9 augustus 2021

Als accountants- en adviesorganisatie bedienen wij veel kinderopvangorganisaties. Daardoor hebben wij veel kennis en ervaring opgedaan in deze branche. Een van de ervaringen die wij hebben is dat de fiscaliteit bij veel organisaties onderbelicht is. Misschien denkt u ook wel dat kinderopvang weinig met belastingen te maken heeft. Is uw organisatie fiscaal echter wel ‘in control’? Weet u zeker dat u niets over het hoofd ziet? In een vervolgserie gaan wij in op drie belangrijke fiscale deelgebieden. Achtereenvolgens komen aan bod: loonbelasting, vennootschapsbelasting en omzetbelasting.

Deel 2: vennootschapsbelasting

Een kinderopvangorganisatie heeft mogelijk te maken met vennootschapsbelasting. Heeft u dit risico al gesignaleerd? U denkt misschien wel: ‘maar wij hebben geen winstdoel en zijn niet commercieel’. Helaas is dat te makkelijk gezegd. In de praktijk komt de vennootschapsbelasting voor veel kinderopvangorganisaties als verrassing. Wij gaan specifiek in op drie deelgebieden die in de praktijk vaak voorkomen.

Vennootschapsbelastingplicht

Zoals hierboven al opgemerkt is het van belang om na te gaan of uw kinderopvangorganisatie belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting. De praktijk leert dat hier te vaak aan voorbij wordt gegaan. Een kinderopvangorganisatie is vaak een stichting. Op grond van de wet is een stichting belastingplichtig indien en voor zover een onderneming wordt gedreven. Daaronder wordt ook verstaan wanneer in concurrentie wordt getreden. In de praktijk is vaak sprake van het in concurrentie treden, dat is ook de visie van de staatssecretaris. Het is van belang om goed de activiteiten van de kinderopvangorganisatie in beeld te hebben. Verricht uw organisatie voor- en vroegschoolse educatie, dan adviseren wij dit goed te laten uitzoeken. In de praktijk bestaat hier veel onduidelijkheid over. Onder voorwaarden kan wel een generieke vrijstelling voor stichtingen en verenigingen worden toegepast. Dat is afhankelijk van de winst die wordt behaald. Als de fiscale winst in een jaar niet meer bedraagt dan € 15.000, kan deze vrijstelling worden toegepast. Komt de fiscale winst wel boven de € 15.000 uit in een jaar? Dan moet gekeken worden of tezamen met de vier voorafgaande jaren de fiscale winst maximaal € 75.000 bedraagt. Het is daarom belangrijk om jaarlijks de winst in de gaten te houden.

Het kan zijn dat in eerste instantie verliezen gemaakt worden. Het is dan verstandig om na te gaan of de vrijstelling wel toegepast moet worden. Eventuele verliezen kunnen dan in de toekomst verrekend worden met positieve resultaten. Dat kan een mooie besparingskans zijn. Dan moeten de verliezen echter wel ‘veilig gesteld’ worden op aanslag. In de praktijk wordt dit helaas vaak vergeten. Heeft uw kinderopvangorganisatie al eens een check laten doen of terecht nog geen aangifte vennootschapsbelasting wordt gedaan? Wij raden het zeer aan! Achteraf door de Belastingdienst hiermee geconfronteerd worden, zorgt voor veel frustratie.

Op grond van bovenstaande kan de conclusie zijn dat uw kinderopvangorganisatie belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting. Het kan zijn dat u dan verder moet denken of de belastingplicht voorkomen kan worden. Er zijn nog andere mogelijkheden om buiten de vennootschapsbelastingplicht te blijven. Is een fusie met een onderwijsinstelling misschien een optie? Afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden is dan de onderwijsvrijstelling toe te passen. Daarbij komt echter meer kijken dan alleen de fiscale motieven. Wij kunnen u daarbij van dienst zijn. Wij kennen veel kinderopvangorganisaties die u zijn voorgegaan.

Energie-investeringsaftrek

Veel kinderopvangorganisaties zijn vanuit hun maatschappelijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid bezig met verduurzaming. Daar wordt dan ook volop in geïnvesteerd, bijvoorbeeld bij de realisatie van nieuwe IKC’s. In de vennootschapsbelasting zijn diverse regelingen die de belastbare winst kunnen beperken. Een van de regelingen is de energie-investeringsaftrek, een aftrek van 45,5% van het investeringsbedrag. Deze aftrek kan benut worden als wordt geïnvesteerd in energiebesparende bedrijfsmiddelen of duurzame energie. Daarbij gelden wel belangrijke voorwaarden. Zo moet het gaan om nieuwe bedrijfsmiddelen die voorkomen op de energielijst van de RVO. Daarnaast moet het per bedrijfsmiddel om minimaal € 2.500 aan investering gaan. In de praktijk wordt helaas weleens vergeten dat tijdig een melding van de investering gedaan moet worden. De melding doet u binnen drie maanden bij de RVO. Als investeringsdatum geldt het moment dat een verplichting wordt aangegaan en niet pas het moment dat de investering in gebruik wordt genomen. Doet u investeringen die mogelijk voor energie-investeringsaftrek in aanmerking komen? Zorg dat u dit tijdig afstemt met uw adviseur. Laat de kansen niet onbenut.

Tariefopstap

Sommige kinderopvangorganisaties maken zoveel winst dat op een andere manier naar mogelijkheden gezocht moet worden om de te betalen belasting te beperken. In de vennootschapsbelasting is in 2021 sprake van twee tarieven. Tot een belastbare winst van € 245.000 is het tarief 15%, daarboven 25%. Het verschil tussen de eerste en tweede schijf is fors. Ben u zich daarvan bewust? Indien de belastbare winst boven de € 245.000 uitkomt, is het verstandig om na te gaan hoe de belastbare winst beperkt kan worden. Mogelijk is het opsplitsen van activiteiten raadzaam. Overigens is de bedoeling dat de eerste schijf in 2022 wordt verlengd tot € 395.000.

In dit artikel hebben wij enkele thema’s uitgewerkt die spelen in de kinderopvang. Hebt u naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Neem gerust contact op met één van onze fiscalisten binnen Van Ree Finance Consultants, wij zijn u graag van dienst!

 

Meer nieuwsitems