De Belastingdienst heeft regelmatig stichtingen en verenigingen in het vizier als het gaat om de beoordeling van hun VPB-plicht (vennootschapsbelasting). Een stichting of vereniging is VPB-plichtig indien een onderneming wordt gedreven. De voorwaarden voor het drijven van een onderneming zijn:
Als aan één van bovengenoemde voorwaarden niet wordt voldaan dan is geen sprake van het drijven van een onderneming. Er is ook sprake van het drijven van een onderneming als wordt geconcurreerd met ondernemingen die winstbelasting verschuldigd zijn.
Op 25 mei jl. deed Rechtbank Gelderland een interessante uitspraak over een stichting die als doel had het bevorderen van de permanente groei in kwaliteit en doelmatigheid van fysiotherapeutische zorg en het bevorderen van een optimale inzet van fysiotherapeutische zorg in de gezondheidszorg voor maatschappelijk belang. De stichting had een kwaliteitsregeling, een keurmerk en een kwaliteitsregister ontwikkeld en vastgesteld voor deelnemers. Als deelnemers kwalificeerden alleen BIG-geregistreerde fysiotherapeuten en rechtspersonen met activiteiten op het gebied van fysiotherapie die aan de door X ingestelde kwaliteitseisen (bleven) voldoen. X bood haar deelnemers onder andere intervisie, coaching en scholing aan.
De Rechtbank oordeelde dat de stichting met haar activiteiten niet deelnam aan het economisch verkeer. Slechts onder strikte voorwaarden konden deelnemers gebruik maken van de diensten van de stichting. Op grond daarvan was de stichting niet VPB-plichtig. De kring van deelnemers was echter wel fors toegenomen.
Over de reikwijdte van het begrip “economisch verkeer” bestaat weinig jurisprudentie. Deze uitspraak leert dat rechters soms het begrip “deelname economisch verkeer” beperkter uitleggen dan de Belastingdienst doet. Inmiddels is ons wel duidelijk geworden dat de Belastingdienst hoger beroep heeft ingesteld en daarmee deze uitspraak nog niet onherroepelijk vast staat. In het recent uitgebrachte beleidsbesluit heeft de Staatsecretaris van Financiën wel zijn visie gegeven op basis van de jurisprudentie. Daaruit volgt naar onze mening echter nog onvoldoende waar exact het onderscheid zit. Het is dan ook afwachten wat de uitkomst in de onderhavige zaak gaat worden. Naar wij hopen komt daarmee de gewenste duidelijkheid voor de praktijk!
Mogelijk is deze uitspraak ook van toepassing in uw situatie. Het is belangrijk dat het bestuur van een stichting of vereniging begrijpt op grond waarvan al dan niet sprake is van VPB-plicht. Daarom is het wenselijk dat het bestuur zich laat adviseren over de VPB-positie van haar organisatie. Hebt u daar behoefte aan dan doen wij dit graag voor u door middel van het uitvoeren van een VPB-scan voor uw instelling. Neem gerust contact met ons op.
De ANBI-status is waardevol, maar u moet er wel goed op blijven letten. Het is geen eenmalige check, maar iets wat u moet bijhouden. Door regelmatig te kijken naar uw
De Subsidieregeling Praktijkleren in de Derde Leerweg ondersteunt werkgevers die investeren in het ontwikkelen van medewerkers en werkzoekenden via praktijkgerichte mbo‑scholing. Wat verandert er in 2026? Per 2026 is er
Belangenverstrengeling in de praktijk Wat verstaan we onder belangenverstrengeling? Belangenverstrengeling ontstaat wanneer persoonlijke, zakelijke of maatschappelijke belangen van een bestuurder of toezichthouder de besluitvorming beïnvloeden of de schijn daarvan wekken.