24 september 2025

Prinsjesdag 2025: wat betekent dit voor u als ondernemer in de automotive?

Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet de Miljoenennota en het Belastingplan 2026. Het kabinet is demissionair. Dit betekent dat het lopende zaken afhandelt, maar nieuwe politieke keuzes overlaat aan het volgende kabinet. Dit betekent ook dat de fiscale koers voor 2026 nog niet helemaal vaststaat. Hieronder geven we de fiscale highlights weer van de maatregelen die vanaf 1 januari 2026 in werking treden.

Werken met zzp’ers

Werken met zzp’ers is mogelijk, als u dit maar op de juiste manier doet. De beoordeling of iemand een echte zzp’er is, is lastig. Daarom komt er een nieuwe wet. Deze wet (Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties, oftewel: Wet VBAR) moet voor meer duidelijkheid zorgen. De Wet VBAR kijkt hoeveel elementen er wijzen op werknemerschap en hoeveel elementen er wijzen op zelfstandigheid.

De volgende punten spelen een belangrijke rol:

  • Aansturing: geeft u werkinhoudelijke instructies en houdt u toezicht op de zzp’er?
  • Ondernemerschap: is de zzp’er een echte ondernemer en loopt hij ondernemersrisico?
  • Vermoeden: als de zzp’er minder dan € 36 per uur verdient, dan is er het vermoeden dat diegene in loondienst is (en dus geen zzp’er is)

Als u met zzp’ers samenwerkt, kunt u de huidige Wet DBA blijven toepassen. Het is wel goed om alvast rekening te houden met de elementen uit de nieuwe Wet VBAR.

Het is de bedoeling dat de nieuwe wet op 1 juli 2026 ingaat.

Fiets van de zaak

Als u uw werknemer een fiets van de zaak geeft en uw werknemer gebruikt de fiets ook privé, dan geldt er een bijtelling (7%). Maar als uw werknemer de fiets niet mee naar huis neemt, is er geen privégebruik. U hoeft dan geen bijtelling toe te passen. Woon-werkverkeer is ook privégebruik. Maar als u aantoont dat uw werknemer de fiets niet thuis neerzet of slechts incidenteel (maximaal 10%) thuis neerzet, dan geldt er ook geen bijtelling. Als uw werknemer de fiets bijvoorbeeld bij een hub inlevert, dan wordt dat niet gezien als “thuis neerzetten”. En geldt er dan geen bijtelling.

Voor uw werknemer is dit voordelig, want het kost hem geen geld. En als u de bijtelling voor uw rekening nam door het op te nemen in de werkkostenregeling, levert het u ook een voordeel op. Want het komt niet meer ten laste van uw vrije ruimte, zodat u die kunt gebruiken voor andere dingen.

Tip: deze regeling werkt terug tot 1 januari 2020. U kunt deze bijtelling corrigeren als u in de afgelopen jaren onterecht bijtelling toepaste bij uw werknemer. 

Oudere werknemers vervroegd uit dienst

Verrichten uw werknemers zwaar werk? Dan kunt u hen als werkgever in de automotive tegemoetkomen. Met de RVU-regeling (Regeling voor Vervroegde Uittreding) kan uw werknemer drie jaar vóór de AOW-leeftijd stoppen met werken. Vervolgens betaalt u in de periode tot aan de AOW-leeftijd een uitkering aan uw werknemer.

Blijft die uitkering binnen het drempelbedrag, dan betaalt u als werkgever geen extra heffing. Deze tijdelijke RVU-regeling blijft vanaf 2026 in stand.

In 2026 stijgt het drempelbedrag met € 300 bruto per maand naar € 2.573.

Geeft u een hogere uitkering? Dan moet u als werkgever een extra heffing betalen. Die is in 2026 57,7% en stijgt naar 65% in 2028.

Deze eindheffing die u als werkgever moet betalen is hoog. Het is daarom belangrijk om goed de regels en voorwaarden van de RVU-regeling scherp te hebben.

Vrachtwagenheffing

Naar verwachting wordt per 1 juli 2026 de vrachtwagenheffing ingevoerd. Die geldt voor binnen- en buitenlandse vrachtwagens van meer dan 3,5 ton. Eigenaren van vrachtwagens betalen dan voor elke gereden kilometer op snelwegen en een aantal provinciale en hoofdwegen. Elektrische vrachtwagens betalen minder belasting. Zodra deze heffing is ingevoerd, wordt het Eurovignet in Nederland afgeschaft. Ook wordt de motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens verlaagd. Voertuigen tot 12 ton zijn dan zelfs vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting. Verder wordt, na de invoer van de vrachtwagenheffing, de bedrijfswagenparkregeling afgeschaft.

Aanpassingen motorrijtuigenbelasting

In 2026 geldt voor een elektrische auto 70% motorrijtuigenbelasting van het reguliere tarief.

Met ingang van 2028 worden een aantal bijzondere tarieven in de motorrijtuigenbelasting afgeschaft. Het gaat om het tarief voor vrachtwagens, mobiele werkplaatsen, en het kwarttarief voor bestel- en vrachtwagens die worden gebruikt voor het vervoer van kermis- en circusbenodigdheden.

Eindheffing voor fossiele auto’s van de zaak

Er komt voor werkgevers een eindheffing van 12% voor fossiele auto’s van de zaak die ook privé worden gebruikt en na 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld aan de werknemer.

Rijdt uw werknemer elektrisch of alleen zakelijk met de auto? Dan geldt deze heffing niet. Maar let op: woon-werk verkeer geldt ook als privégebruik.

De eindheffing bestaat uit 12% van de cataloguswaarde van de auto per jaar. Bij een auto van €40.000 komt de eindheffing van 12% uit op €4.800 per jaar, en dus €400 per maand. De werkgever betaalt deze heffing en mag die niet doorbelasten aan de werknemer.

Er is ook een overgangsregeling. Voor zakelijke auto’s die vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld geldt de heffing pas vanaf 17 september 2030. Wordt er na Prinsjesdag 2025 een 5-jarig leasecontract aangegaan, dan heeft dat dus alsnog gevolgen.

Een fossiele auto van de zaak ter beschikking stellen kost u als werkgever vanaf 2027 meer geld. Het is verstandig om als werkgever uw autoregeling opnieuw te beoordelen.

Btw-herziening bij investeringsdiensten

Voor onroerende zaken bestaat een btw-herzieningsregeling. Hierbij kijkt de Belastingdienst tien jaar lang naar het gebruik van het pand. Als u in die periode het pand niet meer voor btw-belaste prestaties gebruikt, moet u een deel van de eerder afgetrokken btw (die ziet op het pand) terugbetalen. Want btw-aftrek is alleen mogelijk als u goederen of diensten gebruikt voor btw-belaste prestaties.

Het tegenovergestelde is ook mogelijk. Als u het pand eerst niet gebruikte voor btw-belaste activiteiten en nu wel, kunt u de btw alsnog gedeeltelijk aftrekken.

Met ingang van 2026 komt er ook een btw-herzieningsregeling voor investeringsdiensten. Denk aan schilderwerk, architectkosten en verbouwingswerkzaamheden. De btw-aftrek op dit soort diensten wordt vanaf 2026 vijf jaar lang gevolgd.

Een voorbeeld:

U renoveert een bestaand pand en u gebruikt het alleen voor btw-belaste prestaties. U mag dan de btw op de renovatiekosten volledig aftrekken. Als u twee jaar later het pand voor 50% gaat verhuren  en de huurder gebruikt het voor btw-vrijgestelde prestaties, dan moet u een deel van de afgetrokken btw herzien. Een deel van de btw (50%) die u eerder in aftrek heeft gebracht, moet u terugbetalen in de drie opeenvolgende jaren.

Let op: voor de toepassing van de btw-herzieningsregeling op investeringsdiensten geldt een drempelbedrag van € 30.000 per investeringsdienst.

Versoepeling verplichte kilometerregistratie werknemers

Als u meer dan 100 medewerkers in dienst heeft, moet u verplicht bijhouden hoe uw werknemers naar het werk reizen. In juni (2025) moest u voor het eerst uw rapportage aanleveren bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Binnenkort komen er nieuwe regels waardoor het alleen nog maar geldt voor bedrijven met minimaal 250 werknemers. Zo wordt de regeldruk voor kleinere bedrijven verminderd.

 

 

 

 

 

Meer nieuwsitems