26 februari 2026

U heeft het misschien al eens gehoord. Of het speelt bij uw organisatie. Steeds vaker komt het voor dat een overheidsinstelling een subsidieovereenkomst omzet in een dienstverleningsovereenkomst. In dat geval gaat de overheidsinstelling dus betalen voor een geleverde dienst. Misschien heeft u er nog niet bij stilgestaan dat dit ook fiscale gevolgen kan hebben.

Subsidies

Als er nieuwe afspraken worden aangegaan, dan is het altijd raadzaam om vooraf te beoordelen wat de fiscale gevolgen daarvan zijn. Het kan namelijk fiscaal verstrekkende gevolgen hebben als de afspraken wijzigen. Daarbij is raadzaam na te gaan wat de aard van de prestatie is. Er is een verschil tussen een subsidieverstrekking en een opdrachtverstrekking. Een subsidie in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht is “een aanspraak op financiële middelen, verstrekt door een bestuursorgaan met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor geleverde goederen of diensten aan het bestuursorgaan”. Van opdrachtverstrekking is sprake als er een tegenprestatie.

Omzetbelasting

Of er sprake is van een subsidieverstrekking of een opdrachtverstrekking is allereerst van belang voor de omzetbelasting (btw). Het is goed om te beseffen dat de gevolgen voor de btw groot kunnen zijn. Of over subsidies btw afgedragen moet worden zal per geval beoordeeld moeten worden.

Een subsidie is wel belast met btw, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • de subsidie vormt een onderdeel van de marktprijs;
  • de subsidie staat rechtstreeks in verband met een activiteit van de stichting;
  • de activiteit van de stichting leidt tot verbruik van deze prestatie door de subsidieverstrekker of een identificeerbare derde.

Als aan één van de bovenstaande voorwaarden niet wordt voldaan, dan is geen sprake van een met btw belaste subsidie. In de meeste gevallen is een ontvangen subsidie door een maatschappelijke organisaties geen vergoeding in de zin van de btw. Dat komt omdat een subsidie doorgaans met het oog op de behartiging van het algemeen belang wordt verstrekt en daarom geen sprake is van verbruik.

In de praktijk is het vaak lastig om de relatie tussen de subsidie en de gesubsidieerde activiteit vast te stellen, vanwege de verschillende afspraken die partijen maken. Alle feiten en omstandigheden zijn van belang om vast te stellen of een subsidie is belast met btw.

Tip! Het is beter vooraf duidelijkheid over de btw-plicht te hebben, dan achteraf met mogelijk aanzienlijke btw-correcties geconfronteerd te worden

De praktijk leert dat maatschappelijke organisaties alert moet blijven. Soms vindt betaling namelijk plaats op grond van een subsidie, maar heeft de prestatie feitelijk het karakter van een dienstverleningsovereenkomst. Als een subsidieovereenkomst wordt omgezet in een dienstverleningsovereenkomst, is het net zo goed opletten. De vraag rijst of de naam de lading van de overeenkomst wel dekt. De inhoudelijke afspraken zeggen veel meer over de btw-gevolgen dan de naam die aan de overeenkomst wordt gegeven.

Vennootschapsbelasting

Naast gevolgen voor de btw kunnen er ook gevolgen zijn voor de vennootschapsbelasting (vpb). Een stichting of vereniging is vpb-plichtig indien en voorzover zij een onderneming drijft. Dat is het geval sprake is van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid die deelneemt aan het economische verkeer en een winstoogmerk heeft. Onder nadere voorwaarden kan bij een gesubsidieerde instelling die overschotten behaalt toch een winststreven worden uitgesloten. In de praktijk komt het geregeld voor dat gesubsidieerde instellingen zowel inkomsten uit subsidies hebben als vergoedingen op contractbasis voor dezelfde activiteiten. Of bijvoorbeeld de situatie dat de ene gemeente een subsidie verstrekt voor bepaalde activiteiten, terwijl een andere gemeente voor dezelfde werkzaamheden op contractbasis aanbesteedt. Een dienstverleningsovereenkomst met een overheidsinstelling hoeft daarom niet automatisch te betekenen dat er Vpb-plicht ontstaat.

Voor de gesubsidieerde instellingen is het ook van belang om na te gaan of de statuten voldoen aan de voorwaarden van het besluit om buiten de vennootschapsbelastingheffing te blijven.

Ons advies aan stichtingen en verenigingen

De naam die aan een overeenkomst wordt gegeven is niet doorslaggevend. Steeds moeten de feitelijke afspraken worden beoordeeld. Als een overeenkomst wordt aangegaan waarboven “dienstverleningsovereenkomst” staat, is dat wel een extra aanbeveling om die te beoordelen op de fiscale gevolgen. Daarbij zijn wij u graag van dienst.

 

Meer nieuwsitems