Er leven veel vragen over de wijze waarop aanvullende rijksbijdragen die in het najaar van 2019 zijn toegekend moeten worden verwerkt in de jaarrekening. Deze vragen hebben betrekking op de verwerking van de middelen die op grond van de ‘Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging PO/VO’ van oktober 2019 en de ‘Wijziging regeling financiën hoger onderwijs’ van november 2019 zijn toegekend.
De Werkgroep Onderwijs van de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJO) heeft deze vragen in haar vergadering van vrijdag 24 januari 2019 besproken. De conclusie van de werkgroep is dat voor de verantwoording van genoemde middelen geldt dat, aangezien het (aanvullende) rijksbijdragen betreft, zij volledig als bate moeten worden verantwoord in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft (derhalve het deel toegekend voor 2019 in 2019, het deel toegekend voor 2020 in 2020, etc.). In een notitie van het ministerie van OCW geeft het ministerie een uitgebreide toelichting op de verwerking van de aanvullende rijksbijdragen in de jaarrekening en van de effecten van de afgesloten c.q. nog af te sluiten CAO’s waarvoor deze extra middels (deels) bestemd waren.
De verwerking in de jaarrekening kan als volgt worden samengevat:
NB: Het gegeven dat DUO in het PO de middelen in de bekostigingsinfo heeft toegerekend aan het schooljaar 2019/2020 speelt hierbij geen rol, omdat in de regeling staat dat de gelden voor het kalenderjaar 2019 toegekend zijn.
Voor een nadere toelichting op bovenstaande verwerkingswijze en de onderliggende motivatie verwijzen wij naar de notitie van het ministerie.
Het ministerie wijst nog op de mogelijkheden om in de jaarrekening aan te geven dat voor de ontvangen extra middelen reeds een bestemming is. Dit kan door via de resultaatbestemming de extra rijksbijdrage toe te voegen aan een bestemmingsreserve of te verwerken via een bestemmingsfonds (dit is mogelijk als aan de hiervoor geldende voorwaarden wordt voldaan) als onderdeel van het eigen vermogen. Naar onze mening zal niet snel aan de voorwaarden voor verwerken via een bestemmingsfonds voldaan worden, zodat het afzonderen van deze middelen in het eigen vermogen via een bestemmingsreserve de meest reële optie is. Wij merken hierbij nog op dat als u voor deze mogelijkheid kiest dit geen invloed heeft op het resultaat (de extra middelen vallen in beide gevallen in het resultaat 2019) en het totaal eigen vermogen.
Bron: www.rijksoverheid.nl
Als u meer dan 100 werknemers in dienst heeft moet u de kilometers van uw werknemers bijhouden. Uiterlijk 30 juni 2026 moet u de gegevens over 2025 aanleveren bij het
Waarom fusies en overnames? Eerder schreven wij over de impact van de stelselherziening op de sector. Wij deelden ook onze visie op het Wetsvoorstel en benoemden de administratieve lasten en
Subsidies: complex maar kansrijk Kinderopvangorganisaties vervullen een belangrijke maatschappelijke rol. Tegelijkertijd kunnen er uitdagingen zijn, zoals stijgende kosten, personeelstekorten of toenemende kwaliteitseisen. Het is daarom niet onverstandig om na te