22 januari 2021

Op 22 januari 2021 heeft de minister van OCW De Financiële staat van het onderwijs 2019 aangeboden aan de Tweede Kamer.  In de begeleidende brief aan de Tweede Kamer geeft de minister een beleidsreactie en wijst deze op enkele zaken. Zo stelt de minister dat het goed nieuws is dat de financiële positie van onderwijsinstellingen in de regel goed is. Maar de minister wijst ook op de keerzijde: de reserves blijven onverminderd hoog, ondanks de herhaalde oproep van de minister om mogelijk bovenmatig eigen vermogen in te zetten voor de versterking van de kwaliteit van het onderwijs. Dit baart de minister zorgen!

De minister kondigt (nogmaals) aan dat er waar nodig ingrijpende maatregelen getroffen zullen worden om bovenmatige reserves af te bouwen. Zo is in november 2020 een ingrijpende stap gezet (volgens de minister een stap ‘voorwaarts’) om de reserves van samenwerkingsverbanden af te bouwen. De gezamenlijke samenwerkingsverbanden moesten een plan van aanpak maken waarin zij aangeven hoe de bovenmatige reserves ingezet worden t.b.v. het onderwijs. Komt dit plan er niet of is het plan niet voldoende adequaat, dan krijgen alle samenwerkingsverbanden vanaf schooljaar 2021-2022 minder budget. Ook is de inspectie dit schooljaar een onderzoek gestart naar de rijkste besturen van het primair onderwijs tot en met het hoger onderwijs.

De minister doet ook een oproep aan de besturen om verbeteringen te treffen op het gebied van systematisch risicobeheer.  De risico’s worden wel benoemd, maar het lijkt erop dat dat wat intuïtief gebeurt en minder op een systematische analyse is gebaseerd.

In de Financiële Staat van het Onderwijs wordt ook ingegaan op de kwaliteitstoetsingen (dossierreviews) van de inspectie bij de onderwijsaccountants. Aangezien wij gemeten naar het aantal besturen en brinnummers  marktleider in de onderwijsmarkt in Nederland zijn, heeft de inspectie bij ons ook de meeste dossiers beoordeeld: 9 stuks.  Net als de achterliggende jaren kregen wij voor alle dossiers het hoogste oordeel ‘toereikend’ (zie bijlage IV bij ‘De Financiële staat van het Onderwijs’).  Op dit moment controleren wij circa 475 besturen in het onderwijs; goed voor ongeveer 2.000 brinnummers (van de ongeveer 7.600 brinnummers).

Bron: www.tweedekamer.nl

Meer nieuwsitems