18 mei 2026

De Hoge Raad heeft zich uitgesproken over de belastingrente op een aanslag inkomstenbelasting (IB). Ook over de belastingrente op aanslagen erfbelasting sprak een rechter zich uit. Wat oordeelden de Hoge Raad en de rechter?

Portemonnee

Belastingrente Vpb

Op 16 januari 2026 oordeelde de Hoge Raad dat de belastingrente die vanaf 2022 berekend werd op een aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) te hoog was. Er was strijd met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel omdat er geen goede rechtvaardiging was om bij de Vpb een hogere rente te berekenen dan bij andere belastingen, waaronder de IB.

Let op! Inmiddels berekent de Belastingdienst, conform het oordeel van de Hoge Raad, over aanslagen Vpb hetzelfde rentepercentage als over aanslagen IB.

Belastingrente IB

In de uitspraak van 16 januari 2026 gaf de Hoge Raad al aan dat bij de belastingrente op een aanslag IB geen sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel of Europees recht. Die rente is dus niet te hoog volgens de Hoge Raad.

Op 10 april 2026 verwijst de Hoge Raad nogmaals naar de uitspraak van 16 januari 2026 en oordeelt dat de belastingrente op een aanslag IB van minimaal 4% niet onevenredig is.

De belastingplichtige in deze casus kreeg op een ander punt wel gelijk van de Hoge Raad. De belastingrente bedroeg een tijdje 0,01% in verband met de coronacrisis, maar was per 1 oktober 2020 weer verhoogd naar 4%. De belastingrente was bij beschikking van 26 september 2020 in rekening gebracht waarbij over de periode van 1 tot en met 20 oktober 2020 4% was berekend. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet mocht omdat de regeling waarop die hogere rente berustte nog niet in werking was getreden op 26 september 2020. Dit gebeurde immers pas op 1 oktober 2020. De belastingrente voor de periode 1 tot en met 20 oktober 2020 moest daarom berekend worden tegen 0,01%.

Belastingrente erfbelasting

Rechtbank Den Haag boog zich over de vraag wanneer een verzoek om een voorlopige aanslag bij de Belastingdienst binnen moet zijn om belastingrente over de aanslag erfbelasting te voorkomen.
De Belastingdienst vond dat dit moest binnen acht maanden na de overlijdensdatum. De rechtbank oordeelde echter dat dit moest vóór de eerste dag van de negende maand na de overlijdensmaand.

Voorbeeld
Het overlijden vond plaats op 13 mei 2023. Het verzoek om een voorlopige aanslag erfbelasting van de erfgenamen kwam bij de Belastingdienst binnen op 31 januari 2024. De Belastingdienst bracht belastingrente in rekening omdat het verzoek naar het oordeel van de Belastingdienst binnen moest zijn uiterlijk 12 januari 2024. De rechtbank vond dat de erfgenamen wel op tijd waren en vernietigde daarom de beschikking belastingrente.

Lees hier het volledige bericht.

Meer nieuwsitems