten van het gewijzigde ingroeipad. Uit de rekenvoorbeelden blijkt dat met name de middeninkomens (2x modaal) en de hogere inkomens erop vooruit gaan:

Bovenstaande rekenvoorbeelden zijn gebaseerd op een voorbeeldsituatie met twee kinderen die beiden twee dagen per week naar de dagopvang gaan voor een mediaan tarief van € 11,53 in 2026 en een verwacht mediaan tarief van € 11,91 voor 2027.
Wat betekent dit voor 2029?
Hoe moeten we dit besluit van het kabinet duiden? Is dit een eerste signaal dat het nieuwe financieringsstelsel, dat in 2029 in moet gaan, toch langer op zich laat wachten? Het kabinet geeft aan van niet! De vertraging in het ingroeipad voor 2027 moet in 2028 weer worden ingelopen. Daarmee levert deze bezuiniging alleen voor 2027 geld op voor het kabinet. De datum van 1 januari 2029 lijkt vooralsnog te blijven staan. Of die planning daadwerkelijk haalbaar is, hangt echter van meer af dan alleen de beschikbaarheid van budget voor het ingroeipad.
Tarieven 2027
De trage besluitvorming over de maximum uurprijzen en vergoedingspercentages komt voor kinderopvangorganisaties op een ongelukkig moment. Juist in deze periode worden begrotingen opgesteld, tarieven vastgesteld en oudercommissies om advies gevraagd. Zonder duidelijkheid vanuit Den Haag moeten organisaties belangrijke keuzes maken op basis van onvolledige informatie.
Alle reden dus voor het ministerie van SZW en de brancheorganisaties om het proces rond de jaarlijkse vaststelling van de kinderopvangtoeslag kritisch tegen het licht te houden. Als kinderopvangorganisaties hun tarieven al in het najaar moeten bepalen, mag worden verwacht dat de bijbehorende uitgangspunten tijdig bekend zijn.
De evaluatie van de indexeringssystematiek heeft er inmiddels toe geleid dat het kabinet het wetsvoorstel financiering kinderopvang op een aantal onderdelen heeft aangepast. Naar verwachting leidt tot ertoe dat vanaf 2029 indexatie niet langer plaatsvindt op basis van het Centraal Economisch Plan (voorjaar), maar op basis van de Macro Economische Verkenning (najaar). De indexering is dan gebaseerd op een zo recent mogelijke prognose. Dat betekent wel dat kinderopvangorganisaties er rekening mee moeten houden dat de indexatie van de maximum uurprijzen vanaf 2029 pas in september bekend is.
Worstelt u ondertussen met de gevolgen voor uw eigen organisatie? Dan denken de specialisten van Van Ree Accountants graag met u mee!