Op 8 december is in de Tweede Kamer de motie Westerveld aangenomen. Deze motie verzoekt de regering om de bekostiging van samenwerkingsverbanden met te hoge eigen vermogens te verlagen. Omdat de minister al had aangegeven dat de motie uitgevoerd zou worden, hebben wij u daarover in december geïnformeerd. Op dat moment was nog niet duidelijk op welke manier uitvoering gegeven zou worden aan de motie. Wel was duidelijk dat een aanpassing van de bekostiging voor specifieke samenwerkingsverbanden niet mogelijk is. De verwachting was daarom dat een generieke korting toegepast gaat worden. Eerder deze week is hier een brief over verschenen. Wij informeren u over de korting en de gevolgen voor uw jaarrekening.
De minister heeft besloten om ergens in de zomer van 2023 een generieke korting toe te passen op de totale bekostiging die samenwerkingsverbanden krijgen. Er is voor gekozen om dit te doen op basis van de gegevens over de vermogens per 31 december 2022. Deze gegevens zijn vanaf juli 2023 beschikbaar voor het ministerie. Daarbij is wel aangekondigd dat samenwerkingsverbanden die op 31 december 2022 geen bovenmatig eigen vermogen hebben een compensatieregeling krijgen. De uitvoering daarvan is gelijktijdig met het toepassen van de generieke korting. Voor samenwerkingsverbanden zonder bovenmatig eigen vermogen geldt volledige compensatie voor de generieke korting. Doordat de compensatie op hetzelfde moment wordt toegepast als de korting, heeft het voor deze samenwerkingsverbanden geen gevolgen voor de liquiditeit.
Voor samenwerkingsverbanden geldt al enige jaren dat sprake is van bovenmatig eigen vermogen als de omvang van het (publieke) eigen vermogen hoger is dan 3,5% van de totale baten. Hiervoor geldt een minimale ondergrens van € 250.000. Onze inschatting is dat deze berekening de basis gaat vormen voor de bepaling van het antwoord op de vraag of sprake is van bovenmatig eigen vermogen. Hierbij wordt dan voorbij gegaan aan samenwerkingsverbanden die op basis van hun eigen risicoanalyse hebben bepaald dat zij een hoger eigen vermogen nodig hebben als risicobuffer.
De minister heeft aan de samenwerkingsverbanden gevraagd om voorstellen te doen voor een goede besteding van het bedrag dat vrijkomt na de toepassing van de generieke korting. De bedoeling is, dit geld alsnog in te zetten voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte.
Het meedelen van de korting op de bekostiging heeft geen gevolgen voor de jaarrekening 2022. Er is op balansdatum geen sprake van een schuld of verplichting waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten. De korting op de bekostiging wordt pas verwerkt in 2023 in de bekostiging voor dat jaar. Dit zal dus gevolgen hebben voor de baten van 2023. Ook een ‘niet uit de balans blijkende verplichting’ is niet verplicht. Maar het is wel toegestaan om dit toe te lichten. Heeft uw samenwerkingsverband een eigen vermogen dat hoger is dan de drempelwaarde van 3,5 % van de totale baten? Dan is het – net als in eerdere jaren – verplicht om
Deze verplichting volgt namelijk uit de sectorafspraken van begin 2021 en is nog altijd van toepassing.
Wij helpen u graag verder als er vragen zijn. Neem gerust contact met ons op.
Waarom fusies en overnames? Eerder schreven wij over de impact van de stelselherziening op de sector. Wij deelden ook onze visie op het Wetsvoorstel en benoemden de administratieve lasten en
Subsidies: complex maar kansrijk Kinderopvangorganisaties vervullen een belangrijke maatschappelijke rol. Tegelijkertijd kunnen er uitdagingen zijn, zoals stijgende kosten, personeelstekorten of toenemende kwaliteitseisen. Het is daarom niet onverstandig om na te
Consequenties voor de jaarrekening 2025 uitspraak hoger beroep vordering primair onderwijs op Ministerie van OCW Bekostiging schooljaren naar kalenderjaren Per 1 januari 2023 ging het Ministerie van OCW over van