3 mei 2019

In de praktijk blijkt er soms onduidelijkheid te bestaan over de vraag of spaarrekeningen als een belegging in de zin van de “Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016” worden aangemerkt. Hiermee hangt ook de toets samen of de financiële instelling bij wie een spaarrekening wordt aangehouden, voldoet aan de minimale rating eisen.

In de oude regeling (tot juni 2016) bestond er geen expliciete duidelijkheid over deze vraag. Met de wijziging van de regeling in juni 2016 heeft de wetgever expliciet deze onduidelijkheid weggenomen: In de toelichting van de minister bij de publicatie van de regeling in de Staatscourant staat in de toelichting op artikel 1 (definities) vermeld: Beleggingen zijn uitzettingen van middelen die tijdelijk niet benodigd zijn om aan lopende financiële verplichtingen te voldoen. Hierbij kan men denken aan: obligaties, alle vormen van spaartegoeden en deposito’s.

Hiermee is duidelijk dat de spaarrekening onder de werking van de regeling valt en als een ‘belegging’ moet worden aangemerkt die aan de rating eisen moet voldoen.