De ANBI-status is waardevol, maar u moet er wel goed op blijven letten. Het is geen eenmalige check, maar iets wat u moet bijhouden. Door regelmatig te kijken naar uw activiteiten, vermogen en beleidsplan, voorkomt u problemen.
Een ANBI moet zich bijna volledig inzetten voor het algemeen belang. Om dit te waarborgen moeten ANBI’s aan voorwaarden voldoen.
In de praktijk betekent dit dat minstens 90% van de activiteiten aan het algemeen belang moeten bijdragen. Daarnaast mag er geen winstoogmerk zijn en mag het vermogen niet zonder goede reden worden opgepot.
De voorwaarden waar een ANBI aan moet voldoen vindt u op de website van de Belastingdienst. Ook is er uitleg te vinden in het ANBI-besluit en het Besluit algemeen nut investeringen.
Veel organisaties besteden veel aandacht aan het verkrijgen van de ANBI-status. Maar die aandacht verslapt na verloop van tijd. Er ontstaan nieuwe activiteiten, inkomensstromen groeien of er wordt vermogen opgebouwd voor later. Juist daar liggen de risico’s voor de ANBI-status.
Een ANBI mag commerciële activiteiten verrichten, zolang winst maken maar niet het belangrijkste doel is. De commerciële activiteiten moeten ook de doelstelling van de ANBI dienen. Dit is bijvoorbeeld het geval als de opbrengst wordt gebruikt voor de doelstelling van de organisatie.
Het ANBI-besluit geeft een mooi voorbeeld van een museum. Een museumwinkel of café bij het museum mag, maar alleen als die activiteiten ondersteunend zijn en de opbrengsten uiteindelijk weer terugvloeien naar het museumdoel.
Een ANBI mag ook geld investeren om zo een financieel en/of maatschappelijk resultaat te behalen. Voorwaarde is wel dat de investering past binnen het doel van de ANBI. Ook moet de opbrengst bijdragen aan het algemeen belang waarvoor de organisatie is opgericht.
Daarnaast moeten zulke investeringen vastgelegd worden in het beleidsplan. Zo is voor iedereen helder waarom ze worden gedaan en hoe ze bijdragen aan de doelstelling.
U moet blijven voldoen aan de voorwaarden die zijn toegelicht in het Besluit algemeen nut investeringen. Kort gezegd: investeren mag, zolang het middel het doel dient.
Een ANBI mag niet zomaar vermogen oppotten. Het geld moet binnen een redelijke termijn worden besteed aan het algemeen nuttige doel waarvoor de organisatie is opgericht. Toch mag een ANBI ook vermogen hebben. Zolang er maar een goede onderbouwing is waarom dit nodig is voor het doel van de organisatie.
In sommige gevallen is er sprake van “beklemd vermogen”. Dat is geld dat door een erflater of schenker is gegeven met de voorwaarde dat het in stand moet blijven. Dit wordt ook wel stamvermogen genoemd. Alleen de opbrengsten mogen worden gebruikt voor het goede doel.
Ook kan geld specifiek bestemd zijn voor een bepaald doel. In dat geval spreken we van een bestemmingsfonds.
Daarnaast kan een ANBI geld reserveren voor concrete plannen, zoals een project dat al is voorbereid, maar nog moet worden uitgevoerd. Als richtlijn vindt de Belastingdienst een termijn van ongeveer twee jaar redelijk. Maar met een goede onderbouwing kan dit langer zijn.
Verder mag een ANBI een continuïteitsreserve aanhouden om de organisatie financieel stabiel te houden. Als richtlijn geldt dat deze reserve maximaal 1,5 keer de jaarlijkse vaste lasten mag zijn.
Ontbreekt een duidelijke onderbouwing, dan kan (een deel van) het vermogen worden gezien als overtollig, wat risico’s oplevert voor de ANBI-status.
Belangrijk is dat niet de Belastingdienst bepaalt hoeveel vermogen een ANBI mag hebben, maar u als ANBI zelf. Wel moet u altijd goed kunnen uitleggen waarom het vermogen nodig is voor het algemeen nut.
Tip: presenteer het vermogen in de jaarrekening zoveel mogelijk in lijn met de verschillende vermogenscategorieën die u aanhoudt. En vergeet de toelichting niet.
Als u een ANBI-vermogensfonds bent en u geld geeft aan niet-ANBI’s, controleer dan of dat geld goed wordt besteed. Vraag dus om verantwoording aan de organisaties waaraan u geld geeft.
Het is namelijk belangrijk dat het geld terecht komt waar het voor bedoeld is. Als u bijvoorbeeld geld geeft aan een buurthuis, controleer dan of het buurthuis dit geld wel uitgeeft aan activiteiten die de samenhang in de buurt verbeteren. En dit geld niet gebruikt voor leuke privé-uitjes van de vrijwilligers.
Een goed en actueel beleidsplan is onmisbaar. Want dat is het verhaal van uw organisatie, namelijk wat u doet, waarom u dat doet, hoe u aan geld komt, hoe u uw geld beheert en hoe u het uitgeeft. Leg ook de onderbouwing van uw vermogen goed vast. Als er sprake is van stamvermogen of een bestemmingsfonds, benoem en onderbouw dit.
Tip: zorg ervoor dat het beleidsplan ook in lijn is met wat er in de statuten staat.
Bij een ANBI mogen toezichthouders alleen een onkostenvergoeding en een redelijke vergadervergoeding (vacatiegeld) ontvangen. Deze vergoeding mag niet te hoog zijn. Als richtlijn wordt aangesloten bij overheidsnormen voor adviescommissies. In de (semi)publieke sector wordt vaak aangesloten bij de WNT-normen. Een hogere vergoeding kan, maar alleen als u goed uitlegt waarom dat redelijk is. Belangrijk is dat de vergoeding past bij de tijd en inzet.
Het verliezen van de ANBI-status kan grote gevolgen hebben:
Hierbij wat praktische tips:
De ANBI-status is waardevol, maar vraagt ook periodiek aandacht. Twijfelt u of alles nog klopt? Laat het op tijd checken, want kleine aanpassingen nu voorkomen grote problemen later. Wij denken graag met u mee, neemt u contact met ons op?
De Subsidieregeling Praktijkleren in de Derde Leerweg ondersteunt werkgevers die investeren in het ontwikkelen van medewerkers en werkzoekenden via praktijkgerichte mbo‑scholing. Wat verandert er in 2026? Per 2026 is er
Belangenverstrengeling in de praktijk Wat verstaan we onder belangenverstrengeling? Belangenverstrengeling ontstaat wanneer persoonlijke, zakelijke of maatschappelijke belangen van een bestuurder of toezichthouder de besluitvorming beïnvloeden of de schijn daarvan wekken.
De vereniging kent minimaal twee organen: de algemene vergadering (ook wel “algemene ledenvergadering” genoemd) en het bestuur. In dit artikel focussen we ons op de rol van de algemene vergadering.