Sinds 1 januari 2019 is het voor middelgrote en grote ondernemingen niet langer toegestaan om kosten van groot onderhoud aan materiële vaste activa direct in de winsten-verliesrekening te verwerken. De mogelijkheden verwerking kosten van groot onderhoud in de boekwaarde van het actief (componentenmethode) en via de onderhoudsvoorziening blijven bestaan. Kleine ondernemingen die hun jaarrekening op fiscale grondslagen opstellen kunnen een fiscale kostenegalisatiereserve (KER) vormen. Hierbij blijft de optie voor het direct ten laste van het resultaat brengen van kosten van groot onderhoud bestaan. De KER wordt immers via het eigen vermogen gevormd. Graag denken wij met u mee over de consequenties.
De overgang van het direct verwerken van de kosten van groot onderhoud in de winst-en-verliesrekening naar één van de twee andere verwerkingswijzen betreft een stelselwijziging. Een stelselwijziging wordt onder normale omstandigheden met terugwerkende kracht (retrospectief) verwerkt in de jaarrekening. Hierdoor wijzigen ook de vergelijkende cijfers en het beginvermogen.
De Raad voor de Jaarverslaggeving stelt op 27 juni 2019 voor om een additionele overgangsbepaling op te nemen. Deze additionele overgangsbepaling maakt het mogelijk een overgang van ‘kosten van groot onderhoud via een voorziening’ naar ‘kosten van groot onderhoud in de boekwaarde van het actief’ prospectief te verwerken. De achtergrond van deze overgangsbepaling is dat diverse rechtspersonen willen overgaan van een voorziening voor groot onderhoud naar het verwerken van de kosten van groot onderhoud in de boekwaarde van het actief (componentenmethode). Afhankelijk van de situatie ervaren deze rechtspersonen complexiteit om deze stelselwijziging retrospectief te verwerken. Deze overgangsbepaling wordt naar verwachting zowel voor grote, middelgrote als kleine rechtspersonen en daarmee het hele MKB bekrachtigd.
Ook wij zien in onze praktijk steeds meer klanten overstappen van verwerking via de onderhoudsvoorziening naar de componentenmethode. Het grote voordeel daarbij is het niet meer hoeven schatten van de omvang van de onderhoudsvoorziening op basis van een meerjaren onderhoudsplan. Daardoor ontstaat een zuiverder vermogen en bedrijfsresultaat omdat het schattingselement alleen nog gelegen is in de afschrijvingsduur van de activa. Bovendien is de methodiek verwerking via onderhoudsvoorziening over het algemeen administratief bewerkelijker. Tot op heden hield de overstap van de onderhoudsvoorziening naar de componentenmethode veel ondernemingen tegen. Met name omdat de stelselwijziging retrospectief verwerkt moest worden. Door de overgangsbepaling doet u er goed aan te heroverwegen welke methodiek het beste bij uw situatie aansluit. Laat u daarbij goed informeren over de fiscale consequenties van de overgang.
J. (Julian) Jonker RA MSc
Relatiebeheerder
jjonker@vanreeacc.nl
0172-782130
Als u het niet eens bent met de Belastingdienst kunt u bezwaar maken. Als u geen gelijk krijgt, dan kunt u naar de rechter gaan. Vaak maakt u hierbij (veel)
Als u meer dan 100 werknemers in dienst heeft moet u de kilometers van uw werknemers bijhouden. Uiterlijk 30 juni 2026 moet u de gegevens over 2025 aanleveren bij het
Ontdek wat er écht speelt – en waar u als werkgever alert op kunt zijn. Voor veel medewerkers is mei of juni een van de fijnste maanden van het jaar: