Het ministerie van OCW ontving onlangs het rapport ‘Verslaglegging groot onderhoud schoolgebouwen’ over de manier waarop instellingen in hun jaarrekening geld opzij zetten voor groot onderhoud. Het rapport is opgesteld door een werkgroep met deskundigen uit de Raad voor de Jaarverslaggeving, de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), de PO-Raad, VO-raad, MBO Raad en het ministerie van OCW. Namens de NBA maakte onder meer onze collega Marien Rozendaal onderdeel uit van de werkgroep.
Aanleiding voor het onderzoek was dat de Raad van de Jaarverslaggeving (RJ) en de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) hadden geconstateerd dat sommige schoolbesturen een methode gebruikten die afweek van de regels van de RJ. Dit zou er toe kunnen leiden dat hun jaarverslagen mogelijk worden afgekeurd. Het probleem speelt in po en vo en bij een enkele mbo-instelling. De Tweede Kamer had vragen over de kwestie gesteld.
Uit het rapport komt naar voren dat er weinig discussie is over het doel van de regels van de RJ. Het opbouwen van de voorziening groot onderhoud, conform de regelgeving, geeft immers een reëel beeld van financiële risico’s in de jaarrekening. Besturen willen echter graag een scherpere definitie van ‘groot onderhoud’ zodat duidelijker wordt voor welke uitgaven een voorziening kan worden gevormd. Verder moet helder zijn hoe de verantwoordelijkheden voor onderhoud zijn verdeeld tussen gemeenten en schoolbesturen. Die helderheid is mede nodig omdat investeringen nodig zijn voor de uitvoering van het klimaatakkoord. Nieuwe regelgeving kan deze definities en afspraken waar nodig vastleggen.
Daarnaast hebben diverse schoolbesturen ervaren dat meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) realistischer, praktischer en dunner worden als ze die met de gebruikers beleidsrijk maken. Daarvoor moeten besturen wel investeren in kennis en ervaring opbouwen. Schoolbesturen moeten daarbij zorgen voor voldoende (financiële) expertise.
Een andere wijze van berekenen van de voorziening voor groot onderhoud kan leiden tot veranderingen in het eigen vermogen, maar de instelling wordt er niet rijker of armer van. De kasstromen veranderen immers niet. Maar als de adviezen van de werkgroep worden gevolgd, kunnen het management van de school, het bestuur en de toezichthouder beter onderbouwde beslissingen nemen over het groot onderhoud. De informatie uit het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) is ook relevant voor ander stakeholders waaronder ouders. De informatie kan tevens helpen bij de afstemming met de gemeente over de lange termijn.
Volgens de werkgroep is het zeker mogelijk om de methodiek die de RJ voorstelt in te voeren, als dat maar zorgvuldig gebeurt en belanghebbenden er goed over worden geïnformeerd. De methodiek verhoogt de administratieve lasten wel enigszins, maar dat wordt gecompenseerd door een scherper inzicht in wat er aan groot onderhoud moet gebeuren.
Het ministerie van OCW neemt het advies over om afspraken te maken met de PO-Raad en de VO- raad over de financiële verslaglegging van groot onderhoud. Het ministerie van OCW geeft schoolbesturen – in lijn met het advies – twee jaar extra de tijd om over te stappen op de gewenste methodiek. De begroting voor 2023, in het najaar van 2022, moet voor het eerst gebaseerd zijn op de RJ-methodiek voor de verwerking van groot onderhoud. In de tussentijd zal het ministerie van OCW met de betrokken onderwijssectoren eventuele onduidelijkheden in de regelgeving zoveel mogelijk wegnemen.
Bron: www.tweedekamer.nl
‘Voor meer informatie over de verwerking van groot onderhoud in de jaarrekening verwijzen wij u naar het artikel ‘Voorziening groot onderhoud in de jaarrekening’ in ons magazine ‘Reeducatief’ van november 2020.’
Als u meer dan 100 werknemers in dienst heeft moet u de kilometers van uw werknemers bijhouden. Uiterlijk 30 juni 2026 moet u de gegevens over 2025 aanleveren bij het
Waarom fusies en overnames? Eerder schreven wij over de impact van de stelselherziening op de sector. Wij deelden ook onze visie op het Wetsvoorstel en benoemden de administratieve lasten en
Subsidies: complex maar kansrijk Kinderopvangorganisaties vervullen een belangrijke maatschappelijke rol. Tegelijkertijd kunnen er uitdagingen zijn, zoals stijgende kosten, personeelstekorten of toenemende kwaliteitseisen. Het is daarom niet onverstandig om na te