Er is sprake van btw-ondernemerschap indien een onderwijsinstelling duurzaam tegen vergoeding prestaties verricht. Duurzaam wil zeggen dat de instelling regelmatig activiteiten met een bedrijfsmatig doel verricht, gericht op het verkrijgen van opbrengst. Het is van belang te onderkennen dat iedere onderwijsinstelling in principe btw-ondernemer is. Een onderwijsinstelling verstrekt immers duurzaam onderwijs en krijgt daarvoor een vergoeding. Een onderwijsinstelling die uitsluitend met rijkssubsidies wordt bekostigd en geen andere inkomsten uit haar onderwijs- of nevenactiviteiten heeft, is echter niet als btw-ondernemer aan te merken.

In de praktijk blijkt dat onderwijsinstellingen veel meer doen dan alleen onderwijs geven. De onderwijsvrijstelling is voor de meeste nevenactiviteiten niet van toepassing. Elke activiteit kan afzonderlijk aanleiding geven tot btw-heffing. Aandacht daarvoor is dus noodzakelijk. Bijkomend voordeel kan zijn dat de voorbelasting voor de belaste prestaties aftrekbaar is. Het gaat te ver om hier alle voorkomende activiteiten en inkomstenbronnen in ‘onderwijsland’ uitputtend op btw-aspecten te beoordelen. Enkele belangrijke, veelvoorkomende activiteiten en inkomstenbronnen
zijn:

  • verhuur van gymzalen en verhuur van andere ruimten;
  • detachering/ter beschikking stellen van personeel;
  • subsidies;
  • facilitaire diensten door een gelieerde entiteit.

Voor bepaalde opbrengsten kan in beginsel omzetbelasting verschuldigd zijn. Er zijn echter ook een aantal vrijstellingen die voor onderwijsinstellingen relevant kunnen zijn:

  • onderwijsvrijstelling (art. 11, lid 1, onderdeel o Wet OB);
  • koepelvrijstelling (art. 11, lid 1, onderdeel u Wet OB);
  • fondswervingsvrijstelling (art. 11, lid 1, onderdeel v Wet OB);
  • sociaal-culturele vrijstelling (art. 11, lid 1, onderdeel f Wet OB).

Als accountant en adviseur denken wij graag mee over de toepassing van de genoemde (en andere) vrijstelling bij uw onderwijsinstelling.

De praktijk leert dat een belastinginspecteur bij fiscale controles correcties kan opleggen die aansluiten bij de mening van de staatssecretaris, maar die de instelling op goede gronden kan bestrijden. Met andere woorden: laat ook bij een boeken controle de bevindingen beoordelen door een btw-specialist.