Wij hebben u eerder geïnformeerd over de nieuwe regeling omtrent verliesverrekening vanaf 2022. U leest het in het artikel Verliesverrekening in uw bv . Omdat het van belang is dat er in 2021 actie wordt ondernomen, vragen wij uw aandacht voor deze regeling:
In de afgelopen jaren zijn de regels al een aantal keren gewijzigd. In 2021 heeft u te maken met twee verschillende termijnen. Verliezen die geleden zijn tot en met 2018 zijn 9 jaar verrekenbaar en verliezen die geleden zijn vanaf 2019 zijn zes jaar verrekenbaar. Dit brengt ons bij het volgende overzicht:
| Verlies uit het jaar: | Is verrekenbaar tot: | Maximale termijn |
| 2016 | 2025 | 9 jaar |
| 2017 | 2026 | 9 jaar |
| 2018 | 2027 | 9 jaar |
| 2019 | 2025 | 6 jaar |
| 2020 | 2026 | 6 jaar |
| 2021 | 2027 | 6 jaar |
Zoals u uit bovenstaande overzicht kunt afleiden werden verliezen uit 2019 eerder verrekend dan de verliezen uit 2017 en 2018.
Met ingang van 2022 zijn verliezen in een jaar tot een bedrag van € 1.000.000 volledig verrekenbaar met de winst van het voorgaande jaar of de winst van volgende jaren. Bij winsten boven € 1.000.000 is het verlies slechts verrekenbaar met 50% van de belastbare winst boven € 1.000.000. Het restant aan verlies “schuift” door naar een volgend jaar.
Het is belangrijk om u te realiseren dat het hier gaat om de regels van voorwaartse verliesverrekening. De regels van achterwaartse verliesverrekening blijven ongewijzigd. Een verlies in enig jaar kunt u dus blijven verrekenen met de winst van het voorgaande boekjaar. Het restant verlies is vervolgens verrekenbaar met toekomstige winsten volgens de bovengenoemde hoofdregel.
Voor het MKB is de onbeperkte verrekenbaarheid van verliezen in het algemeen goed nieuws. De verliesverrekeningsregels zijn van toepassing op alle verrekenbare verliezen die ontstaan vanaf 1 januari 2022 of die eind 2021 nog voorwaarts verrekenbaar zijn. Dit betekent concreet dat verliezen van 2013 en latere jaren onbeperkt voorwaarts verrekenbaar zijn.
Let op: de nieuwe regels zijn aangenomen door de Eerste Kamer. In de wet is echter een voorbehoud opgenomen om de wet pas in werking te laten treden bij Koninklijk Besluit.
Wanneer er sprake is van zogenoemde houdster- en/of financieringsverliezen is een afzonderlijke verliesverrekening noodzakelijk. Dit soort verliezen mag alleen met elkaar verrekend worden. Er is sprake van een houdster- en/of financieringsverlies als het verlies wordt geleden door een vennootschap die zich (bijna) alleen bezig houdt met het houden van deelnemingen of met het financieren van deelnemingen.
Het is van belang dat u de nog verrekenbare verliezen over het boekjaar 2012 niet onnodig laat “verdampen”. Laat uw fiscaal adviseur beoordelen of er mogelijkheden zijn dit te voorkomen. Daarbij kunt u denken aan de realisatie van stille reserves of de vrijval van een fiscale voorziening. U dient in 2021 dan ook actie te ondernemen! Soms zijn er meer mogelijkheden dan u wellicht vooraf denkt. Schroom daarom niet om contact op te nemen met uw relatiebeheerder.
Ontdek wat er écht speelt – en waar u als werkgever alert op kunt zijn. Voor veel medewerkers is mei of juni een van de fijnste maanden van het jaar:
Bij een echtscheiding moet ook uw pensioen worden verdeeld. Vaak heeft uw ex-partner recht op de helft van het ouderdomspensioen en 100% van het nabestaandenpensioen. U kunt hier vooraf in
Is het beter om in de bv of om in box 3 te beleggen? Deze vraag krijgt, onder andere vanwege de nieuwe box 3-regels vanaf 2028, steeds meer betekenis. Het