5 maart 2020

In Nederland bestaat een aantrekkelijke fiscale regeling in de vennootschapsbelasting: de deelnemingsvrijstelling. Deze belastingvrijstelling zorgt er bijvoorbeeld voor dat winsten van een dochter-bv (de deelneming) niet nog een keer belast worden bij de moeder-bv (de aandeelhouder). Winsten worden dus niet dubbel belast! De andere kant van de medaille is: verliezen uit een deelneming zijn ook niet aftrekbaar bij de aandeelhouder…

Liquidatieverliesregeling

Deze vormt een uitzondering op deze deelnemingsvrijstelling. Een liquidatieverlies ontstaat als een deelneming wordt geliquideerd en het opgeofferde bedrag van de deelneming hoger is dan de liquidatie-uitkeringen.  Een liquidatie-uitkering is een uitkering in geld als een vennootschap wordt opgeheven. Stel bijvoorbeeld dat uw bv enkele jaren geleden voor € 1.000.000 een deelneming heeft aangekocht. Als deze deelneming in 2020 wordt geliquideerd en uw bv ontvangt nog € 100.000 aan liquidatie-uitkeringen dan is het aftrekbaar liquidatieverlies in beginsel € 900.000.

Verschillende factoren zijn van belang

Bij de toepassing van de liquidatieverliesregeling spelen verschillende factoren een rol:

  1. De omvang van de liquidatie-uitkering(en) wordt mede bepaald door gebeurtenissen uit het verleden. Als de deelneming bijvoorbeeld in de afgelopen vijf jaar uitkeringen (bijvoorbeeld dividenduitkeringen) heeft gedaan, verlagen deze uitkeringen het liquidatieverlies. In sommige gevallen tellen zelfs uitkeringen tot 10 jaar vóór het jaar van liquidatie mee.
  2. De omvang van het opgeofferde bedrag wordt ook mede bepaald door gebeurtenissen uit het verleden. Denk bijvoorbeeld aan latere kapitaalstortingen of het kwijtschelden van een onderlinge lening of rekening-courant.
  3. De liquidatieverliesregeling kan niet worden toegepast als de onderneming – zoals deze werd gedreven in de deelneming – wordt voortgezet door een verbonden maatschappij.
 

Let op: Bovengenoemde factoren zijn nadrukkelijk niet limitatief. Heeft u te maken met liquidatie of staking van een deelneming? Neem dan altijd contact op met uw fiscaal adviseur.

 

Verwachte wijziging 2021

Uit het Belastingplan 2020 is af te leiden dat in het Belastingplan van 2021 aandacht zal zijn voor verdere beperkingen binnen de liquidatieverliesregeling. Om de liquidatieverliesregeling toe te kunnen passen moet vanaf 2021 sprake zijn van een kwalificerend belang (lees: > 50%) van de moedervennootschap in de betreffende deelnemingen. Verder zal de liquidatieverliesregeling verder beperkt worden tot vennootschappen gevestigd in EU dan wel EER-vennootschappen. Hierbij is overigens wel een doelmatigheidsgrens van € 5.000.000 van toepassing.

Let op bij de vorming van een voorziening!

Het is een jaarlijks terugkerende vraag: kan er op de fiscale eindbalans nog een voorziening worden gevormd voor toekomstige uitgaven? En nu, bij de jaarafsluiting over 2019 komt die vraag weer op. Immers op grond van het voorzichtigheidsbeginsel is het mogelijk om nu al de kosten voor de toekomstige uitgaven nemen. Daardoor kan de fiscale winst over 2019 dus worden verlaagd….

Voorwaarden voor een voorziening

Om een voorziening te kunnen vormen is het van belang dat voldaan wordt aan de volgende voorwaarden (Baksteenarrest):

  1. De toekomstige uitgaven vinden hun oorsprong in feiten of omstandigheden die zich voorafgaande aan de balansdatum hebben voorgedaan;
  2. De toekomstige uitgaven moeten ook aan de periode voorafgaand aan de balansdatum toegerekend kunnen worden;
  3. Er bestaat een redelijke mate van zekerheid dat deze toekomstige uitgaven zich ook zullen voordoen.

Geen kapitaalstortingen

Belangrijk is om te realiseren dat het vormen van een voorziening niet mag worden ingegeven door aandeelhoudersmotieven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het vormen van een voorziening van dubieuze debiteuren. Wanneer deze debiteuren in een onderlinge groep verbonden zijn dan kan dit er voor zorgen dat een voorziening niet gevormd kan worden. Dit kan – indirect – afgeleid worden uit een uitspraak van Hof Arnhem – Leeuwarden d.d. 10 december 2019. In deze zaak was er sprake van verhuur van machines aan een kleindochtermaatschappij. Op het moment dat de huurpenningen verschuldigd werden was al duidelijk dat deze praktisch oninbaar waren. Deze huurpenningen werden verrekend via een rekening-courant die vervolgens werd afgewaardeerd. De rechter ging hier niet in mee.

Kostenegalisatiereserve (KER)

Het is ook mogelijk om een kostenegalisatiereserve (hierna: KER) te vormen voor toekomstige uitgaven. De KER is een fiscale reserve die ten laste van de winst kan worden gevormd. Daarbij gelden de volgende voorwaarden voor kosten en uitgaven:

  1. Kosten moeten ongelijkmatig verdeeld in de toekomst worden uitgegeven;
  2. De kosten zijn noodzakelijk geworden door de ondernemingsuitoefening in het jaar van dotatie;
  3. De kosten die in een bepaald jaar zijn opgeroepen, leiden in een later jaar tot een piek in de uitgaven. Bij geringe verschillen in de jaarlijkse kosten valt er geen KER te vormen;
  4. Er is een redelijke mate van zekerheid dat de uitgaven zich zullen voordoen.

 

 

Let op: De KER heeft echter ten opzichte van de voorziening als nadeel dat het niet mogelijk is om door middel van inhaaldotaties verstreken jaren alsnog in te halen.

 

Met vragen en opmerkingen bent u welkom bij onze fiscaal adviseurs.

Meer nieuwsitems