20 juni 2023

Pre pro rata, verhoudingsgewijs uw recht op aftrek btw bepalen

Voor instellingen die maar voor een deel btw-plichtig zijn, is het bepalen van de in aftrek te brengen voorbelasting vaak best een puzzel. Verschillende zaken spelen mee:

  • verricht u economische prestaties,
  • zijn deze prestaties mogelijk vrijgesteld en
  • wat is de onderlinge verhouding tussen alle prestaties?

De theorie

Voor de btw geldt de regel dat betaalde btw in aftrek mag worden gebracht op de af te dragen btw. Deze regel is echter alleen van toepassing indien en voor zover sprake is van btw-belaste activiteiten.

Splitsing

Wanneer een instelling zowel belaste als onbelaste activiteiten verricht, moet een splitsing worden gemaakt in:

  • de betaalde btw die ziet op belaste activiteiten en
  • de betaalde btw die ziet op onbelaste activiteiten.

Btw die rechtstreeks toerekenbaar is aan belaste activiteiten kan volledig in aftrek worden gebracht. Btw die rechtstreeks toerekenbaar is aan onbelaste activiteiten kan in het geheel niet in aftrek worden gebracht. Voor sommige kosten is deze splitsing lastig te maken, bijvoorbeeld voor de energierekening of andere algemene kosten. In dat geval is de btw mogelijk wel gedeeltelijk aftrekbaar.

Pre pro rata & pro rata

Deze splitsing moet worden gemaakt aan de hand van de zogenoemde pre pro rata en pro rata:

  • Pre pro rata: economische activiteiten / alle activiteiten
  • Pro rata: belaste activiteiten / economische activiteiten

Zoals de termen doen vermoeden, is eerst de pre pro rata van belang en vervolgens de pro rata.

Een rekenvoorbeeld

Een instelling heeft een totale opbrengst van € 1.000. € 300 daarvan ziet op niet-economische activiteiten. Van de € 700 aan economische activiteiten is € 400 vrijgesteld en € 300 belast. De btw voorbelasting bedraagt € 100.

De uitwerking is dan als volgt:

  • Pre pro rata: € 700 (economische activiteiten) / € 1.000 (alle activiteiten) = 70%.

Dit betekent dat € 70 van de € 100 btw-voorbelasting aan de economische activiteiten wordt toegekend.

  • Pro rata: € 300 (belaste activiteiten) / € 700 (economische activiteiten) = 43%

Dit betekent dat van de eerder genoemde € 70 dus 43% = (€ 30) aan btw in aftrek gebracht mag worden.

De positie van giften en legaten in de noemer van de pre pro rata

Een vraag die bij het bovenstaande voorbeeld kan spelen: moeten giften en legaten worden meegenomen in de noemer van de pre pro rata? Volgens de Belastingdienst dient dat wel te gebeuren. Dit verlaagt dus de pre pro rata.

Maar is dat juist? Wanneer een instelling in een jaar giften ontvangt, dan verhoogt dat het totaal aan inkomsten in dat jaar. Zodoende zou ook de noemer van de pre pro rata groter worden. Omdat giften en legaten niet de teller beïnvloeden is het gevolg dan dat het recht op aftrek van btw verhoudingsgewijs kleiner wordt. Dat is naar onze mening niet juist. Wij vinden dat giften en legaten volledig buiten de heffing van btw moeten blijven. Zodoende kan de hoogte van het bedrag aan ontvangen giften ook niet de omvang van het recht op aftrek beïnvloeden. Dat zou naar onze mening alleen af mogen hangen van de verrichte prestaties en niet van de ontvangen inkomsten.

Bij het innemen van dit standpunt kan dus discussie met de Belastingdienst hierover ontstaan.

Conclusie en samenvatting

De uitwerking van de pre pro rata en pro rata kan soms ingewikkelde vragen oproepen. Daarbij stelt de Belastingdienst zich op het standpunt dat alle inkomsten moeten worden meegenomen in de noemer van de pre pro rata. De vraag is of dat een terecht standpunt is. Wanneer het bepalen van de omvang van het recht op aftrek bij u speelt, kan het verstandig zijn om een adviseur in te schakelen. Voor ons is het dagelijkse kost, neem gerust contact met ons op!

Meer nieuwsitems