28 juni 2022

Uw non-profitorganisatie fiscaal ‘in control’?

In de praktijk zien we hoe non-profitorganisaties te maken krijgen met de fiscus. Hoe risico’s over het hoofd worden gezien. En hoe kansen blijven liggen. Begrijpelijk, want het is voor een non-profitorganisatie geen dagelijkse kost. Maar wel voor ons. Wij bieden naast advies op het gebied van accountancy ook advies over belastingzaken. Als adviseurs van Van Ree Accountants en Van Ree Finance Consultants zijn wij gespecialiseerd in de non-profitsector. Samen ondersteunen wij u graag!

Maakt u winst, of juist niet? Werkt u met vrijwilligers? Of met ZZP’ers? Zijn de vrijstellingen in beeld? Deze en andere vragen hebben fiscale gevolgen. Oftewel: is uw organisatie fiscaal ‘in control’?

Drie soorten belasting

Wij informeren u in de vorm van een drieluik. Achtereenvolgens informeren wij u over:

  1. Loonbelasting (21 juni 2022)
  2. Vennootschapsbelasting (28 juni 2022)
  3. Omzetbelasting (5 juli 2022)

Deel 2 Vennootschapsbelasting

Een non-profitorganisatie heeft mogelijk te maken met vennootschapsbelasting. Heeft u dit risico al gesignaleerd? U denkt misschien wel: ‘wij willen helemaal geen winst behalen’. Voor de Belastingdienst is dat echter niet van belang, die prikt daar doorheen. In de praktijk komt de vennootschapsbelasting voor veel non-profitorganisaties als verrassing. Wij gaan specifiek in op drie deelgebieden die in de praktijk vaak voorkomen.

Vennootschapsbelastingplicht

Het is belangrijk om na te gaan of uw non-profitorganisatie belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting (vpb). De praktijk leert dat hier te vaak aan voorbij wordt gegaan. Als blijkt dat sprake is van een vpb-plicht, heeft dit gevolgen:

  • Geen onbelaste vrijwilligersvergoedingen tenzij sprake is van een ANBI-instelling.
  • Hoofdelijke aansprakelijkheid voor btw-schulden voor bestuurders.
  • Kans op navordering en boete.

Een non-profitorganisatie is nagenoeg altijd een stichting of vereniging. Op grond van de wet is een stichting belastingplichtig indien en voor zover een onderneming wordt gedreven. Van een onderneming is sprake indien:

  1. Er sprake is van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid;
  2. Die deelneemt aan het economisch verkeer; en
  3. Waarbij sprake is van een winststreven.

Subsidies kunnen ertoe leiden dat er een overschot in de jaarrekening wordt gepresenteerd. De  de Staatssecretaris heeft vastgelegd wanneer overschotten behaald door subsidies in de heffing van vpb betrokken worden. Heel veel stichtingen en verenigingen hebben ook andere opbrengsten naast subsidieactiviteiten. Onder nadere voorwaarden kan dan bij een gesubsidieerde instelling toch sprake zijn van het uitsluiten van een winststreven. Bijvoorbeeld als duidelijk blijkt dat er een resultaatbestemming is. Wij adviseren u dit goed uit te laten zoeken voor uw stichting of vereniging. De Belastingdienst legt het subsidiebesluit namelijk heel nauw uit.

Het is van belang om goed de activiteiten van de non-profitorganisatie in beeld te hebben. Onder voorwaarden kan wel een generieke vrijstelling voor stichtingen en verenigingen worden toegepast. Dat is afhankelijk van de behaalde winst.

Fiscale winst: de getallen

Als de fiscale winst in een jaar niet meer bedraagt dan € 15.000, kunt u deze vrijstelling toepassen toegepast. Komt de fiscale winst wel boven de € 15.000 uit in een jaar? Dan moet gekeken worden of samen met de vier voorafgaande jaren de fiscale winst maximaal € 75.000 bedraagt. Het is daarom belangrijk om jaarlijks de winst in de gaten te houden.

Verliezen verrekenen

Het kan zijn dat uw stichting of vereniging in eerste instantie verliezen maakt. Het is dan verstandig om na te gaan of u de vrijstelling wel moet toepassen. Eventuele verliezen kunt u in de toekomst verrekenen met positieve resultaten. Dat kan een mooie besparingskans zijn. Dan moeten de verliezen echter wel ‘veilig gesteld’ worden door middel van het opleggen van een aanslag. In de praktijk zien we helaas hoe vaak dit vergeten is. Heeft uw non-profitorganisatie al eens een check laten doen of terecht nog geen aangifte vennootschapsbelasting wordt gedaan? Wij raden het zeer aan en zijn van mening dat ieder bestuur hierover een standpunt moet innemen! Want als de Belastingdienst u hier achter mee confronteert, zorgt dat natuurlijk voor frustratie.

Op grond hiervan kan uw conclusie zijn dat uw non-profitorganisatie belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting. Mogelijk zijn er dan nog andere specifieke mogelijkheden om buiten de vennootschapsbelasting te blijven. Misschien kunt u bepaalde aftrekposten benutten. Denk aan een bestedingsreserve voor een culturele ANBI of de vrijwilligersaftrek. Wij helpen u graag!

Vrijwilligersaftrek

Veel non-profitorganisaties maken gebruik van vrijwilligers. Vrijwilligers zijn niet in loondienst bij de organisatie. Daarom ontvangen vrijwilligers vaak geen of een veel lagere vergoeding dan wanneer zij in loondienst waren. Dit kan een van de redenen zijn waarom een non-profitorganisatie een hogere winst behaalt. Immers, de vergoeding voor (vrijwillige) arbeid is veel lager. Als de non-profitorganisatie belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting, dan kan onder voorwaarden een extra aftrek worden toegepast. Deze aftrekpost heet de ‘vrijwilligersaftrek’.

De vrijwilligersaftrek is alleen mogelijk voor:

  • een ANBI en
  • een organisatie die een sociaal belang behartigt en
  • de winst voor 70% of meer behaalt met behulp van vrijwilligers.

Daarbij moet de verhouding tussen de uren van vrijwilligers en de totale uren bepaald worden. De fictieve arbeidskosten komen slechts in aftrek voor zover:

  • de vrijwilligers ten behoeve van de onderneming werkzaamheden hebben verricht en
  • de fictieve arbeidskosten meer bedragen dan de daadwerkelijk aan de vrijwilligers toegekende arbeidsvergoedingen en
  • in de administratie zijn vastgelegd:
    • de gewerkte uren per vrijwilliger
    • met opgave van naam, adres, woonplaats en
    • de daadwerkelijk aan de vrijwilliger verstrekte beloning en
  • voor zover geen sprake is van kenbaar fondswervende activiteiten en
  • de aftrek van de fictieve kosten niet leidt tot een (compensabel) verlies.

De aftrekpost kunt u berekenen door een fictieve vergoeding op basis van het minimumloon te verminderen met de daadwerkelijke betaalde vergoeding. Als u aannemelijk maakt dat een hoger loon dan het minimumloon gebruikelijk is, mag u rekening houden met dat hogere loon. Stel dat u een vrijwilliger een vergoeding van € 1.000 geeft op jaarbasis, maar het minimumloon bedraagt naar rato van inzet € 10.000, dan komt € 9.000 in aanmerking voor de vrijwilligersaftrek.

Tariefopstap

Sommige non-profitorganisaties maken zoveel winst dat op een andere manier naar mogelijkheden gezocht moet worden om de te betalen belasting te beperken. In de vennootschapsbelasting is in 2022 sprake van twee tarieven. Tot een belastbare winst van € 395.000 is het tarief 15%, daarboven 25,8%. Naar verwachting gaat die schijfgrens van € 395.000 in 2023 weer naar € 200.000. Het verschil tussen de eerste en tweede schijf is fors. Ben u zich daarvan bewust? Indien de belastbare winst boven de € 395.000 uitkomt, is het verstandig om na te gaan hoe u de belastbare winst kunt beperken. Mogelijk is het opsplitsen van activiteiten raadzaam.

Zomaar een paar vragen waar u in de praktijk wellicht tegenaan loopt. Laat u niet achteraf verrassen, maar zorg dat u ‘in control’ bent. Wij helpen u daar graag bij.

Heeft u vragen? Onze adviseurs staan voor u klaar.  Neem gerust contact met ons op.
Onze 7 vestigingen zijn ook telefonisch bereikbaar: 0343-415940. 

 

Arjen Hoogenboom

A. (Arjen) Hoogenboom AA
Directeur | Partner
ahoogenboom@vanreeacc.nl

Govert Meerkerk

G. (Govert) Meerkerk
Belastingadviseur
gmeerkerk@vanreeacc.nl

Meer nieuwsitems