10 november 2021

In het Nationaal Programma Onderwijs zijn ook bijdragen voor het HBO opgenomen. In een brief van OCW is op hoofdlijnen vermeld hoe e.e.a. eruit ziet. Grofweg bestaat de NPO voor het HBO uit 4 onderdelen:

Compensatie voor halvering collegegeld i.v.m. corona: Wettelijk collegegeld 2021-2022 is voor alle studenten gehalveerd, daar ontvangen HBO instellingen op macroniveau € 149 miljoen compensatie voor.

Extra instroom studenten: Het macrobudget voor de bekostiging van het HBO is gebaseerd op referentieraming studentaantallen, waarna het bedrag per student weer wordt bepaald o.b.v. t-2 aantallen bekostigde inschrijvingen en graden. In de 2e bekostigingsbrief rijksbijdrage HBO is voor de bepaling van het macrobudget rekening gehouden met het hogere aantal studenten HBO, waardoor het macrobudget stijgt (teller). Het aantal bekostigde inschrijvingen en graden (t-2) (noemer) verandert natuurlijk niet, dus krijgen HBO instellingen een hoger bedrag per student.

Corona-enveloppe: Het HBO ontvangt één bedrag (corona-enveloppe) voor alle maatregelen rondom achterstanden etc. gezamenlijk (€ 123,2 miljoen macro). Alle instellingen hebben hiervoor een plan op moeten stellen wat moest worden goedgekeurd door de MR.

Coronabanen / extra hulp in de klas (2.0): Dit zijn de enige corona gerelateerde Model G subsidies in het HBO. Dit zijn twee regelingen voor het zelfde (coronabanen heeft betrekking op de periode januari tot en met juni 2021, extra hulp voor de klas op de periode juli tot en met december 2021).

Gevolgen voor de jaarverslaggeving:

Compensatie voor halvering collegegeld i.v.m. corona: Dit bedrag is onderdeel van de ‘onderwijsopslag bedragen’. Dat zie je zo niet direct terug in de beschikking, maar wel in de onderliggende berekeningen (zichtbaar in de EDOC-bestanden die HBO-instellingen via de Vereniging Hogescholen krijgen). In bijlage bij de beschikkingen is wel zichtbaar dat de ‘onderwijsopslag bedragen’ in de 2e bekostigingsbrief is gestegen naar € 319,6 miljoen op macroniveau (1e brief € 38,7 miljoen). De bekostiging is verdeeld over 2021 en 2022 omdat het collegegeld 2021-2022 betreft. In de jaarverslaggeving moet daarom de beschikking gevolgd worden. De baten worden verantwoord in het jaar dat in de beschikking wordt genoemd.

Extra instroom studenten: Dit bedrag is verdisconteerd in studentgebonden financiering die nu op een hoger macrobudget is gebaseerd. Dit wordt via de reguliere beschikkingen aan de instellingen toegekend. Ook voor deze middelen geldt dat voor de verantwoording de beschikking wordt gevolgd.

Corona-enveloppe: Uit de brief vanuit OCW blijkt dat hier voor het eerst de nieuwe bekostigingscategorie van ‘niet-normatieve’ rijksbijdrage is gehanteerd (RJ 660.202a). Dit betekent dat niet bestede middelen als vooruitontvangen op de balans worden opgenomen, ondanks het feit dat geen sprake is van een Model G subsidie. De besteding zou plaats moeten vinden in 2021 en 2022, maar de mogelijkheid bestaat (zo blijkt uit het bestuursakkoord MBO en HO) om in de plannen rekening te houden met uitloop van de besteding naar 2023. Aangezien de extra middelen relatief laat bekend werden, verwachten wij dat veel HBO-instellingen in 2021 middelen overhouden, en dat dus balansposities ontstaan. De niet bestede middelen worden dus niet in het het resultaat verwerkt (zoals bij PO/VO). In het bestuursverslag moet over de besteding een verantwoording worden opgenomen.

Coronabanen / extra hulp in de klas (2.0): Verantwoorden via model G, afhankelijke van de omvang in G1 of G2. Subsidies lager dan € 125.000 in G1, hogere bedragen in G2. Baten worden genomen naar rato van de besteding. Een subsidie die in G1 is opgenomen en volledig is besteed, wordt aangemerkt als afgerond.

Meer nieuwsitems