4 november 2021

Anders dan de naam “vennootschapsbelasting” doet vermoeden, kunnen ook stichtingen en verenigingen belastingplichtig zijn voor deze belasting. Dit is het geval “indien en voor zover zij een onderneming drijven”. Onder meer als met werkzaamheden feitelijk in concurrentie wordt getreden met marktpartijen, wordt dit gelijkgesteld aan het drijven van een onderneming. Echter, in artikel 6 van de Wet op de vennootschapsbelasting is een vrijstelling voor verenigingen en stichtingen opgenomen. Deze vrijstelling gaat van rechtswege, dus “automatisch”, in als de fiscale winst over een jaar niet boven de € 15.000 komt óf de fiscale winst over een jaar samen met de vier jaren daarvoor niet boven de € 75.000 komt.

Hoewel deze vrijstelling voordelig kan zijn, kleven er ook nadelen aan. Eén daarvan is dat verliezen op nihil worden gesteld. Met andere woorden: een verlies wordt aangemerkt als een resultaat van € 0. Een (incidenteel) verlies wordt in principe dus “automatisch” op nihil gesteld, waardoor het niet meer kan worden verrekend met eventuele toekomstige winsten. Dit kan worden voorkomen door vóór het definitief worden van de aanslag over dat jaar een schriftelijk verzoek in te dienen bij de Belastingdienst om de vrijstelling niet toe te passen. Deze vrijstelling geldt dan tot schriftelijke wederopzegging en voor minstens vijf jaar. Het is belangrijk dit scherp te hebben, omdat de vrijstelling van rechtswege ingaat en met een tijdig verzoek verliesverrekening veilig kan worden gesteld.

Wilt u meer informatie over deze ontwikkelingen en wat dit betekent voor uw specifieke situatie? Neem dan contact op met Arjan van der Bok van Van Ree FC voor meer informatie en verdere advisering

 

Meer nieuwsitems