12 april 2019

De Regeling financiën hoger onderwijs is gewijzigd. In de regeling worden (beleids)regels opgenomen over de uitoefening van de wettelijke bevoegdheid tot het toekennen van kwaliteitsbekostiging, die de minister heeft op grond van artikel 2.6, vijfde lid, van de wet. Het betreft (beleids)regels met betrekking tot de aanvraag, de berekeningswijze, de hoogte en de betaling van kwaliteitsbekostiging. Ook wordt in deze regeling de verdeelsystematiek voor de kwaliteitsbekostiging geregeld.

Verder wordt bij ministeriële regeling geregeld dat de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) taken krijgt in de advisering van de minister ten aanzien van de kwaliteitsafspraken. Tot slot worden in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs de vereisten van het jaarverslag aangepast aan wat is afgesproken over de kwaliteitsafspraken.

Aanleiding

Daar waar hierna over het budget voor kwaliteitsbekostiging wordt gesproken, zijn de middelen bedoeld die vrijkomen door de invoering van het studievoorschot in 2021 tot en met 2024. In het akkoord over het studievoorschot dat het kabinet-Rutte II in 2014 sloot met de Tweede Kamerfracties van de VVD, PvdA, D66 en GroenLinks was reeds afgesproken dat de middelen die vanaf 2018 vrijkomen door de invoering van het studievoorschot, zouden worden geïnvesteerd in de kwaliteit van het onderwijs en zouden worden gekoppeld aan kwaliteitsafspraken. Om dit te kunnen realiseren, werd in 2015 met de Wet studievoorschot hoger onderwijs een bepaling in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) opgenomen die de grondslag biedt voor kwaliteitsbekostiging in het hoger onderwijs. In het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ van 10 oktober 2017 is de keuze om de middelen die vrijkomen door het studievoorschot te koppelen aan kwaliteitsafspraken bevestigd en zijn kaders beschreven voor de vormgeving van de kwaliteitsafspraken. Deze kaders vormden het vertrekpunt voor intensief overleg tussen de minister van OCW, de studentenorganisaties ISO en LSVb, de VSNU en de Vereniging Hogescholen. Op 9 april 2018 heeft de minister van OCW met deze partijen een akkoord gesloten over de vormgeving van de kwaliteitsafspraken in de periode 2019 tot en met 2024 getiteld ‘Investeren in Onderwijskwaliteit, Kwaliteitsafspraken 2019–2024’ (hierna: het akkoord). Het akkoord maakt ook deel uit van de sectorakkoorden hbo en wo die eveneens op 9 april 2018 zijn gesloten tussen de minister van OCW en de Vereniging Hogescholen, respectievelijk de VSNU.

Besluit kwaliteitsbekostiging hoger onderwijs

Het Besluit kwaliteitsbekostiging hoger onderwijs betreft de uitwerking van de wettelijke grondslag die het mogelijk maakt hogescholen en universiteiten aanvullende bekostiging (‘kwaliteitsbekostiging’) toe te kennen, met als doel de onderwijskwaliteit te verbeteren. Het Besluit kwaliteitsbekostiging hoger onderwijs maakt het mogelijk om voor de bekostigingsjaren 2021 tot en met 2024 kwaliteitsbekostiging toe te kennen. De minister kan ten eerste kwaliteitsbekostiging toekennen op basis van een positieve beoordeling van een plan van de instelling voor kwaliteitsverbetering (kwaliteitsbekostiging gekoppeld aan planbeoordeling). In dat geval betreft het de toekenning van kwaliteitsbekostiging voor de jaren 2021 tot en met 2024. Daarnaast kan de minister kwaliteitsbekostiging toekennen bij een positieve beoordeling van de realisatie van het plan per 31 december 2021 (kwaliteitsbekostiging gekoppeld aan planrealisatie). In dat geval gaat het om de toekenning van een aanvullend bedrag voor het jaar 2024.
De aanvraag, de berekeningswijze, de hoogte en de betaling van kwaliteitsbekostiging zijn uitgewerkt in de onderhavige regeling.

Verdeling middelen kwaliteitsbekostiging

In het akkoord is afgesproken dat de kwaliteitsbekostiging voor hogescholen die daarvoor in aanmerking komen wordt verdeeld naar rato van het aandeel van een hogeschool in de studentgebonden financiering en de onderwijsopslag in percentages in een jaar. Voor universiteiten is de afspraak gemaakt dat de kwaliteitsbekostiging voor universiteiten die daarvoor in aanmerking komen, wordt verdeeld naar rato van het aandeel van een universiteit in de studentgebonden financiering in een jaar. Op deze manier is op grond van artikel 2.6, vijfde lid, van de WHW, sprake van een afwijkende berekeningswijze voor het berekenen van de kwaliteitsbekostiging voor instellingen.

In onderstaande tabel is het overzicht opgenomen van de kwaliteitsbekostiging die de komende jaren voor de sector in zijn geheel en specifiek voor hogescholen en universiteiten beschikbaar wordt gesteld, conform het akkoord over de kwaliteitsafspraken.


Bron: www.duo.nl