De bedrijfsopvolgingsregeling wijzigt continue, ook volgend jaar. Wat verandert er vanaf 1 januari 2026?
Naar aanleiding van Kamervragen over de stand van zaken rond de familietoets (bedrijfsopvolgingsregeling) en de versoepeling van de verwateringsregeling (bedrijfsopvolgingsregeling en doorschuifregeling) voor familiebedrijven, heeft de staatssecretaris aangegeven dat deze maatregelen niet in werking treden vanwege aanzienlijke risico’s op staatsteun. Daarmee zal de maatregel tot beperking van de toegang tot de BOR/DSR tot gewone aandelen met een belang van minimaal 5 procent van het geplaatste kapitaal ook niet in werking treden.
Als hoofdregel geldt dat de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregeling (DSR) niet van toepassing zijn op preferente aandelen. Er komt een wettelijke definitie van preferente aandelen. Aandelen met voorrang bij winst of liquidatie worden als preferent beschouwd. Hybride aandelen worden gesplitst in een preferent en niet‑preferent deel, zodat duidelijk is welk deel wél kwalificeert. Voor preferente aandelen die in het kader van een gefaseerde bedrijfsopvolging zijn uitgegeven blijven de faciliteiten wel gelden.
Herstructureringen zoals fusies en splitsingen leiden niet langer automatisch tot een nieuwe bezitstermijn, zolang de economische gerechtigdheid van de overdrager of erflater niet toeneemt. Er gaat ook geen nieuwe bezitstermijn lopen als uitbreidingsinvesteringen onderdeel geworden zijn van de bestaande onderneming.
Ook tijdens de voortzettingstermijn zijn wijzigingen in structuur of rechtsvorm toegestaan, mits de positie van de opvolger niet verslechtert. Hierdoor ontstaat meer flexibiliteit zonder verlies van de BOR‑faciliteit.
Rollatorinvesteringen: voor overdragers die meer dan twee jaar ouder zijn dan de AOW-gerechtigde leeftijd wordt de bezitstermijn geleidelijk verlengd om kunstmatige verschuivingen van vermogen te voorkomen. De geleidelijke toename van de bezitstermijn is zes maanden per extra verstreken jaar.
Stel dat iemand op 1 januari 2026 69 jaar wordt en een dag later een onderneming start. Hij schenkt op 85-jarige leeftijd de onderneming. De reguliere bezitstermijn van 5 jaar loopt dan vanaf 69 jaar (AOW-leeftijd + 2 jaar) tot datum schenking, dus gedurende 16 jaar, op met een half jaar per jaar. De bezitstermijn zou daarmee komen op 13 jaar (5 jaar + 0,5 x 16 jaar = 13 jaar).
Dubbel‑BOR: herhaald gebruik van de BOR voor dezelfde onderneming wordt beperkt; de faciliteit sluit de toepassing uit voor zover de onderneming op enig eerder moment in bezit is geweest van de verkrijger. De maatregel geldt ongeacht de relatie tussen de overdrager en verkrijger.
Wanneer aandelen samen met een ter beschikking gesteld pand worden overgedragen, is de BOR van toepassing op de aandelen en het pand. Bij de berekening van de hoogte van de BOR-vrijstelling werden eventuele schulden die op het pand zien echter niet meegenomen. Dit wordt rechtgezet door de BOR van toepassing te laten zijn op het saldo van de waarde van het pand en de bijbehorende schulden.
Na de wijzigingen van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de afgelopen paar jaar staan er nog meer aanpassingen op stapel. Enerzijds houden deze aanpassingen versobering in van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten en anderzijds nemen ze enkele knelpunten weg. Dit door bepaalde voorwaarden te versoepelen. Deze aanpassingen treden in werking per 2026.
NB In mijn vorige blog schreef ik over de nieuwe regels rondom de splitsingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting die per 1 juli 2025 zijn ingegaan.
Voordat u de onderneming gaat schenken, bedenk dan dus goed of de bedrijfsopvolgingsregeling wel volledig toegepast kan worden. Raadpleeg daarom tijdig uw adviseur of neem contact op met Van Ree Finance Consultants. Onze specialisten zijn u graag van dienst!
R. (Remko) van de Craats RB
Corporate Finance Adviseur / Belastingadviseur