28 juni 2022

Hoe zat het ook alweer met groot onderhoud?

Inmiddels loopt al enkele jaren een discussie over de manier waarop onderwijsinstellingen moeten omgaan met de uitgaven voor groot onderhoud. De discussie betreft vooral het verwerken van deze uitgaven via een voorziening. Eerst is de discussie gevoerd over:

  • hoe u de omvang van de voorziening moet berekenen en
  • de manier waarop u de jaarlijkse dotatie moet berekenen.

Op dit moment wordt vooral gesproken over wat precies groot onderhoud is en wat niet. Uitgaven die niet aangemerkt worden als groot onderhoud kunnen tenslotte niet via de voorziening lopen. Maar deze moeten geactiveerd worden als (vervangings)investeringen. Dit is door de Raad voor de Jaarverslaggeving vastgelegd in een RJ-uiting. Deze uiting is van toepassing op elke organisatie die de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving in de jaarrekening toepast. Dat geldt dus ook voor elke onderwijsinstelling omdat de RJ voor onderwijsinstellingen verplicht is.

Welke ontwikkelingen werden verwacht?

Aan het begin van dit jaar is een nieuwe werkgroep gevormd. Het doel was te beoordelen welke gevolgen de RJ-uiting heeft voor onderwijsinstellingen en hoe dit specifiek toegepast kan worden. Veel onderwijsinstellingen hebben namelijk de gebouwen niet op de balans staan, omdat ze geen economisch eigenaar zijn van de gebouwen. Het zou dan op voorhand niet logisch zijn om bepaalde onderdelen van deze gebouwen, zoals installaties, wel op de balans te zetten.

Welke ontwikkelingen zijn van toepassing?

De Raad voor de Jaarverslaggeving heeft een nieuwe RJ-uiting gepubliceerd. Daarin is opgenomen dat de in december 2021 gepubliceerde voorschriften over de verwerking van groot onderhoud niet van toepassing zijn op onderwijsinstellingen. Specifiek voor het onderwijs volgt nader onderzoek naar de beste methode om groot onderhoud te behandelen. Wij verwachten komend najaar de publicatie van de uitkomst hiervan.

Daarnaast wijst de Raad voor de Jaarverslaggeving nogmaals op de verlenging van de overgangsbepaling. Deze is door het Ministerie van OCW al eerder aangekondigd. Op daarvan kunt u de tot nu toe gebruikte systematiek met betrekking tot groot onderhoud en de bijbehorende voorziening nog toepassen tot en met de jaarrekening 2023. Vanaf de jaarrekening, en dus ook de begroting, over 2024 moet dan de overgang gemaakt worden naar de nieuwe richtlijnen.

Ons advies bij verwerking groot onderhoud

De uitkomst is niet voor iedereen duidelijk. Met name de toepassing in de praktijk roept vragen op. Dat is na alle discussies begrijpelijk. Wij helpen u graag verder, zowel met de overgangsbepaling als met de nieuwe richtlijnen. Neem gerust contact met ons op.

Meer nieuwsitems