De ‘Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen‘ wordt uitgebreid met een mogelijke sanctie voor gevallen waarin een aanwijzing niet wordt opgevolgd. In de memorie van toelichting bij de beleidsregel staat het volgende:
De beleidsregel is van oorsprong bedoeld voor het opleggen van financiële sancties bij het niet-naleven van de deugdelijkheidseisen, in de praktijk met name wat betreft het niet voldoen aan de informatieverplichtingen zoals het niet-tijdig insturen van jaarstukken of bekostigingsgegevens. In die gevallen is een interventieladder van financiële sancties op zijn plaats. Deze maatregel hangt samen met de aankondiging in de brief van 7 juni 2019 om in de beleidsregel duidelijk te maken dat zwaardere sancties mogelijk zijn bij het niet-opvolgen van een aanwijzing.
De Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen wordt uitgebreid met een mogelijke sanctie voor gevallen waarin een aanwijzing niet wordt opgevolgd. Het kan voorkomen dat het handelen van het bestuur van een onderwijsinstelling, zoals vastgesteld door de inspectie, de minister reden geeft om vast te stellen dat sprake is van wanbeheer. Wanbeheer is zeer ernstig en kan grote gevolgen hebben voor de school of instelling. In dat geval kan de minister een aanwijzing opleggen. Het opleggen van een aanwijzing door de minister is een ultimum remedium en zal alleen geschieden na een zorgvuldig traject waarin het bevoegd gezag of de raad van toezicht de mogelijkheid heeft gehad om te voorkomen dat een aanwijzing wordt opgelegd. Als een bevoegd gezag of raad van toezicht toch een dergelijke aanwijzing krijgt en besluit om de aanwijzing niet op te volgen, dan is slagkracht vereist. Opschorting of gedeeltelijke inhouding van de bekostiging is in sommige gevallen, bijvoorbeeld bij hoge financiële reserves of vanwege andere redenen, geen probaat middel om ervoor te zorgen dat het bevoegd gezag of de raad van toezicht alsnog de aanwijzing opvolgt. Daarom kan de minister in zo’n geval de bekostiging volledig inhouden.
Commentaar Van Ree Accountants:
De wijziging van de beleidsregel is vermoedelijk ingegeven door de uitspraken van de rechter in het dossier ‘Haga Lyceum’, waar de minister aan het kortste eind trok.
Eén ding viel ons op in de memorie van toelichting: de minister noemt ook ‘hoge financiële reserves’ als een situatie om na een aanwijzing de bekostiging volledig in te houden! Wij merken hierbij op dat er dan wel eerst een ‘aanwijzing’ door de minister gedaan moet worden (hetgeen een zwaar middel is dat slechts weinig door de minister wordt toegepast) en dat er sprake is van de omstandigheid dat de instelling deze aanwijzing niet opvolgt.
Wij vermoeden dat dit in de memorie van toelichting is opgenomen, vooruitlopend op nog door de inspectie te ontwikkelen signaleringsgrenzen voor te hoge financiële reserves. Het geeft echter wel aan dat het fenomeen te hoge financiële reserves bij het ministerie hoge prioriteit heeft. Het is daarom zaak dat de instellingen goed zicht hebben op hun financiële positie, deze adequaat toelichten in hun bestuursverslag en bij te hoge reserves beleid ontwikkelen om het surplus op een zinvolle wijze aan te wenden in het onderwijsproces.
Bron: ministerie van OCW
Als u meer dan 100 werknemers in dienst heeft moet u de kilometers van uw werknemers bijhouden. Uiterlijk 30 juni 2026 moet u de gegevens over 2025 aanleveren bij het
Waarom fusies en overnames? Eerder schreven wij over de impact van de stelselherziening op de sector. Wij deelden ook onze visie op het Wetsvoorstel en benoemden de administratieve lasten en
Subsidies: complex maar kansrijk Kinderopvangorganisaties vervullen een belangrijke maatschappelijke rol. Tegelijkertijd kunnen er uitdagingen zijn, zoals stijgende kosten, personeelstekorten of toenemende kwaliteitseisen. Het is daarom niet onverstandig om na te