De maatschap wordt veel gebruikt voor samenwerkingsverbanden in de medische sector. De maatschap is een zogenaamde personenvennootschap. Een voorbeeld van een andere, bekende personenvennootschap is de vennootschap onder firma. Het verschil: de maatschap is een samenwerkingsvorm voor beroepsbeoefenaren, de vennootschap onder firma is een samenwerkingsvorm voor het uitoefenen van een bedrijf.
De wettelijke regeling voor de personenvennootschappen dateert uit 1838. Sindsdien is er weinig veranderd. Ja, u leest het goed, dit recht is bijna 200 jaar oud! Dat is in uw sector heel anders. Kunt u zich nog iets voorstellen bij de medische zorg anno 1838? Hoog tijd dus om de wettelijke regeling voor de personenvennootschappen op de operatietafel te leggen en het niet langer, zoals in het verleden, te laten bij wat plastische chirurgie.
In 1972 en in de periode 2002-2011 zijn er pogingen gedaan om de wettelijke regeling voor de personenvennootschappen te moderniseren. Maar deze pogingen zijn gestrand.
Nu is er een nieuw wetsvoorstel en dat ziet er in ieder geval veelbelovend uit. Het valt op dat het verschil tussen de maatschap en de vennootschap onder firma verdwijnt. Straks is er alleen nog de vennootschap. Een beetje apart is wel dat de nieuwe vennootschap niet alleen vennootschap mag worden genoemd, maar dat ook de oude aanduidingen maatschap en vennootschap onder firma gebruikt mogen blijven worden.
De belangrijkste vernieuwing: de vennootschap is een rechtspersoon. Dat betekent dat de vennootschap zelf eigenaar is van haar vermogen. Ook kan de vennootschap bijvoorbeeld een praktijkpand op naam krijgen. De rechtspersoonlijkheid maakt ook de verkoop van de vennootschap en de toetreding van nieuwe vennoten veel eenvoudiger. En bij dat alles zou de fiscale transparantie behouden blijven. De vennootschap wordt zelf niet belastingplichtig, maar de winst wordt, net als nu het geval is, toegerekend aan en belast bij de vennoten.
Het wetsvoorstel voorziet ook in een nieuwe regeling voor de aansprakelijkheid. Dat kan ook niet anders. Als de vennootschap rechtspersoonlijkheid krijgt, ontstaat er qua aansprakelijkheid een nieuwe situatie. De vennootschap is dan contractspartij. En dus is de vennootschap aansprakelijk zou je zeggen. Zover wil de wetgever echter niet gaan. De vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap als deze de schulden zelf niet kan voldoen. Een schuldeiser moet dus eerst de vennootschap aanspreken. Pas als aannemelijk is dat deze de schulden niet kan voldoen, kan een schuldeiser iedere vennoot voor de gehele schuld aanspreken.
Verder is een vennoot aan wie uitdrukkelijk de uitvoering van een opdracht is toevertrouwd, naast de vennootschap, aansprakelijk voor een aan die vennoot toerekenbare tekortkoming in de uitvoering van de opdracht.
De nieuwe aansprakelijkheidsregeling verschilt wezenlijk van het huidige recht. Daarin is de maatschap niet aansprakelijk, maar is iedere vennoot aansprakelijk voor de schulden die hij zelf aangaat en voor een evenredig deel voor de schulden van de maatschap.
Zal het wetsvoorstel het gaan halen? Dat is afwachten. De internetconsultatie is op 31 mei gesloten en sindsdien is het stil. Maar: vol verwachting klopt ons hart!
Geschreven door: Wim Boerman, juridisch adviseur bij Van Ree Finance Consultants.
Lever je goederen over de grens of verricht je diensten aan afnemers buiten Nederland, dan zul je je moeten verdiepen in de mogelijke btw-verplichtingen in andere landen. Moet je btw
De Hoge Raad heeft zich uitgesproken over de belastingrente op een aanslag inkomstenbelasting (IB). Ook over de belastingrente op aanslagen erfbelasting sprak een rechter zich uit. Wat oordeelden de Hoge
Goed geregeld bestuur en toezicht Sinds 1 juli 2021 is de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) van kracht. Deze wet is van groot belang voor álle stichtingen en verenigingen.