Belangenverstrengeling ontstaat wanneer persoonlijke, zakelijke of maatschappelijke belangen van een bestuurder of toezichthouder de besluitvorming beïnvloeden
Sinds de invoering van de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) in 2021 zijn de normen rond professioneel en integer handelen duidelijk aangescherpt. Op onze website vindt u informatie over de juridische en organisatorische gevolgen van deze wet Een ander risico is belangenverstrengeling. Vaak goedbedoeld of onbewust, maar met grote impact op besluitvorming, vertrouwen en bestuurlijke legitimiteit. Minder tastbaar dus, maar des te schadelijker als het zich voordoet.
De WBTR is hier helder over: bij een tegenstrijdig belang mag een bestuurder of toezichthouder niet deelnemen aan de beraadslaging én besluitvorming. Deze verplichting geldt ook als de statuten op dit punt nu nog iets anders vermelden. Bij een volgende statutenwijziging moet deze bepaling verplicht worden aangepast, en in ieder geval vóór 1 juli 2026. Wie toch deelneemt aan besluitvorming terwijl sprake is van een tegenstrijdig belang, loopt risico op aansprakelijkstelling. Dit kan het bestuur of toezichthouders ernstig onder druk zetten.
Uit de praktijk blijkt hoe snel belangenverstrengeling kan ontstaan — ook zonder kwade opzet:
Deze voorbeelden maken duidelijk dat belangenverstrengeling niet altijd direct zichtbaar is, maar wel degelijk het vertrouwen kan ondermijnen — bij collega-bestuurders, medewerkers en externe stakeholders.
Naast juridische risico’s — zoals vernietiging van besluiten of persoonlijke aansprakelijkheid — zijn de reputatie-effecten minstens zo belangrijk. Stakeholders als financiers, donateurs en samenwerkingspartners stellen steeds hogere eisen aan transparantie en integriteit. Wanneer belangenverstrengeling aan het licht komt, kan dat leiden tot wantrouwen, negatieve publiciteit of zelfs het intrekken van subsidies. Goed bestuur vereist dus niet alleen formele naleving, maar ook proactieve signalering en normstelling.
Het borgen van bestuurlijke integriteit vraagt om een structurele aanpak. Enkele praktische aanbevelingen:
Belangenverstrengeling is niet altijd te voorkomen, maar wel beheersbaar — mits er ruimte is voor openheid en zelfreflectie. Goed bestuur begint met het stellen van de juiste vragen: past dit binnen onze normen? Zijn wij transparant genoeg? En: zouden we dit ook kunnen uitleggen aan onze achterban? Wie die vragen durft te stellen, bouwt aan het fundament onder de maatschappelijke legitimiteit van zijn organisatie. Onze adviseurs denken hierover graag mee.
De Subsidieregeling Praktijkleren in de Derde Leerweg ondersteunt werkgevers die investeren in het ontwikkelen van medewerkers en werkzoekenden via praktijkgerichte mbo‑scholing. Wat verandert er in 2026? Per 2026 is er
De vereniging kent minimaal twee organen: de algemene vergadering (ook wel “algemene ledenvergadering” genoemd) en het bestuur. In dit artikel focussen we ons op de rol van de algemene vergadering.
U heeft het misschien al eens gehoord. Of het speelt bij uw organisatie. Steeds vaker komt het voor dat een overheidsinstelling een subsidieovereenkomst omzet in een dienstverleningsovereenkomst. In dat geval