Vijf fiscale ontwikkelingen binnen de kinderopvang
Voor kinderopvangorganisaties is stilzitten naar mijn mening niet echt een optie. Maar dat wist u al.
Naast de berichten rondom Prinsjesdag en de ontwikkeling van de maximum uurprijzen vragen ook andere ontwikkelingen om uw aandacht. Wie snel schakelt, voorkomt verrassingen én houdt grip op de fiscale kansen.
1. Fiscale eenheid btw: personele unie onder druk
Er loopt momenteel een btw-procedure over een fiscale eenheid btw tussen een kinderopvangstichting en een onderwijsstichting. Deze procedure gaat over het toevoegen van een onderwijsstichting in een bestaande fiscale eenheid btw. Hof Den Bosch deed op 15 juli 2026 uitspraak.
Het Hof concludeert dat een personele unie als juridische vorm niet leidt tot de vereiste financiële verwevenheid. Daarbij staat centraal of de ene stichting beslissende zeggenschap heeft in de andere. Ook de strikte bekostigingsregels binnen het onderwijs staan volgens het Hof aan financiële verwevenheid in de weg.
Inmiddels is er cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Het is nog onduidelijk welke lijn de Belastingdienst bij aanvragen op basis van een personele unie volgt.
Ons advies is om het volgende te doen:
- Bij een bestaande fiscale eenheid btw: de uitspraak van de Hoge Raad afwachten en daarna in overleg treden met uw fiscaal adviseur.
- Bij een nieuw beoogde samenwerkingen tussen onderwijs en kinderopvang: zo spoedig mogelijk in overleg treden met uw fiscaal adviseur over de gewenste juridische samenwerkingsvorm.
2. Bereid u voor op de nieuwe uitleenmarkt
Op 1 januari 2027 treedt de Wtta in werking. Uitleners moeten zich dan registreren bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). Het NAU-register wordt leidend bij de controle op de inleen van personeel.
Het jaar 2027 geldt als overgangsjaar; vanaf 1 januari 2028 moeten alle uitleners geregistreerd zijn. Tegelijk verandert de inlenersaansprakelijkheid.
Onder voorwaarden kan de Belastingdienst uitgaan van een aansprakelijkheidsschuld van 35% van de factuursom, zonder eerst de werkelijke belastingschuld vast te stellen. Is de feitelijke aansprakelijkheid lager? Dan kunt u tegenbewijs leveren.
Onderneem in het vierde kwartaal van 2026 (tijdig) actie om uw risico op inlenersaansprakelijkheid te beperken. Vrijwaring is vanaf 2027 mogelijk als 35% van de factuursom op de G-rekening van de Wtta-toegelaten uitlener wordt betaald, en er aan de administratieve verplichtingen is voldaan. Neem daarom bij (significante) inleen (of uitleen) contact op met uw fiscaal adviseur.
3. Zzp’ers: zorg dat de basis klopt
Ook de inzet van zzp’ers blijft nadrukkelijk in de belangstelling. Regelmatig hebben kinderopvangorganisaties te maken met inhuur van zelfstandigen (zzp’ers).
Het kabinet komt met een nieuwe Zelfstandigenwet. Hierin wil men duidelijk maken wanneer iemand in ieder geval als zelfstandige kan werken. Hoewel er nog sprake is van een wetsvoorstel is het toch verstandig om hier kennis van te nemen. De internetconsultatie staat open tot en met 29 oktober 2026.
De bedoeling is dat de arbeidsrelatie wordt getoetst op basis van twee toetsen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2028. Naar verwachting komt er geen overgangsrecht.
In dat kader is het van belang te (laten) beoordelen of inhuur van een zzp’er mogelijk is. Desgewenst kunnen onze zzp-specialisten een risico-inventarisatie voor u uitvoeren en u van verder advies voorzien.
4. Btw verlegd: controleer ook buitenlandse diensten
De regels zijn niet veranderd, maar in de praktijk wordt er vaak foutief omgegaan met de btw-verleggingsregeling. Dit kan ertoe leiden dat de Belastingdienst naheffingsaanslagen oplegt. Binnen de btw kennen we diverse situaties waarbij de btw naar u als kinderopvangorganisatie kan worden verlegd.
Binnen Nederland geldt de regeling onder meer voor leveringen van laptops en tablet-pc’s wanneer het totaalbedrag per levering hoger is dan € 10.000. De leverancier moet in dat geval de btw-afdracht dan verplicht verleggen naar de kinderopvangorganisatie.
Bij de buitenlandse verleggingsregeling gaat het om veelal (digitale) diensten uit het buitenland. Hiermee heeft een kinderopvangorganisatie sneller te maken dan u op het eerste gezicht denkt. Een dienstverlener uit de EU vermeldt in de meeste gevallen “VAT reverse” of “btw verlegd” op de factuur. De afnemer moet de verlegde btw vervolgens zelf aangeven en afdragen aan de Belastingdienst. Controleer dan ook de inkomende facturen én de verwerking daarvan in de btw-administratie.
5. Voorschoolse educatie: laat geen kansen liggen
Ik zie regelmatig dat voorschoolse educatie niet of niet juist wordt verwerkt in de aangifte vennootschapsbelasting. Hierdoor wordt er in de praktijk teveel vpb afgedragen.
Voorschoolse educatie geldt voor de vennootschapsbelasting als onderwijs, mits aan de wettelijke kwaliteitsvoorwaarden wordt voldaan. Alleen de voorschoolse educatie valt onder de onderwijsvrijstelling. De activiteiten moeten voor ten minste 70% worden bekostigd uit kwalificerende middelen. Gemeentelijke subsidies tellen mee als publieke middelen, maar vrijwillige ouderbijdragen niet.
Belangrijk om te realiseren dat (als er voldaan is aan de twee eisen) de vrijstelling geen keuze is. De beoordeling hiervan is maatwerk. Kijk daarom kritisch hoe voorschoolse educatie binnen uw kinderopvangorganisatie fiscaal is verwerkt.