26 februari 2026

Belangenverstrengeling in de praktijk

Wat verstaan we onder belangenverstrengeling?

Belangenverstrengeling ontstaat wanneer persoonlijke, zakelijke of maatschappelijke belangen van een bestuurder of toezichthouder de besluitvorming beïnvloeden

  • of de schijn daarvan wekken. Zelfs als de intenties zuiver zijn, kan al sprake zijn van een situatie waarin de onafhankelijkheid van het besluit ter discussie En dat is schadelijk
  • juridisch én bestuurlijk

Aangescherpte normen voor maatschappelijke organisaties

Sinds de invoering van de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) in 2021 zijn de normen rond professioneel en integer handelen duidelijk aangescherpt. Op onze website vindt u informatie over de juridische en organisatorische gevolgen van deze wet Een ander risico is belangenverstrengeling. Vaak goedbedoeld of onbewust, maar met grote impact op besluitvorming, vertrouwen en bestuurlijke legitimiteit. Minder tastbaar dus, maar des te schadelijker als het zich voordoet.

Wat vereist de WBTR?

De WBTR is hier helder over: bij een tegenstrijdig belang mag een bestuurder of toezichthouder niet deelnemen aan de beraadslaging én besluitvorming. Deze verplichting geldt ook als de statuten op dit punt nu nog iets anders vermelden. Bij een volgende statutenwijziging moet deze bepaling verplicht worden aangepast, en in ieder geval vóór 1 juli 2026. Wie toch deelneemt aan besluitvorming terwijl sprake is van een tegenstrijdig belang, loopt risico op aansprakelijkstelling. Dit kan het bestuur of toezichthouders ernstig onder druk zetten.

De praktijk: verwevenheid in maatschappelijke organisaties

Uit de praktijk blijkt hoe snel belangenverstrengeling kan ontstaan — ook zonder kwade opzet:

  • Een lid van de raad van toezicht is directeur van een toeleverancier waar de organisatie diensten van afneemt. Zelfs als er marktconform wordt ingekocht, is de onafhankelijkheid van besluitvorming in het geding.
  • Een bestuurslid is getrouwd met een medewerker van de organisatie. Dit kan leiden tot spanningen bij HR-besluiten of beoordelingsgesprekken.
  • Een toezichthouder is actief binnen een culturele instelling die met dezelfde subsidiepot concurreert als de eigen organisatie. Dit kan invloed hebben op strategische keuzes of beleidsbeoordeling.
  • Een bestuurder ontvangt een vergoeding voor advieswerkzaamheden binnen een aanpalend project van de organisatie, zonder transparante afspraken over rolverdeling en belangen.
  • Een bestuurslid stemt mee over een subsidieaanvraag voor een organisatie waar hij of zij zelf als vrijwilliger actief is.

Deze voorbeelden maken duidelijk dat belangenverstrengeling niet altijd direct zichtbaar is, maar wel degelijk het vertrouwen kan ondermijnen — bij collega-bestuurders, medewerkers en externe stakeholders.

Risico’s en gevolgen

Naast juridische risico’s — zoals vernietiging van besluiten of persoonlijke aansprakelijkheid — zijn de reputatie-effecten minstens zo belangrijk. Stakeholders als financiers, donateurs en samenwerkingspartners stellen steeds hogere eisen aan transparantie en integriteit. Wanneer belangenverstrengeling aan het licht komt, kan dat leiden tot wantrouwen, negatieve publiciteit of zelfs het intrekken van subsidies. Goed bestuur vereist dus niet alleen formele naleving, maar ook proactieve signalering en normstelling.

Wat kunt u als bestuurder of toezichthouder doen?

Het borgen van bestuurlijke integriteit vraagt om een structurele aanpak. Enkele praktische aanbevelingen:

  • Maak belangen inzichtelijk: Inventariseer en actualiseer jaarlijks de nevenfuncties en relevante relaties van bestuurders en toezichthouders en leg deze vast in bijvoorbeeld uw notulen en jaarverslag.
  • Bespreek belangen expliciet: Maak ruimte in vergaderingen voor het benoemen en toetsen van mogelijke belangenverstrengeling en notuleer dit vervolgens.
  • Documenteer onthouding in beraadslagingen: Noteer in de notulen wie zich bij welke besluiten onthoudt van deelname, inclusief onderbouwing.
  • Stel een integriteitsbeleid op of conformeer je aan een governance code: Leg afspraken vast over meldplicht, toetsing en sancties bij belangenverstrengeling in uw reglementen. Het hanteren van een governancecode, sectorale richtlijnen of een eigen integriteitskader draagt bij aan een bestuurscultuur waarin belangenverstrengeling tijdig wordt herkend én bespreekbaar is.
  • Zorg voor onafhankelijkheid: Streef naar een samenstelling van het bestuur of de raad van toezicht waarin voldoende onafhankelijkheiden diversiteit gewaarborgd is.

Integriteit als dagelijkse praktijk

Belangenverstrengeling is niet altijd te voorkomen, maar wel beheersbaar — mits er ruimte is voor openheid en zelfreflectie. Goed bestuur begint met het stellen van de juiste vragen: past dit binnen onze normen? Zijn wij transparant genoeg? En: zouden we dit ook kunnen uitleggen aan onze achterban? Wie die vragen durft te stellen, bouwt aan het fundament onder de maatschappelijke legitimiteit van zijn organisatie. Onze adviseurs denken hierover graag mee.

Meer nieuwsitems